Samenstelling

Tecentriq Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
60 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 20 ml (= 1200 mg)

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor atezolizumab bij het urotheelcelcarcinoom van de urinewegen na eerder platinumbevattende chemotherapie staat het advies van commissie BOM op NVMO.org. Voor de behandeling van gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom van de blaas staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Voor atezolizumab bij eerder behandeld, gevorderd NSCLC staat het advies van commissie BOM op NVMO.org. Voor de behandeling van gevorderd of gemetastaseerd NSCLC staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

Als monotherapie bij volwassenen met:

  • lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom (UC):
    • na eerdere behandeling met platina-bevattende chemotherapie, of
    • voor wie cisplatine ongeschikt is én bij wie de tumoren een PD-L1-expressie hebben van ≥ 5%;
  • lokaal gevorderd of gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) na eerdere behandeling met chemotherapie. Bij EGFR-activerende mutaties of ALK-positieve mutaties eerst doelgerichte therapieën geven vóórdat een behandeling met atezolizumab begonnen wordt.

Dosering

Dosisverlaging van atezolizumab wordt niet aanbevolen.

Klap alles open Klap alles dicht

Lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom of NSCLC:

Volwassenen:

1200 mg elke 3 weken via i.v. infusie gedurende 60 min. Als de eerste infusie goed wordt verdragen, dan kunnen de daarop volgende infusies worden toegediend in 30 min. De behandeling voortzetten tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Nierfunctiestoornis: Bij licht tot matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig. Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik bij ernstig verminderde nierfunctie.

Leverfunctiestoornis: Bij licht verminderde leverfunctie (Child-Pughscore 5–6) is geen dosisaanpassing nodig. Er zijn geen gegevens over het gebruik bij matige en ernstig verminderde leverfunctie.

Bijwerkingen: zie voor de richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (pneumonitis, myocarditis, hepatitis, colitis, pancreatitis, endocrinopathieën, infusiegerelateerde bijwerkingen, huiduitslag, neurologische bijwerkingen, overige immuungerelateerde bijwerkingen) en voor de behandeling van deze bijwerkingen de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, o.a. tabel 1, en rubriek 4.4). Dosisverlaging van atezolizumab wordt niet aanbevolen.

Gemiste dosis: een gemiste dosis zo snel mogelijk alsnog toedienen. Het wordt aanbevolen niet te wachten tot de volgende geplande dosis. Het toedieningsschema dan zó aanpassen dat de tijd tussen de doses 3 weken blijft.

Toedieningsinformatie: het concentraat toevoegen aan 250 ml 0,9% NaCl-oplossing; 1 ml bevat dan ca. 4,4 mg atezolizumab. De infusievloeistof na bereiding onmiddellijk i.v. toedienen over een periode van 60 min. Als de eerste infusie goed wordt verdragen, dan kunnen de daarop volgende infusies worden toegediend in 30 min.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): dyspneu (bij ca. 22%). Misselijkheid (bij ca. 23%), braken, diarree (bij ca. 19%). Verminderde eetlust (bij ca. 26%). Vermoeidheid (bij ca. 35%), asthenie, koorts (bij ca. 18%). Gewrichtspijn. Jeuk, huiduitslag (bij ca. 19%; waaronder erytheem, maculeuze of maculopapuleuze uitslag, papulosquameuze uitslag, pustuleuze uitslag, dermatitis (allergisch, bulleus, acneïform, exfoliatief, seborroïsch), folliculitis, steenpuist, acne, eczeem, hand-voetsyndroom, erythema multiforme).

Vaak (1-10%): hypotensie. Pneumonitis, hypoxie, verstopte neus. Dysfagie, colitis, buikpijn. Infusiegerelateerde reactie, griepachtige verschijnselen, rillingen. Spierpijn. Overgevoeligheid. Hypo- of hyperthyreoïdie (incl. thyreoïditis). Trombocytopenie. Hypokaliëmie, hyponatriëmie. Stijging ALAT, ASAT.

Soms (0,1-1%): hepatitis (incl. auto-immuunhepatitis). Pancreatitis. Niet-infectieuze meningitis, syndroom van Guillain-Barré, demyeliniserende polyneuropathie. Diabetes mellitus, bijnierinsufficiëntie. Stijging serumlipase.

Zelden (0,01-0,1%): myocarditis. Niet-infectieuze encefalitis. Myastheen syndroom. Hypofysitis. Stijging serumamylase.

Interacties

Doorgaans hebben monoklonale antilichamen geen groot potentieel voor geneesmiddelinteracties, omdat zij geen direct effect hebben op CYP-enzymen en geen substraten zijn van renale of hepatische transporters.

Vóór het starten van atezolizumab het gebruik van systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva vermijden, in verband met mogelijke beïnvloeding van de farmacodynamiek en werkzaamheid. Ná het starten van atezolizumab kunnen systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva echter wél gebruikt worden om immuungerelateerde bijwerkingen te bestrijden. Patiënten die systemische immunosuppressiva binnen 2 weken, systemische immunostimulantia binnen 4 weken of een levend verzwakt vaccin binnen 28 dagen toegediend hadden gekregen voorafgaand aan deelname aan het onderzoek, werden uitgesloten van klinische onderzoeken.

Zwangerschap

In het algemeen passeert IgG1 de placenta.
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Bij dieren resulteert remming van de Pd-L1/PD-1 signaalroute in immuungerelateerde afstoting van de zich ontwikkelende foetus met foetaal overlijden tot gevolg. Op grond van het werkingsmechanisme wordt daarom een toename in aantal abortussen of doodgeborenen verwacht.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 5 maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Er wordt verwacht dat een monoklonaal antilichaam aanwezig is in de eerste moedermelk en in lagere hoeveelheden daarna. Een nadelige effect voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Immuungerelateerde bijwerkingen: controleer voortdurend tijdens én ook regelmatig na de therapie op het optreden van immuungerelateerde bijwerkingen (met name pneumonitis, myocarditis, colitis, hepatitis, pancreatitis, nefritis, endocrinopathie (o.a. hyper-/hypothyreoïdie, bijnierinsufficiëntie, hypofysitis, diabetes mellitus type 1), huiduitslag, Guillain-Barré syndroom, myastheen syndroom en meningo-encefalitis). Met het oog hierop ook voorafgaand aan de behandeling de leverfunctie (ALAT, ASAT, bilirubine) en de schildklierfunctie controleren. De meeste immuungerelateerde bijwerkingen zijn reversibel na onderbreken van de behandeling en na starten van corticosteroïden en/of ondersteunende zorg. Na verbetering de behandeling met corticosteroïden langzaam afbouwen gedurende ten minste een maand. Overweeg andere immunosuppressiva indien geen verbetering optreedt. Atezolizumab niet hervatten zolang immunosuppressieve doses corticosteroïden of andere immunosuppressiva worden gegeven. De behandeling definitief staken bij elke terugkerende immuungerelateerde bijwerking van CTCAE-graad 3 en bij elke immuungerelateerde bijwerking van graad 4, behalve voor endocrinopathieën die onder controle kunnen worden gehouden met bijvoorbeeld hormoonvervangende therapie.

Bij infusiereacties CTCAE-graad 1 of 2 de infusiesnelheid verlagen of de behandeling onderbreken; bij graad 3 of 4 de behandeling definitief staken. Bij graad 1 of 2 de toediening voortzetten/hervatten onder nauwlettende controle; overweeg premedicatie met antipyretica en antihistaminica.

Onderzoeksgegevens: patiënten met de volgende aandoeningen werden uitgesloten van de klinische onderzoeken: een voorgeschiedenis van auto-immuunziekte, een voorgeschiedenis van pneumonitis, actieve hersenmetastasen, HIV-, hepatitis B- of hepatitis C-infectie, een ECOG-score ≥ 2 (bij NSCLC en 2e-lijns UC). Er zijn geen gegevens over het gebruik bij kinderen (< 18 j.); er zijn weinig gegevens over het gebruik bij matig tot ernstige leverfunctiestoornis en een ernstige nierfunctiestoornis.

Overdosering

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met atezolizumab contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Fc-gemodificeerd, gehumaniseerd IgG1 monoklonaal antilichaam, geproduceerd in ovariumcellen van de Chinese hamster door middel van recombinant-DNA-technologie. Bindt aan 'programmed death-ligand 1' (PD-L1), dat tot expressie kan komen op tumorcellen en/of tumorinfiltrerende cellen. Hierdoor worden zowel PD-1- als B7.1-receptoren geblokkeerd. Dit heft de PD-L1/PD-1-gemedieerde remming van de immuunrespons op en wordt de antitumor-immuunrespons op gang gebracht zonder inductie van antilichaam-afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit. Atezolizumab heeft géén invloed op de Pd-L2/PD-1-interactie.

Kinetische gegevens

OverigStabiele spiegels worden na 6–9 weken (2 tot 3 cycli) bereikt.
Metaboliseringbiodegradatie tot kleine peptiden of aminozuren.
T 1/2elca. 27 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

atezolizumab hoort bij de groep monoklonale antilichamen bij maligniteiten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links