Samenstelling

Forlax OTCBijlage 2 Ipsen Farmaceutica bv

Toedieningsvorm
Poeder voor drank
Sterkte
10 g
Verpakkingsvorm
in sachet à 10 g

Bevat per sachet: macrogol 4000 10 g, natriumsaccharinaat. Bevat tevens: zwaveldioxide.

Forlax Junior Bijlage 2 Ipsen Farmaceutica bv

Toedieningsvorm
Poeder voor drank
Sterkte
4 g
Verpakkingsvorm
in sachet à 4 g

Bevat per sachet: macrogol 4000 4 g, , natriumsaccharinaat 7 mg. Bevat tevens: zwaveldioxide.

Macrogol OTCBijlage 2 Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor drank
Sterkte
10 g
Verpakkingsvorm
in sachet à 10 g

Bevat per sachet: macrogol 4000 10 g, natriumsaccharinaat.

Macrogol Bijlage 2 Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor drank
Sterkte
4 g
Verpakkingsvorm
in sachet à 4 g

Bevat per sachet: macrogol 4000 4 g, natriumsaccharinaat.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de medicamenteuze behandeling van functionele obstipatie gaat de voorkeur uit naar macrogol (met of zonder elektrolyten) of lactulose, vanwege de osmotische werking, de klinische ervaring en het gebruiksgemak. Bij onvoldoende effect komt een contactlaxans (bisacodyl of sennosiden A+B) in aanmerking. Kies bij ernstige klachten voor rectale medicatie ter lediging van het rectum.

Bij obstipatie met fecale impactie wordt in eerste instantie gekozen voor rectale medicatie of het gebruik van een hoge dosis macrogol; daarna kan worden overgegaan op de standaardbehandeling met orale laxantia.

Om obstipatie door opioïdgebruik te voorkomen, zijn orale laxantia volgens standaardbehandeling aangewezen vanaf de start van de behandeling met het opioïd. De voorkeur gaat uit naar macrogol (met of zonder elektrolyten) of lactulose, vanwege de osmotische werking, de klinische ervaring en het gebruiksgemak. Bij onvoldoende effect komt een contactlaxans (bisacodyl of sennosiden A+B) in aanmerking, eventueel als toevoeging.

Aan de vergoeding van macrogol zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Forlax: symptomatische behandeling van obstipatie bij volwassenen en kinderen ≥ 8 jaar.
  • Forlax Junior: symptomatische behandeling van obstipatie bij kinderen vanaf 6 maanden tot 8 jaar.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Obstipatie:

Volwassenen en kinderen ≥ 8 jaar:

1–2 sachets per dag, bij voorkeur in één enkele dosis innemen 's ochtends. De dagelijkse dosis aanpassen aan het klinische effect; de dosis kan ook om de dag worden gegeven (vooral bij kinderen).

Kinderen van ½ tot 1 jaar:

1 sachet 'Junior' per dag, bij voorkeur 's ochtends.

Kinderen van 1 tot 4 jaar:

1–2 sachets 'Junior' per dag. Bij 1 sachet inname bij voorkeur 's ochtends; bij 2 sachets 's ochtends 1 en 's avonds 1 sachet.

Kinderen van 4 tot 8 jaar:

2–4 sachets 'Junior' per dag, bij voorkeur de inname verdelen over de ochtend en de avond.

De inhoud van de sachet vlak vóór gebruik oplossen in ca. 50 ml water.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): buikpijn, opgeblazen gevoel, diarree, misselijkheid.

Soms (0,1-1%): braken, ontlastingsaandrang en fecale incontinentie.

Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheidsreacties (bv. door macrogol of zwaveldioxide) zoals jeuk, huiduitslag, urticaria, angio-oedeem, bronchospasme, anafylactische shock.

Verder zijn gemeld: diarree in combinatie met elektrolytafwijkingen en/of dehydratie, vooral bij oudere patiënten. Erytheem.

Interacties

Geneesmiddelen kunnen tijdelijk verminderd geabsorbeerd worden, in het bijzonder die met een nauwe therapeutische index of een korte halfwaardetijd, zoals digoxine, anti-epileptica, vitamine-K-antagonisten, immunosuppressiva.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onbekend. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Macrogol 4000 wordt nagenoeg niet geabsorbeerd.
Advies: Kan veilig worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Macrogol 4000 wordt nagenoeg niet geabsorbeerd.
Advies: Kan veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • ernstige inflammatoire darmziekte (zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn) of toxisch megacolon;
  • ileus of verdenking van intestinale obstructie of symptomatische stenose;
  • pijnlijke abdominale syndromen van onbekende oorsprong;
  • (kans op) perforatie van het maag-darmkanaal.

Waarschuwingen en voorzorgen

Voorafgaand aan de behandeling een organische aandoening uitsluiten, in het bijzonder bij kinderen ≤ 2 jaar. Bij onvoldoende effect is nader onderzoek aangewezen.

Bij aanleg voor verstoring in de water- en elektrolytenbalans (bv. ouderen, verminderde lever- of nierfunctie of diureticagebruik) tijdens gebruik de elektrolyten controleren.

Er zijn meldingen gemaakt van aspiratie, nadat zeer grote hoeveelheden polyethyleenglycol en elektrolyten waren toegediend via een maagsonde; vooral kinderen met neurologische aandoeningen met betrekking tot motoriek van de mond, hebben kans op aspiratie

Onderzoeksgegevens: Gegevens over werkzaamheid bij kinderen ≤ 2 jaar zijn beperkt. Bij kinderen dient door het ontbreken van de gegevens de behandelduur korter dan 3 maanden te zijn.

Eigenschappen

Macrogol (4000) is een lange lineaire polymeer waarop watermoleculen worden vastgehouden door middel van waterstofbindingen. Bij orale toediening verhogen zij het vloeistofvolume in de darmen. Het intestinale vloeistofvolume dat niet wordt geabsorbeerd is verantwoordelijk voor de laxerende eigenschappen. Laxerende werking: na 24–48 uur.

Kinetische gegevens

OverigMacrogol 4000 heeft een hoog moleculair gewicht waardoor het niet wordt geabsorbeerd.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd