Advies

Een cutane herpes-infectie verloopt in het algemeen niet ernstig en geneest meestal spontaan. Over het algemeen kan volstaan worden met lokale behandeling met een indifferent middel met zinkoxide of zinksulfaat (eventueel met lidocaïne). Geef bij pijn paracetamol, bij acute herpes zoster neuralgie echter laagdrempelig starten met amitriptyline (bij ouderen nortriptyline). Orale antivirale behandeling met een nucleoside-analogon (aciclovir, famciclovir of valaciclovir) komt bij de herpes virusinfecties alleen in bepaalde situaties in aanmerking. Gezien het gebruiksgemak gaat de voorkeur in het algemeen uit naar valaciclovir of famciclovir. De antivirale behandeling is slechts zinvol indien gestart binnen een bepaalde termijn na het verschijnen van de eerste symptomen. De lengte van deze termijn hangt af van het type infectie (herpes simplex of zoster, primo-infectie of recidief) en de immuunstatus van de patiënt. Zie voor meer informatie de stappenplannen per aandoening.

Behandelplan

Herpes genitalis

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Hygiënische maatregelen zijn belangrijk, zoals:

    • veilig seksueel contact hebben,
    • vermijden de blaasjes aan te raken,
    • handen wassen na toiletbezoek.

    Elke seksuele partner moet geïnformeerd worden, maar partners uit het verleden hoeven niet opgespoord te worden.

    Toelichting

    De herpes genitalisinfectie is met name in de eerste 3 weken en zolang de blaasjes aanwezig zijn zeer besmettelijk.

    Overdracht van het herpes virus vindt vooral plaats via seksueel contact (genitaal, anaal of oraal). Kans op transmissie van man naar vrouw is groter dan van vrouw naar man. Het actief opsporen van seksuele contacten is niet zinvol omdat effectieve preventie ontbreekt [3].

  2. Start medicamenteuze behandeling

  3. Bij primo-infectie

    Bij geringe klachten:

    Geef lokale behandeling met een indrogende pasta of crème:

    Overweeg pijnstilling:

    Bij ernstige klachten:

    Geef een oraal nucleoside-analogon gedurende 5 dagen:

    Let op

    Start de behandeling binnen 5 dagen na het openbaren van symptomen of zolang de herpesinfectie nog in progressie is.

    Wees alert op eventuele secundaire bacteriële infecties en behandel deze.

    Bij verminderde nierfunctie het doseerinterval van het nucleoside-analogon aanpassen.

    Toelichting

    Zink bevordert het indrogen van de blaasjes en vermindert de jeuk.

    Antivirale middelen beperken de duur en de ernst van de ziekteverschijnselen evenals de duur van de uitscheiding van het virus. Aciclovir, valaciclovir en famciclovir zijn in verschillende onderzoeken met elkaar vergeleken en bleken alle drie effectief bij de behandeling van een primo-infectie, zowel in het voorkomen van recidieven als bij de behandeling van recidieven. Valaciclovir en famciclovir hebben een lagere doseerfrequentie als voordeel. De voorkeur gaat daarom uit naar een van deze middelen [3]. Binnen de groep nucleoside-analoga bestaan grote prijsverschillen.

  4. Bij recidief

    Bij geringe klachten:

    Geef lokale behandeling met een indrogende pasta of crème:

    Overweeg pijnstilling:

    Bij ernstige klachten:

    Geef een oraal nucleoside-analogon gedurende 3-5 dagen:

    Let op

    Start bij ernstige klachten binnen 48 uur na het ontstaan van de eerste verschijnselen met antivirale therapie. Bij ernstige klachten die frequent recidiveren is het goed als de patiënt antivirale therapie in huis heeft om bij een volgende episode direct te kunnen starten [4].

    Wees alert op eventuele secundaire bacteriële infecties en behandel deze.

    Bij verminderde nierfunctie het doseerinterval van het nucleoside-analogon aanpassen.

    Toelichting

    Zink bevordert het indrogen van de blaasjes en vermindert de jeuk.

    Antivirale middelen beperken de duur en de ernst van de ziekteverschijnselen evenals de duur van de uitscheiding van het virus. Aciclovir, valaciclovir en famciclovir zijn in verschillende onderzoeken met elkaar vergeleken en bleken alle drie effectief bij de behandeling van een primo-infectie, zowel in het voorkomen van recidieven als bij de behandeling van recidieven. Valaciclovir en famciclovir hebben een lagere doseerfrequentie als voordeel. De voorkeur gaat daarom uit naar een van deze middelen [3]. Binnen de groep van nucleoside-analoga bestaan grote prijsverschillen, zie ook het kostenoverzicht.

  5. Bij zwangeren

    < 34 weken zwangerschapsduur met veel klachten:

    Geef een oraal nucleoside-analogon, bij voorkeur:

    Overweeg in overleg met verloskundige of gynaecoloog, gedurende de laatste 4 weken van de zwangerschap profylactisch te behandelen.

    ≥ 34 weken zwangerschapsduur:

    Verwijs naar gynaecoloog en overleg of behandeling al gestart moet worden.

    Toelichting

    Volgens TIS/Lareb is van alle antivirale middelen tijdens de zwangerschap de meeste ervaring opgedaan met aciclovir. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen voor een verhoogd risico van aangeboren afwijkingen. Ervaring met het gebruik van valaciclovir is nog beperkt. Het is een prodrug van aciclovir, met een grotere biologische beschikbaarheid, wellicht ook voor de ongeborene. Nadelige effecten werden niet gezien.

    Overweeg in overleg met verloskundige of gynaecoloog, gedurende de laatste 4 weken van de zwangerschap profylactisch te behandelen om besmetting van de pasgeborene te voorkomen.

    Bij zwangerschap ≥ 34 weken en primo-infectie verwijzen naar gynaecoloog voor sectio caesarea om herpes neonatorum te voorkomen. Zwangeren met een recidief kunnen vaginaal bevallen [3].

  6. Bij immuungecompromitteerde patiënten

    Bij primo-infectie:

    Geef een oraal nucleoside-analogon gedurende 10 dagen of tot re-epithalisatie van de laesies optreedt:

    Bij recidief:

    Geef een oraal nucleoside-analogon gedurende 5 dagen:

    Let op

    Start nucleoside-analogon binnen 48 uur na het ontstaan van de eerste verschijnselen.

    Wees alert op eventuele secundaire bacteriële infecties en behandel deze.

    Bij verminderde nierfunctie het doseerinterval van het nucleoside-analogon aanpassen.

    Toelichting

    Immuungecompromitteerde patiënten hebben kans op een ernstiger beloop [4]. Deze patiënten worden doorgaans met hogere doseringen en langer behandeld.

    In verband met het gebruiksgemak (lagere doseerfrequentie) gaat de voorkeur uit naar valaciclovir of famciclovir [3]. Binnen de groep van nucleoside-analoga bestaan grote prijsverschillen, zie ook het kostenoverzicht.

  7. Overweeg profylaxe met oraal nucleoside-analogon

    Bij frequente ernstige recidieven (> 6×/jaar) met veel klachten:

    Evalueer na 6–12 maanden en overweeg dan samen met de patiënt om de medicatie op proef te staken.

    Hervat de medicatie bij frequente recidieven na staken (ten minste twee episoden in korte tijd), en evalueer het vervolgens jaarlijks.

    Toelichting

    Antivirale therapie voor recidiverende herpes genitalis reduceert het aantal recidieven met 70–80% en verkort de duur van de laesies [4].

    In verband met het gebruiksgemak (lagere doseerfrequentie) gaat de voorkeur uit naar valaciclovir of famciclovir [3]. Binnen de groep van nucleoside-analoga bestaan grote prijsverschillen, zie ook het kostenoverzicht.

Herpes simplex/labialis

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    • Geef algemene adviezen over besmettelijkheid en hygiëne.
    • Adviseer het knuffelen, kussen en verzorgen van zuigelingen tot de leeftijd van ca. 4 weken te vermijden om de kans op herpes neonatorum te verminderen (laesies bedekken met een pleister of evt. een mondmasker).
    • Adviseer uitlokkende factoren (zoals zonlicht, stress en vermoeidheid) indien mogelijk te vermijden om recidieven te voorkomen.
    • Raad aan in de zon een lippenbalsem met UV-filter te gebruiken.

    Toelichting

    Preventie en niet-medicamenteuze adviezen zijn erg belangrijk om een recidief te voorkomen en om anderen niet te besmetten. Vanaf het eerste stadium (roodheid en tinteling) is een koortslip besmettelijk en vooral zolang er blaasjes ontstaan en deze openbarsten. De besmettelijkheid neemt af zodra de blaasjes indrogen en er een korstje op komt. Adviseer het aanraken van de laesies te vermijden en de handen regelmatig te wassen. Vermijd zoenen en oraal seksueel contact. Gebruik een eigen handdoek en reinig eet- en drinkgerei goed [7].

  2. Start medicamenteuze behandeling

  3. Bij een primo-infectie

    Lokale behandeling:

    • Bij blaasjes: indifferente vaselinecrème/gel met zinksulfaat (eerste keus), of zinkoxide (tweede keus).
    • Bij korstjes: indifferente vetcrème bv. vaseline-cetomacrogolcrème.
    • Bij (hevige) pijnklachten: eventueel lidocaine/zinkoxide of lidocaïne-vaselinecrème.

    Bij een actuele maligniteit of bij immuungecompromitteerde patiënten zie stap 2c.

  4. Bij een recidief

    Lokale behandeling:

    • Bij blaasjes: indifferente vaselinecrème/gel met zinksulfaat (eerste keus), of zinkoxide (tweede keus).
    • Bij korstjes: indifferente vetcrème bv. vaseline-cetomacrogolcrème.
    • Bij (hevige) pijnklachten: eventueel lidocaine/zinkoxide of lidocaïne-vaselinecrème.
    • Overweeg in de vroege fase aciclovir (cutaan).

    Bij een actuele maligniteit of bij immuungecompromitteerde patiënten zie stap 2c.

    Bij zeer frequente ernstige en/of hinderlijke recidivering (meerdere malen per maand) zie stap 3.

    Oraal nucleoside-analogon:

    Uitsluitend bij zeer ernstige klachten bij eerdere episoden en onvoldoende effect van lokale behandeling.

    Start zodra de branderigheid optreedt óf zo snel mogelijk na het verschijnen van de huiduitslag (uiterlijk < 48 uur) met:

    Bij kinderen < 12 jaar:

    Overleg bij kinderen < 12 jaar met zeer ernstige klachten en bij wie orale behandeling met antivirale middelen wordt overwogen, met een kinderarts.

    Let op

    Crème/gel voorzichtig op blaasjes aanbrengen en niet uitsmeren om verspreiding van het virus te voorkomen.

    Toelichting

    Indifferente vaselinecrèmes/gels met zinksulfaat of zinkoxide kunnen de blaasjes sneller doen indrogen. De voorkeur gaat uit naar zinksulfaatvaselinecrème of gel aangezien deze kleurloos zijn. Zinkoxidepasta of smeersel is ook geschikt, maar tweede keus vanwege de witte kleur. Bij korstjes kan een indifferente vetcrème ook verzachtend werken. Eventueel kan hierbij ook een hydrocolloïdpleister geprobeerd worden ter verzachting. Overweeg bij hevige pijnklachten lidocaïne/zinkoxidesmeersel of lidocaïnevaselinecrème. Voordeel van de combinatie met zinkoxide is de additieve indrogende werking bij blaasjes, nadeel is de witte kleur [7].

    Aciclovircrème kan worden overwogen in de vroege fase, d.w.z. starten zodra de kenmerkende branderigheid optreedt en vóór het stadium van blaasjes- en korstvorming. Het blaasjesstadium wordt gemiddeld met iets minder dan een dag verkort; een effect op de pijnklachten is niet aangetoond. De effectiviteit van een antivirale crème lijkt niet veel groter dan van een indifferente crème of gel. Penciclovircrème wordt niet aangeraden vanwege de hoge doseerfrequentie (8–9×/dag) [7].

    Orale antivirale middelen worden bij ongecompliceerde infecties bij gezonde personen niet aanbevolen wegens zeer beperkt bewijs van effectiviteit en de kans op bijwerkingen. Alleen bij een recidief is aangetoond dat vroeg inzetten van orale antivirale middelen de genezingsduur van de laesies met gemiddeld een dag kan verkorten; bewijs voor het verkorten van de pijnklachten is echter zeer beperkt. Uitsluitend bij een recidief koortslip indien de patiënt bij eerdere episoden zeer ernstige klachten (uitgebreide laesies, veel pijn, langdurige klachten) had en lokale behandeling onvoldoende effect gaf, kan orale behandeling met valaciclovir worden overwogen. De voorkeur gaat uit naar valaciclovir boven aciclovir vanwege de lagere doseerfrequentie. Famciclovir is niet geregistreerd voor en onvoldoende onderzocht bij herpes labialis; het wordt daarom niet aangeraden [7].

  5. Bij een actuele maligniteit of bij immuungecompromitteerde patiënten:

    Overleg met de behandelend specialist van de patiënt over de gewenste behandeling en preventie.

    Toelichting

    Herpes simplex/labialis kan ernstig verlopen bij immuungecompromitteerde patiënten (HIV, chemotherapie, orgaantransplantatie), bij patiënten met constitutioneel eczeem (kan leiden tot eczema herpeticum, waarvan een complicatie meningitis is) en bij patiënten met een actuele maligniteit [7, 8].

  6. Overweeg profylaxe met oraal nucleoside-analogon

    Uitsluitend bij zeer frequente (meerdere keren per maand) en hinderlijke of uitgebreide recidieven in samenspraak met de patiënt en voorlichting over bijwerkingen:

    Evalueer na 2-3 weken.

    Let op

    Bij zeer frequente ernstige recidieven kan er sprake zijn van een EEM (erythema exsudativum multiforme), een toxisch-allergische reactie op de herpesinfectie.

    Bij verminderde nierfunctie het doseerinterval van het nucleoside-analogon aanpassen.

    Toelichting

    Er is beperkt bewijs dat langdurig gebruik van orale nucleoside-analoga de kans op een recidief koortslip vermindert. Gezien het goedaardige beloop van een koortslip, de beperkte klinische meerwaarde (ca. 0,1 tot 0,2 minder episoden per patiënt per maand) en de mogelijke bijwerkingen van orale nucleoside-analoga is terughoudendheid op zijn plaats. Alleen bij zeer frequente (meerdere keren per maand) en hinderlijke of uitgebreide recidieven en na goede voorlichting over bijwerkingen kan in samenspraak met de patiënt een lange preventieve kuur van 3-4 maanden met aciclovir (offlabel) of valaciclovir worden overwogen. Valaciclovir heeft hierin de voorkeur omdat het er voor geregistreerd is en vanwege de lagere doseerfrequentie. Aciclovir is eveneens onderzocht en heeft lage kosten, maar moet wel vaker gedoseerd worden. Famciclovir is niet geregistreerd voor (de profylaxe van) herpes labialis en is daarnaast ook niet onderzocht als een dergelijke lange preventieve kuur [7].

Herpes zoster

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Bij contact met personen die geen waterpokken hebben gehad of personen met een verminderde cellulaire afweer:

    • adviseer de patiënt de handen met zeep te wassen na contact met de blaasjes;
    • adviseer patiënten met verminderde cellulaire afweer om contact op te nemen bij mogelijke besmetting.

    Toelichting

    Herpes zoster is besmettelijk tot de laatste blaasjes zijn ingedroogd. Bij personen die geen waterpokken hebben gehad kan besmetting resulteren in waterpokken. Bij volwassenen kan een waterpokkeninfectie ernstiger verlopen en kunnen orale antivirale middelen nodig zijn. Zwangere vrouwen lopen een groter risico op complicaties indien zij in het verleden geen waterpokken hebben doorgemaakt (meer informatie: waterpokken en zwangerschap (RIVM)). De infectie is verder gevaarlijk voor patiënten met een gestoorde cellulaire afweer (bepaalde behandelingen bij leukemie en andere hematologische maligniteiten, HIV-infectie met een aantal CD4-T-lymfocyten < 500/mm³, bij chemotherapie met ernstige beenmergsuppressie of gebruik van immunosuppressiva) die daardoor waterpokken kunnen oplopen [1].

  2. Start medicamenteuze behandeling

  3. In het algemeen

    Overweeg lokale behandeling met een indifferente zalf bij een jeukende of irriterende huiduitslag:

    • zinkoxide (zalf) of
    • cetomacrogolzalf, lanettezalf of koelzalf.

    Overweeg pijnstilling:

    Toelichting

    Bij jeuk en irritatie kan een indifferente zalf verlichting geven [2]. Zink bevordert het indrogen van de blaasjes en vermindert de jeuk en irritatie [1]. Bij branderigheid en pijn kan initieel paracetamol worden geprobeerd. Bij hevige zenuwpijn zijn reguliere analgetica zoals paracetamol en NSAID's echter nauwelijks effectief en kan laagdrempelig amitriptyline (bij ouderen nortriptyline) worden toegepast [2, 12]. NSAID’sbij voorkeur vermijden omdat deze over het algemeen niet werkzaam zijn bij acute gordelroospijn én vanwege een (gering) verhoogd risico op ernstige dermatologische infectieuze complicaties (abcessen en wekedeleninfecties, zoals cellulitis) [2,12].

  4. Bij herpes zoster in het gelaat (elke leeftijd en ernst)

    Geef een oraal nucleoside-analogon gedurende 7 dagen:

    Behandeling zo spoedig mogelijk starten, maar in ieder geval binnen 72 uur na uitbreken van de eruptie of zolang er nog nieuwe blaasjes ontstaan.

    Let op

    Verwijs bij herpes zoster ophthalmicus mét een rood oog óf het teken van Hutchinson naar de oogarts. Verwijs bij alarmsymptomen (pijn in het oog, daling of verandering van het gezichtsvermogen, lichtschuwheid) dezelfde dag, zonder alarmsymptomen binnen één week. Ondanks orale antivirale middelen treden oogcomplicaties meestal na een week (soms langer) op, deze hebben specifieke behandeling en controle nodig [1].

    Bij verminderde nierfunctie het doseerinterval van het nucleoside-analogon aanpassen.

    Toelichting

    De NHG-Behandelrichtlijn Gordelroos adviseert voor de toepassing in de eerstelijnszorg een restrictief beleid in de toepassing van orale nucleoside-analoga bij herpes zoster. Volgens de Behandelrichtlijn deze middelen alleen inzetten bij herpes zoster in het gelaat, ongeacht leeftijd en ernst [1]. De LCI-richtlijn is minder restrictief in de toepassing van de nucleoside-analoga, waarbij deze kunnen worden ingezet bij lokalisatie in het trigeminusgebied, bij ernstige pijn, bij prodromale pijn langer dan één week voor het ontstaan van de huidafwijkingen, bij herpes zoster oticus, en bij personen ouder dan 50 jaar [9]. Volgens SWABID Herpes zoster is de toepassing van de orale nucleoside-analoga geïndiceerd bij: kort bestaande ziekte, immuungecompromitteerden, ernstige infecties, lokalisatie in het dermatoom van de nervus ophthalmicus (start behandeling bij voorkeur i.v.) of wanneer er meerdere dermatomen zijn aangedaan [6].

    Mogelijk reduceren bij herpes zoster ophthalmicus de orale antivirale middelen de kans op oogcomplicaties.

    Een herpes zoster oticus kan naast postherpetische neuralgie ook blijvende klachten van een facialisparese, vertigo, een verminderd gehoor of tinnitus geven. Verwijs dezelfde dag naar de KNO-arts of kinderarts in verband met de eventuele intraveneuze toediening van antivirale middelen en/of corticosteroïden [1].

    Voor de overige patiënten (volgens NHG: patiënten met een herpes zoster met een lokalisatie buiten het gelaat) geldt de aandoening als zelflimiterend en volstaat behandeling met een indrogend middel en eventueel analgetica. Meestal drogen de blaasjes binnen 7-10 dagen in, waarmee ook de besmettelijkheid verdwijnt. Antivirale middelen hebben mogelijk een gering effect op de ernst van de acute pijn en de genezingsduur van de huidafwijkingen. Aciclovir is bij immuuncompetente patiënten niet effectief ter preventie van postherpetische neuralgie (PHN) bij gordelroos; dit geldt waarschijnlijk ook voor de andere nucleoside-analoga die minder goed (famciclovir) of niet (valaciclovir) zijn onderzocht. Of bepaalde subgroepen (bv. oudere patiënten, met meer risicofactoren voor PHN) mogelijk wel baat hebben bij de antivirale middelen ter preventie van PHN is niet vastgesteld [1,10].

  5. Bij gestoorde cellulaire immuniteit (tweedelijnszorg)

    ongeacht de lokalisatie van de herpes zoster:

    Overleg met de behandelend specialist over het te volgen beleid i.v.m. eventuele intraveneuze behandeling met een virusstaticum; zie ook de Toelichting bij stap 1.

    • intraveneuze behandeling met een virusstaticum (aciclovir)

    Toelichting

    Patiënten met een gestoorde cellulaire immuniteit lopen meer kans op intracellulaire infecties door o.a. virussen. Bij deze patiëntencategorie wordt in bepaalde gevallen gekozen voor intraveneuze behandeling met virostatica ter preventie van levensbedreigende virusdisseminatie.

  6. Overweeg vaccinatie

    Overweeg:

    Let op

    De varicellavaccinatie wordt niet vergoed en is gecontra-indiceerd bij een verminderde afweer.

    Toelichting

    Het varicellavaccin (secundaire infectie) is een vaccin beschikbaar voor de secundaire preventie van gordelroos bij personen van 50 jaar en ouder. Gezien de beperkte effectiviteit en beschermingsduur heeft de Gezondheidsraad ontraden dit vaccin op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. Deze vaccinatie wordt niet op grote schaal aanbevolen, maar kan door individuen (gemotiveerd) gewenst worden [1,11]. De werking van het vaccin treedt na 4 weken in en houdt 3 jaar aan. Zie voor meer informatie het advies van de Gezondsheidsraad: Vaccinatie tegen gordelroos (pdf 0,6 MB, 2016) [11].

Achtergrond

Definitie

Deze inleiding is beperkt tot de behandeling van de volgende drie uitingsvormen van herpes-infecties: herpes genitalis, herpes labialis en herpes zoster. Voor de behandeling van waterpokken (veroorzaakt door varicella zoster) en de zesde ziekte (roseola, veroorzaakt door het humaan herpesvirus type 6) wordt verwezen naar de LCI-richtlijn Waterpokken en thuisarts.nl. De resterende humane herpesvirussen zijn het Epstein-Barr-virus, het cytomegalovirus en het Kaposi-sarcoom-herpesvirus. Deze worden hier niet besproken.

Herpes genitalis is een seksueel overdraagbare aandoening, veroorzaakt door het herpes-simplexvirus type 1 of 2 (HSV-1 en HSV-2).

Herpes simplex is een vaak recidiverende uitslag van huid en slijmvliezen, veroorzaakt door het HSV-1. De uitslag is meestal gelokaliseerd op of rond de lippen of mondslijmvlies en wordt dan ook wel herpes labialis, koortslip of koortsuitslag genoemd. Besmetting met HSV-2 kan ook een koortslip geven, maar veroorzaakt zelden een recidief.

Herpes zoster is de secundaire manifestatie van een eerdere infectie met het varicella-zostervirus. Na de primaire infectie, welke zich meestal op de kinderleeftijd manifesteert als waterpokken, trekt het virus zich terug in de sensibele ganglia. Door afname van de cellulaire afweer tegen het virus, kan het virus weer actief worden en zich via de betrokken sensibele zenuw verspreiden; zodoende bevinden de blaasjes en het erytheem zich meestal in één of meer dermatomen. Karakteristiek is het een begrensde, eenzijdige huidaandoening, gekenmerkt door gegroepeerde blaasjes en erytheem, met meestal hieraan voorafgaande pijn. Specifieke uitingen zijn de herpes zoster ophthalmicus (in het verzorgingsgebied van de eerste tak van de nervus trigeminus) en herpes zoster oticus (verzorgingsgebied nervus facialis en soms ook nervus vestibulocochlearis).

Symptomen

Herpes genitalis verloopt vaak asymptomatisch. Tijdens een primo-infectie kan de prodromale fase gepaard gaan met koorts, malaise, spierpijn, gevolgd door:

  • bij vrouwen: pijn, jeuk, dysurie, fluor, lymfadenopathie;
  • bij mannen: urethritis, balanitis.

Na ongeveer een week verschijnen met helder vocht gevulde blaasjes, die vervolgens kapot gaan waarbij ulcera en erosies ontstaan.

Bij herpes simplex/labialis ontstaan eerst lichte zwelling en roodheid, vervolgens ontstaan blaasjes, die uiteindelijk indrogen tot korstjes. De blaasjes bevinden zich meestal op of rond de lippen of het mondslijmvlies en worden vaak voorafgegaan door plaatselijke branderige pijn. Incidenteel kan herpes simplex ook op andere plekken van de huid optreden. Na één tot twee weken treedt bij gezonde (immuuncompetente) personen spontane genezing op zonder littekens.

Bij herpes zoster zijn de huidlaesies meestal beperkt tot één of enkele naast elkaar gelegen dermatomen. Voorafgaand aan het zichtbaar worden van de laesies kunnen er prodromale verschijnselen zijn, zoals pijn, tintelingen, overgevoeligheid van de huid en jeuk. De laesies zelf gaan vaak gepaard met hevige zenuwpijn en paresthesieën. Verder kunnen koorts, algehele malaise en pijnlijke regionale lymfadenopathie optreden. De laesies bevinden zich meestal (80-90%) op de romp (gordelroos) aan één zijde van het lichaam en soms in het gelaat (10-20%). De meest voorkomende complicatie is persisterende pijn (> 3 maanden) na doorgemaakte gordelroos; postherpetische neuralgie (PHN), die bij oudere patiënten langdurig kan blijven bestaan. Bij herpes zoster in het gelaat kunnen oculaire complicaties optreden; zo kunnen keratitis, conjunctivitis, uveïtis, ptosis of episcleritis voorkomen. Zeldzamer hierbij zijn scleritis, retinitis of neuritis optica. Een herpes zoster oticus kan naast postherpetische neuralgie ook blijvende klachten van een facialisparese, vertigo, een verminderd gehoor of tinnitus geven.

Behandeldoel

De behandeling is gericht op het bestrijden van de infectie en symptomen, het genezen van de huidlaesies, het voorkomen van verdere verspreiding en preventie van complicaties, zoals secundaire infecties.

Uitgangspunten

Niet-medicamenteuze adviezen zijn erg belangrijk in verband met de besmettelijkheid van met name herpes genitalis en herpes labialis. Herpes zoster is alleen besmettelijk voor mensen die niet eerder waterpokken hebben gehad. Zwangere vrouwen lopen een groter risico van complicaties indien zij in het verleden geen waterpokken hebben doorgemaakt.

Behandeling van herpes genitalis, herpes simplex/labialis en herpes zoster is gericht op symptoombestrijding door middel van indroging van de blaasjes, vermindering van jeuk en irritatie met behulp van indifferente middelen met zinkoxide of zinksulfaat. Voeg hier eventueel lokaal lidocaïne aan toe. Wanneer lokale pijnbestrijding onvoldoende effect heeft, kan tevens systemische pijnbestrijding worden gegeven. Paracetamol is dan eerste keus. Bij neuropathische pijn in het kader van een herpes zoster neuralgie zal dit niet effectief zijn, het advies is dan om laagdrempelig te starten met amitriptyline (nortriptyline bij ouderen).

Behandeling met een (oraal) nucleoside-analogon (aciclovir, famciclovir of valaciclovir) is alleen geïndiceerd bij:

  • zwangeren met herpes genitalis;
  • patiënten met ernstige symptomen van herpes genitalis;
  • frequente ernstige recidieven bij herpes genitalis of labialis;
  • immuungecompromitteerde patiënten;
  • in het gelaat gelokaliseerde herpes zoster.

In verband met het gebruiksgemak (lagere doseerfrequentie) gaat de voorkeur uit naar valaciclovir of (m.u.v. bij herpes labialis) famciclovir.

Herpes bij neonaten, herpes zoster oticus, herpes zoster ophthalmicus mét een rood oog óf het teken van Hutchinson en complicaties bij volwassenen worden in de tweedelijnszorg behandeld. Verwijs bij een herpes zoster ophthalmicus met alarmsymptomen (pijn in het oog, daling of verandering van het gezichtsvermogen, lichtschuwheid) dezelfde dag naar de oogarts, zonder alarmsymptomen binnen één week.

Geneesmiddelen

adstringentiaToon kosten

anesthetica, lokaal, overigeToon kosten

antivirale middelen, lokaalToon kosten

fosfonzuurderivatenToon kosten

nucleoside en nucleotide analogaToon kosten

vaccinsToon kosten

Literatuur

  1. NHG-behandelrichtlijn Gordelroos (herpes zoster) 2018.
  2. https://www.thuisarts.nl/gordelroos [geraadpleegd april 2018].
  3. NHG-Standaard Het soa-consult (Eerste herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 450-63.
  4. LCI-richtlijn Herpessimplexvirusinfecties. Bilthoven: RIVM, 2011.
  5. Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). Multidisciplinaire Richtlijn Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (soa) voor de 2e lijn. 2012.
  6. SWAB. Het Nationale AntibioticaBoekje. Beschikbaar via www.swabid.nl [geraadpleegd juli 2016].
  7. NHG-behandelrichtlijn Koortslip (herpes labialis) 2017.
  8. Opstelten W, Eekhof JAH, Knuistingh Neven A, et al. Herpes zoster. Huisarts Wet 2003; 46: 101-4.
  9. LCI-richtlijn Waterpokken en Gordelroos. Bilthoven: RIVM, 2014.
  10. Chen N, Li Q, Yang J, et al. Antiviral treatment for preventing postherpetic neuralgia. Cochrane Database Syst Rev 2014: CD006866.
  11. Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen gordelroos. Den Haag, 2016.
  12. Mikaeloff Y, Kezouh A, Suissa S. Nonsteroidal anti‐inflammatory drug use and the risk of severe skin and soft tissue complications in patients with varicella or zoster disease. Br J Clin Pharmacol. 2008; volume 65 issue 2: 203-9.

Zie ook