Samenstelling

Amitriptyline (hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
filmomhulde tablet
Sterkte
10 mg, 25 mg, 50 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Ernstige depressieve stoornis: Kies bij de behandeling van een depressieve episode een antidepressivum op basis van comorbiditeit, bijwerkingen, interacties, ervaring en prijs. Bij eerstelijnszorg wordt een tricyclisch antidepressivum (TCA) of selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI) aanbevolen. Voor de SSRI’s is er lichte voorkeur vanwege een iets gunstiger bijwerkingenprofiel. Start in tweedelijnszorg eventueel met een TCA, een SSRI, niet-selectieve serotonineheropnameremmer (SNRI), mirtazapine of bupropion. Bij klinisch opgenomen patiënten heeft een TCA de voorkeur. Binnen de TCA’s is er voorkeur voor middelen waarmee veel ervaring is opgedaan: amitriptyline, nortriptyline, imipramine of (bij een comorbide angststoornis) clomipramine.

De plaats van een antidepressivum bij de behandeling van een depressieve episode van een bipolaire stoornis is in algemene zin controversieel vanwege het beperkte bewijs voor effectiviteit. Als een antidepressivum wordt toegevoegd, hebben SSRI’s (uitgezonderd paroxetine) en bupropion de voorkeur. Het toevoegen van een serotonine-noradrenaline-heropnameremmer (SNRI) of een tricyclisch antidepressivum (TCA) (uitgezonderd imipramine) pas overwegen als andere antidepressiva niet effectief zijn gebleken. Antidepressiva kunnen een manie uitlokken. Voor de standaardbehandeling van een bipolaire stoornis, zie Bipolaire stoornis.

Bij trigeminusneuralgie is carbamazepine de eerste keus als proefbehandeling. Bij neuropathische pijn anders dan trigeminusneuralgie is een tricyclisch antidepressivum (TCA) de eerste keus (amitriptyline en bij ouderen nortriptyline). Als een TCA onvoldoende effectief of gecontra-indiceerd is of ongewenste bijwerkingen heeft, kan een anti-epilepticum effectief zijn, bij voorkeur gabapentine of pregabaline. Combineer eventueel bij onvoldoende effect de laatstgenoemde middelen met een lage dosering TCA. Bij HIV-neuropathie zijn bovengenoemde middelen niet effectief.

Bij chronische spanningshoofdpijn : bij spanningshoofdpijn kan relaxatietraining en verandering van levensstijl effect hebben. Treedt het frequent op, dan kan kortdurend paracetamol of een NSAID gebruikt worden. Bij chronische spanningshoofdpijn is terughoudendheid geboden met gebruik van analgetica. Profylaxe met amitriptyline is een mogelijke behandeling als tweedelijnszorg .

Bij migraineprofylaxe wordt amitriptyline toegepast als een derdekeusmiddel; de voorkeur gaat echter uit naar metoprolol. Bij een contra-indicatie voor of onvoldoende werkzaamheid van een β-blokker komen vervolgens topiramaat of valproïnezuur als tweede keus in aanmerking.

Enuresis nocturna (bedplassen) wordt niet-medicamenteus behandeld met gedragstherapeutische maatregelen volgens een stappenplan. De medicamenteuze behandeling van enuresis nocturna heeft een beperkte plaats en kan worden overwogen bij een leeftijd > 5 jaar. Kortdurend gebruik van desmopressine oraal heeft de voorkeur.

Amitriptyline is minder effectief en heeft een minder gunstig bijwerkingenprofiel dan desmopressine oraal.

Offlabel indicatie: Bij diabetische polyneuropathie wordt amitriptyline ook wel offlabel toegepast.

Indicaties

Bij volwassenen:

  • ernstige depressie;
  • neuropatische pijn;
  • profylaxe van chronische spanningshoofdpijn (CTTH);
  • profylaxe van migraine;
  • offlabel: diabetische polyneuropathie.

Bij kinderen:

  • enuresis nocturna bij kinderen ≥ 6 jaar, wanneer organische oorzaken (zoals spina bifida) zijn uitgesloten en bij afwezigheid van respons bij alle andere (niet-medicamenteuze/medicamenteuze) behandelingen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hierover op Tricyclische antidepressiva van tdm-monografie.org (van NVZA).

Overweeg een ECG vóór start van de behandeling, vooral bij ouderen en bij bestaande cardiovasculaire aandoeningen.

Bij enuresis nocturna: sluit QT-verlenging middels ECG uit, vóór start van de behandeling. Bij langdurige behandeling is elke 3 maanden medische herevaluatie noodzakelijk.

Niet alle doseringsschema's kunnen worden bereikt met de beschikbare sterkten. Kies de juiste sterkte voor de dosisverhogingen.

Klap alles open Klap alles dicht

Ernstige depressie:

Volwassenen ≤ 65 j:

Begindosering: 25 mg 2×/dag. Zo nodig elke 2 dagen verhogen met 25 mg tot max. 75 mg 2× per dag; daarna titreren naar de laagste nog effectieve dosis. De behandeling lang genoeg voortzetten, gewoonlijk tot 6 maanden na herstel; daarna geleidelijk afbouwen over een periode van enkele weken.

Ouderen (> 65 j.) en patiënten met hart- en vaatziekten:

Begindosering: 's avonds 10–25 mg. Afhankelijk van de individuele respons en of het te verdragen is de dagelijkse dosis zonodig verhogen tot 100–150 mg, opgesplitst in twee doses. Wees voorzichtig bij doses boven 100 mg. Daarna titreren naar de laagste nog effectieve dosis. De behandeling lang genoeg voortzetten, gewoonlijk tot 6 maanden na herstel; daarna geleidelijk afbouwen over een periode van enkele weken.

Neuropathische pijn, profylaxe van chronische spanningshoofdpijn (CTTH) en van migraine:

Volwassenen ≤ 65 j:

Begindosering: 's avonds 10–25 mg, om de 3–7 dagen geleidelijk verhogen met 10 óf 25 mg/dag. Aanbevolen doses zijn 25–75 mg/dag. Wees voorzichtig met doses boven 100 mg. De dosis 1×/dag 's avonds geven of opgesplitst in 2 doses; een enkelvoudige dosis van meer dan 75 mg wordt afgeraden. De onderhoudsdosering is de laagste nog effectieve dosis. Het analgetische effect wordt gewoonlijk waargenomen na 2-4 weken toediening.

Volgens de NHG standaard Pijn (2016), bij neuropathische pijn: begindosering: 's avonds 10–25 mg, op geleide van effect en bijwerkingen elke 1–2 weken geleidelijk verhogen met 25 mg/dag tot maximaal 125 mg/dag.

Behandelduur neuropathische pijn: meestal is een behandelduur van enkele jaren noodzakelijk, aanbevolen wordt dit regelmatig te evalueren.

Behandelduur profylaxe van chronische spanningshoofdpijn (CTTH) en migraine: er wordt aanbevolen om regelmatig te evalueren of de behandeling nog wenselijk is.

Ouderen (> 65 j.) en patiënten met hart- en vaatziekten:

Begindosering: 's avonds 10–25 mg. Afhankelijk van de individuele respons en of het te verdragen is de dagelijkse dosis zonodig verhogen. Wees voorzichtig met doses boven 75 mg, deze kunnen worden opgesplitst in 2 doses.

Volgens de NHG standaard Pijn (2016), bij neuropathische pijn: start bij ouderen met een lage dosering (10 mg) en verhoog langzaam.

Behandelduur bij neuropathische pijn: meestal is een behandelduur van enkele jaren noodzakelijk, aanbevolen wordt dit regelmatig te evalueren.

Behandelduur profylaxe van chronische spanningshoofdpijn (CTTH) en migraine: er wordt aanbevolen om regelmatig te evalueren of de behandeling nog wenselijk is.

Enuresis nocturna:

Kinderen 6–10 jaar:

10–20 mg, toedienen 1–1,5 uur voor het slapengaan. Verhoog de dosis geleidelijk. Maximale behandelduur is 3 maanden; geleidelijk afbouwen. Na medische beoordeling kan zo'n behandelcyclus zonodig herhaald worden.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: 1 –1,5 mg/kg/dag in 1 dosis.

Kinderen vanaf 11 jaar:

25–50 mg, toedienen 1–1,5 uur voor het slapengaan. Verhoog de dosis geleidelijk. Maximale behandelduur is 3 maanden; geleidelijk afbouwen. Na medische beoordeling kan zo'n behandelcyclus zonodig herhaald worden.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: 1–1,5 mg/kg/dag in 1 dosis.

Offlabel: (Diabetische) polyneuropathie:

Volwassenen:

Volgens de NVN-richtlijn polyneuropathie (2005): begindosering: 25 mg 1×/dag 's avonds voor het slapen gaan. Ophogen met 25 mg per keer. Maximaal 75–125 mg/dag. Bij een groot deel van de patiënten kan een behandeling met een duur van een aantal jaren noodzakelijk zijn.

Bij ouderen: begindosering: 10 mg 1×/dag 's avonds voor het slapengaan.

Pas bij CYP2D6-polymorfisme zonodig de dosering of het middel aan in overleg met de apotheker.

In combinatie met sterke CYP2D6-remmers: wees voorzichtig met de combinatie: overweeg afhankelijk van de individuele respons van de patiënt en aan de hand van de plasmaspiegel een lagere dosis amitriptyline. Combinatie met terbinafine is gecontra-indiceerd. Zie ook de rubriek Interacties.

Leverfunctiestoornis: het wordt aangeraden voorzichtig te doseren en, indien mogelijk, de plasmaspiegel te bepalen.

Nierfunctiestoornis: er is geen dosisaanpassing nodig bij verminderde nierfunctie.

De tabletten heel doorslikken met water.

Bij staken van de behandeling, dit middel geleidelijk afbouwen over een periode van enkele weken.

Bijwerkingen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Zeer vaak (> 10%): anticholinerge effecten (zoals droge mond, misselijkheid, obstipatie, accommodatiestoornis, palpitaties en tachycardie), (orthostatische) hypotensie. Gewichtstoename, sedatie, slaperigheid, duizeligheid, hoofdpijn, tremor, spraakaandoening (dysartrie). Verstopte neus, overmatige transpiratie, agressie.

Vaak (1-10%): cardiovasculaire afwijkingen (bv. geleidingsstoornis, ventriculaire disfunctie, atrioventriculair blok, abnormaal ECG zoals verlengd QT- en QRS-complex). Concentratiestoornis, smaakstoornis, paresthesie, ataxie, verwardheid, onrust. Vermoeidheid, dorst. Verminderde libido, erectiestoornis. Mydriase, mictiestoornissen, hyponatriëmie.

Soms (0,1-1%): verhoogde intraoculaire druk, convulsie, oorsuizen. Hypertensie, verergering van hartfalen, andere aritmieën, flauwvallen. Braken, diarree, leverinsufficiëntie (waaronder cholestase). Tongoedeem, gezichtsoedeem, huiduitslag, urticaria. (Hypo)manie, angst, slapeloosheid, nachtmerries. Galactorroe, urineretentie.

Zelden (0,1-0,01%): verminderde eetlust, vergroting speekselklieren, paralytische ileus, gewichtsafname. Geelzucht, stijging levertransaminasewaarden en alkalische fosfatase. Beenmergdepressie, agranulocytose, trombocytopenie, leukopenie, eosinofilie. Suïcidale gedachten/ gedrag, delier (bij ouderen), hallucinaties (m.n. bij schizofrenie). Alopecia, gynaecomastie, fotosensibilisatie, koorts,

Zeer zelden (< 0,01%): Cardiomyopathie, 'torsade de pointes', acathisie, polyneuropathie. Alveolitis, Löffler-syndroom. Acuut glaucoom. Na start behandeling of na dosisverhoging, syndroom dat lijkt op antipsychotisch maligne syndroom (spierstijfheid, koorts, tachycardie, tremor).

Verder zijn gemeld: Myocardinfarct, myocarditis door overgevoeligheid, syncope, hyperthermie. Abnormaal EEG, coma, perifere neuropathie, myoclonus, extrapiramidale stoornis, dysartrie, expressieve afasie, beroerte. Ontsteking van het mondslijmvlies, opgezette oorspeekselklier, zwarte tong, buikpijn, anorexie, hiatus hernia, cholestase, hepatitis. Jeuk, purpura, kaalheid. Ejaculatiestoornis, orgasmestoornis bij vrouw, testiculaire zwelling, urethradilatatie, ureterdilatatie, pollakisurie, SIADH. Asthenie, oedeem, veranderd bloedglucose. Agitatie, rusteloosheid, desoriëntatie, wanen, paranoia. Bij gebruik van SSRI's en TCA's neemt, vooral bij een leeftijd > 50 jaar, de kans op botfracturen toe.

Bij enuresis nocturna zijn de meest frequente bijwerkingen: slaperigheid, anticholinerge effecten, lichte transpiratie en jeuk.

Interacties

Amitriptyline is vooral een substraat voor CYP2D6 en CYP2C19.

Gecontra-indiceerd:

Gelijktijdig gebruik van amitriptyline met MAO-remmers (niet-selectieve en selectieve A (moclobemide) en B (selegiline)), in verband met risico op het serotonine syndroom met o.a. agitatie, verwardheid, tremor, hyperthermie en myoclonus.

Behandeling met amitriptyline pas beginnen 14 dagen na de laatste gift van een irreversibele niet-selectieve MAO-remmer en minimaal één dag na de laatste gift van de reversibele MAO-remmer moclobemide. De MAO-remmer pas starten na 14 dagen na staken van amitriptyline.

Niet aanbevolen:

Gelijktijdig gebruik met sympathicomimetica waaronder adrenaline, isoprenaline, noradrenaline en fenylefrine, kan de cardiovasculaire effecten versterken.

TCA's verminderen de bloeddrukverlagende werking van centraal werkende antihypertensiva zoals methyldopa en clonidine.

Wees voorzichtig met de combinatie met andere geneesmiddelen die het QT–interval verlengen zoals amiodaron, kinidine, disopyramide, sotalol, domperidon, sommige antipsychotica (vooral pimozide en sertindol), methadon, macrolide antibiotica, fluorchinolonen, enkele antimycotica, selectieve serotonine 5HT3- receptorantagonisten (granisetron, ondansetron). Wees ook voorzichtig bij het gelijktijdig toedienen van geneesmiddelen die de elektrolytenhuishouding verstoren (zie ook de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen).

TCA's versterken het effect van anticholinergica op het oog, het centraal zenuwstelsel, de darmen en de blaas. Ook is er meer kans op hyperpyrexie, vooral bij warm weer.

Antimycotica: terbinafine verhoogt door remming van CYP2D6 de plasmaspiegels en bijgaande toxiciteit van TCA's. Syncope en 'torsade de pointes' zijn gemeld. Fluconazol verhoogt via diverse mechanismen de plasmaspiegels van amitriptyline.

Gelijktijdig gebruik van tramadol verhoogt de kans op insulten en het serotoninesyndroom.

Gelijktijdig gebruik met de sterke CYP1A2-remmer fluvoxamine kan de plasmaconcentraties van amitriptyline verhogen.

Overige interacties:

De werking van alcohol, barbituraten en andere centraal dempende stoffen kan worden versterkt. Er is bij aanwezigheid van ethanol verhoging gemeld van de vrije plasmaconcentraties van amitriptyline en nortriptyline.

Elektroconvulsieve therapie kan risico's van de behandeling vergroten.

Anesthetica kunnen bij gelijktijdig gebruik met tri-/tetracyclische antidepressiva het risico op aritmieën en hypotensie verhogen. Zo mogelijk wordt dit geneesmiddel enkele dagen voor een operatie gestaakt. In het geval van een spoedoperatie dient de anesthesist te worden ingelicht dat de patiënt hiermee wordt behandeld.

CYP2D6-remmers, waaronder bepaalde antipsychotica, SSRI's, β-blokkers en anti-aritmica kunnen een aanzienlijke toename in de plasmaconcentraties veroorzaken. Voorbeelden van sterke CYP2D6-remmers zijn onder meer bupropion, fluoxetine, paroxetine en kinidine. Overweeg om bij gelijktijdige toediening met CYP2D6-remmers de TCA-plasmaspiegels te meten. Combinatie met terbinafine is gecontra-indiceerd.

Overige CYP-remmers zoals cimetidine, methylfenidaat en calciumkanaalblokkers (bv. diltiazem en verapamil) kunnen de plasmaspiegels van TCA's en de bijgaande toxiciteit verhogen.

CYP-inductoren zoals rifampicine, fenytoïne, barbituraten, carbamazepine en sint-janskruid (Hypericum perforatum) kunnen door verhoogde metabolisme van TCA's leiden tot lagere plasmaspiegels en verminderde reactie op TCA's.

Zwangerschap

Amitriptyline en de actieve metaboliet nortriptyline passeren de placenta.
Teratogenese: Ruime ervaring met amitriptyline tijdens de zwangerschap wijst niet op een toegenomen kans op aangeboren afwijkingen.
Farmacologisch effect: Bij chronisch gebruik en na toediening in de laatste weken kunnen neonatale onthoudingsverschijnselen optreden (zoals prikkelbaarheid, hypertonie, tremoren, onregelmatige ademhaling, slecht drinken en hard huilen) en soms anticholinerge verschijnselen (urineretentie, obstipatie).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. In verband met veranderende farmacokinetiek in de zwangerschap is het aan te raden om regelmatig plasmaspiegels te bepalen. In het 2e en met name het 3e trimester kunnen de plasmaspiegels dalen en is dosisverhoging misschien noodzakelijk.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden (amitriptyline, nortriptyline). De verhouding van de melk-/plasmaconcentratie is ca. 1:1; zuigelingen krijgen ca. 2% van de gewichtsgerelateerde dosis bij de moeder (mg/kg) per dag met de voeding binnen. Er zijn geen nadelige effecten op de zuigeling gemeld bij gebruik van amitriptyline.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt. De voorkeur gaat uit naar nortriptyline, omdat daarmee de meeste ervaring is.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor tricyclische antidepressiva;
  • recent myocardinfarct, hartblokkade, hartritmestoornis, coronaire insufficiëntie;
  • ernstige leverfunctiestoornis.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Het verdient aanbeveling in de eerste 10 weken van behandeling het bloedbeeld te controleren bij optreden van keelpijn en koorts.

Comorbiditeit: wees terughoudend bij cardiale aandoeningen, vasculaire aandoeningen, hypotensie, epilepsie, organische hersenbeschadiging, urineretentie, prostaathypertrofie, pylorusstenose, hyperthyreoïdie, behandeling met schildkliermedicatie, lever- en nierfunctiestoornis.

Cardiovasculaire toxiciteit: hartritmestoornissen (waaronder QT-verlenging) en ernstige hypotensie komen relatief vaak voor bij hoge dosering. Ze kunnen zich ook voordoen bij een normale dosering bij reeds bestaande hartaandoeningen. Regelmatige controle van de bloeddruk is nodig. Vóór aanvang van de behandeling een ECG overwegen om een lang-QT-syndroom uit te sluiten (bij behandeling van enuresis nocturna standaard uitvoeren). Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals hypocalciëmie, hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte, bradycardie, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen en congenitaal of verworven QT-verlenging; wees extra voorzichtig bij ouderen, omdat bij hen sprake kan zijn van pro-aritmische aandoeningen. Ook bij hyperthyreoïdie of bij gebruik van schildkliermedicatie kunnen hartritmestoornissen voorkomen. Zie voor andere interacties die hartritmestoornissen kunnen geven de rubriek Interacties. Bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren regelmatig elektrolyten controleren en ECG beoordelen. Informeer naar plots overlijden van jonge familieleden, omdat dit een indicatie kan zijn van een aangeboren verlengde QT-tijd.

Suïcide: depressie wordt geassocieerd met een vergroot risico van suïcidale gedachten. De kans op suïcide kan in de vroege stadia van de behandeling toenemen. Observeer daarom de patiënt nauwgezet, vooral in de eerste week van de behandeling en na dosisaanpassingen. Geef de patiënt geen grote hoeveelheden antidepressiva tegelijk. Bij verergering van de aandoening, bij suïcidale neigingen of andere psychiatrische symptomen overwegen om de therapie te wijzigen. Breng patiënten en hun zorgverleners op de hoogte van de noodzaak om goed te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag/gedachten en ongewone gedragsveranderingen en laat hen onmiddellijk contact opnemen met de arts wanneer dergelijke symptomen zich voordoen. Er is meer kans op suïcide en suïcidale gedachten bij personen < 25 jaar, en bij suïcidaal gedrag of gedachten in de anamnese. Suïcidale gedachten/gedrag kunnen zich overigens ook voordoen tijdens de vroege behandeling met amitriptyline voor aandoeningen anders dan depressie; dan dezelfde voorzorgen nemen zoals hierboven beschreven. Amitriptyline niet gebruiken voor depressie bij personen < 18 jaar, omdat de werkzaamheid en de langetermijngevolgen op groei, maturatie en cognitieve gedragsontwikkeling voor deze leeftijdsgroep niet is vastgesteld.

Elektroconvulsieve therapie kan risico's van de behandeling vergroten.

Bij een manisch-depressieve patiënt kan een verschuiving naar een manische fase optreden. Indien dit gebeurt, de behandeling met amitriptyline stopzetten.

Glucosehuishouding: depressie en amitriptyline zelf beïnvloeden de glucosehuishouding. Een aanpassing van antidiabetische medicatie kan nodig zijn.

Enuresis nocturna: vóór de start van de behandeling met amitriptyline lang-QT syndroom door middel van een ECG uitsluiten. Bij deze behandeling amitriptyline niet combineren met een anticholinergicum. Ook bij deze indicatie kan gebruik van amitriptyline leiden tot suïcidale gedachten/gedrag; dan dezelfde voorzorgen nemen zoals beschreven onder de alinea 'Suïcide'. Bij enuresis nocturna niet gebruiken bij kinderen < 6 jaar.

Wees voorzichtig bij ouderen vanwege een verhoogde gevoeligheid voor orthostatische hypotensie, anticholinerge en cardiovasculaire bijwerkingen. Vanwege meer kans op cariës is gebitscontrole aangewezen.

Overige risico's van de behandeling: een aanval van acuut glaucoom kan geprovoceerd worden door pupildilatatie bij patiënten met een zeldzame oogafwijkingen, zoals een ondiepe voorste oogkamer of een nauwe kamerhoek.

Onthoudingsverschijnselen zoals malaise, misselijkheid, prikkelbaarheid en slaapstoornissen kunnen optreden bij plotseling staken van de behandeling na langdurige toediening; daarom de dosering langzaam afbouwen.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering

Symptomen
Mydriase, urineretentie, droge slijmvliezen, verminderde darmmotiliteit, ernstige hypotensie, convulsies, ademhalingsdepressie, ernstige aritmieën, cardiale shock en coma. Kinderen zijn met name gevoelig voor cardiotoxiciteit en insulten. Verandering in ECG is een belangrijke indicator voor toxiciteit.

Zie voor meer symptomen en behandeling toxicologie.org/tricyclische-antidepressiva en vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Tricyclisch antidepressivum (TCA) met sterk antihistaminerge en sterk anticholinerge werking. Het remt de synaptische heropname van noradrenaline en serotonine in de hersenen, wat waarschijnlijk gerelateerd is aan de antidepressieve werking. Tevens matig sterke α1-blokkerende werking.

Amitriptyline heeft ook een ionenkanaalblokkerend effect op de natrium-, kalium- en NMDA-kanalen op zowel centraal niveau als in het ruggenmerg. Dit induceert het pijnstillende effect bij de behandeling van neuropathische pijn, profylaxe van chronische spanningshoofdpijn en profylaxe van migraine.

Bij opvallend weinig werkzaamheid kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Werking: de antidepressieve en analgetische effecten meestal na 2–4 weken; bij enuresis nocturna al in de eerste dagen.

Kinetische gegevens

Eiwitbindingca. 95%.
Metaboliseringin de lever via CYP2C19-, CYP3A4- en CYP1A2-demethylering tot actief nortriptyline. Zowel amitriptyline als nortriptyline worden via CYP2D6 gemetaboliseerd tot E-10-hydroxymetabolieten, die een zwakke antidepressieve werking hebben.
Eliminatievnl. met de urine, als metabolieten.
T 1/2elgem. 25 uur (amitriptyline) en gem. 26 uur (nortriptyline), met grote interindividuele variatie.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

amitriptyline hoort bij de groep tricyclische antidepressiva.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook