Samenstelling

Actilyse (= weefselplasminogeenactivator, rtPA) Boehringer Ingelheim bv

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
20 mg
Verpakkingsvorm
met solvens 20 ml

20 mg komt overeen met 11,6 miljoen IE.

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
50 mg
Verpakkingsvorm
met solvens 50 ml

50 mg komt overeen met 29 miljoen IE.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Vooralsnog verdient geen van de trombolytica die worden toegepast bij het acute myocardinfarct op basis van effectiviteit of veiligheid de voorkeur. De Commissie adviseert dan ook bij de keuze van het trombolyticum op het kostenaspect te letten; zie resultatenoverzicht van middelen met vergelijkbare werking op medicijnkosten.nl.

Een veneuze trombo-embolie of longembolie kan behandeld worden met een direct werkend oraal anticoagulans (DOAC) of met de combinatie van een laagmoleculairgewicht heparine (LMWH) en een vitamine K-antagonist (VKA) als initiële behandeling, gevolgd door een 3–6 maanden durende onderhoudsbehandeling met een VKA. Bij een levensbedreigende longembolie of bij phlegmasia caerulea dolens kan trombolyse worden toegepast.

Indicaties

  • Acuut myocardinfarct;
  • Acute massale longembolie met een instabiele hemodynamie;
  • Acuut niet-hemorragisch herseninfarct, indien intracraniale bloeding is uitgesloten.

Gerelateerde informatie

Dosering

De behandeling zo spoedig mogelijk na optreden van de symptomen beginnen. De oplossing (1 mg/ml òf 2 mg/ml) kan zo nodig verder worden verdund tot minimaal 0,2 mg/ml met een steriele NaCl-oplossing 0,9%.

Klap alles open Klap alles dicht

Acuut myocardinfarct:

Volwassenen:

Bij start van de behandeling binnen 6 uur na optreden van de symptomen: Bij lichaamsgewicht ≥ 65 kg: 15 mg als i.v. bolus: daarna 50 mg als i.v. infuus gedurende de eerste 30 min, gevolgd door een i.v. infuus van 35 mg per 60 min tot de totale maximale dosis van 100 mg. Bij lichaamsgewicht < 65 kg: 15 mg als i.v. bolus; daarna 0,75 mg/kg lichaamsgewicht als i.v. infuus gedurende de eerste 30 min (max. 50 mg), gevolgd door een i.v. infuus van 0,5 mg/kg per 60 min (max. 35 mg).

Bij start van de behandeling tussen 6–12 uur na optreden van de symptomen: Bij lichaamsgewicht ≥ 65 kg: 10 mg als i.v. bolus; daarna 50 mg als i.v. infuus gedurende de eerste 60 min, gevolgd door een i.v. infuus van 10 mg per 30 min tot de totale maximale dosis van 100 mg in 3 uur. Bij lichaamsgewicht < 65 kg: totale dosis max. 1,5 mg/kg.

Aanvullende therapie: acetylsalicylzuur: zo spoedig mogelijk na het optreden van de symptomen, levenslang voortzetten.

Longembolie:

Volwassenen:

Bij lichaamsgewicht ≥ 65 kg: Totale dosis 100 mg i.v. in 2 uur, meestal: 10 mg als i.v. bolus in 1–2 min, gevolgd door i.v. infuus van 90 mg in 2 uur. Bij lichaamsgewicht < 65 kg: totale dosis max. 1,5 mg/kg. Aanvullende therapie: na behandeling met alteplase: (opnieuw) heparine indien de aPTT (activated partial tromboplastin time) kleiner is dan tweemaal de hoogste normaalwaarde.

Acuut herseninfarct:

Volwassenen tot 80 jaar:

Toediening zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 4,5 uur na optreden van de eerste symptomen; 0,9 mg/kg lichaamsgewicht als i.v. infuus binnen 60 min, waarvan 10% van de totale dosis als i.v. bolus, max. 90 mg in totaal. Aanvullende therapie: toediening in combinatie met acetylsalicylzuur of i.v. heparine binnen 24 uur na het optreden van de symptomen is onvoldoende onderzocht. Toediening ervan gedurende de eerste 24 uur na behandeling met alteplase dient te worden vermeden. Indien voor andere indicaties toch heparine noodzakelijk is, dan is de max. dosering s.c. 10.000 IE per dag.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): bloedingen uit beschadigde bloedvaten (zoals hematomen). Terugkerende ischemie/angina, hypotensie, hartfalen/longoedeem na een myocardinfarct. Bij een acuut herseninfarct: intracerebrale bloeding.

Vaak (1-10%): faryngeale bloeding, maag-darmbloeding, ecchymose of urogenitale bloeding, bloeding op de injectieplaats. Hartstilstand, cardiogene shock, reïnfarct. Bij acuut myocardinfarct of longembolie: intracerebrale bloeding.

Soms (0,1-1%): oorbloeding, longbloeding, neusbloeding. Mitralisinsuffuciëntie, longembolie, perifeer embolie/ cerebrale embolie en ventriculair septum deficiëntie. Aritmieën ten gevolge van reperfusie. Bloeddrukverlaging.

Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheidsreacties of anafylactoïde reacties (zoals allergische reacties met huiduitslag, urticaria, bronchospasme, hypotensie, angio-oedeem, shock). Oogbloeding, harttamponade, retroperitoneale bloeding. Misselijkheid.

Zeer zelden (< 0,01%): zenuwstelselaandoeningen (zoals convulsies, afasie, spraakstoornis, delirium, acuut hersensyndroom, agitatie, verwardheid, depressie en psychose) vaak in combinatie met ischemische of hemorragische cerebrovasculaire aandoeningen. Ernstige anafylactische reacties.

Verder zijn gemeld: bloeding van parenchymateuze organen. Braken. Verhoogde lichaamstemperatuur. Cholesterolkristalembolisatie.

Interacties

Combinatie met orale anticoagulantia is gecontra–indiceerd. Heparine, vitamine K-antagonisten, trombocytenaggregatieremmers, waaronder GPIIb/IIIa antagonisten en andere middelen die de stolling beïnvloeden kunnen de kans op bloedingen doen toenemen bij toediening voor, gedurende of binnen 24 uur na toediening van alteplase. Niet starten met een trombocytenaggregatieremmer binnen 24 uur na staken van alteplase. De kans op anafylactische reacties neemt toe door gelijktijdige toediening van ACE-remmers.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens.
Farmacologisch effect: Embryoletaliteit en groei-achterstand na bij gebruik van zeer hoge doses bij dieren.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Contra-indicaties

Manifeste of recente ernstige bloedingen. Belangrijke bloedingsstoornis op dit moment of in de afgelopen 6 maanden. Recent (< 10 dagen) traumatische externe hartmassage, zware partus of recente punctie van een niet-samendrukbaar bloedvat. Intracraniële (cerebraal, subarachnoïdaal) bloeding of beschadiging van het CZS (bv. neoplasma, aneurysma, intracraniële of intraspinale operatie) in de anamnese. Grote operatie of ernstig trauma in de afgelopen drie maanden. Neoplasma met vergroot bloedingsrisico. Hemorragische diathese. Ernstige oncontroleerbare hypertensie. Bacteriële endocarditis of pericarditis. Acute pancreatitis. Een ulceratieve aandoening van het maag-darmkanaal gedurende de laatste 3 maanden, oesofageale varicosis, arteriële/veneuze malformaties. Ernstige leveraandoeningen.

Bij acuut myocardinfarct of bij acute longembolieën tevens: herseninfarct als gevolg van een bloeding of met een onbekende oorzaak in de anamnese. Ischemische beroerte of TIA in de voorgaande 6 maanden behalve de huidige ischemische beroerte binnen 4,5 uur.

Bij acuut herseninfarct tevens: start van de symptomen (mogelijk) > 4,5 uur geleden; lichte neurologische gebreken of symptomen die snel verbeteren voor start van het infuus; zeer ernstig herseninfarct; epileptische aanval bij aanvang van het herseninfarct; herseninfarct in de anamnese en bijkomend diabetes (bloedglucosegehalte lager dan 2,8 mmol/l of hoger dan 22,2 mmol/l); eerder herseninfarct in de afgelopen 3 maanden; trombocytenaantal lager dan 100 × 109/l; toediening van heparine in de voorafgaande 48 uur en een trombinetijd die de bovengrens van de laboratorium referentiewaarden overschrijdt; systolische bloeddruk hoger dan 185 mmHg of diastolische bloeddruk hoger dan 110 mmHg (intraveneuze antihypertensieve therapie wordt aanbevolen om de bloeddruk tot deze waarden te reduceren).

Waarschuwingen en voorzorgen

Uitsluitend toedienen door artsen met ervaring in trombolytische behandeling en met faciliteiten om het effect van de behandeling te volgen. Voorzichtig na kleine recente traumata, i.m. injecties, hartmassage in verband met resuscitatie en aandoeningen met meer kans op bloedingen of gebruik van orale anticoagulantia in de anamnese. Na gebruik van orale anticoagulantia pas starten met de therapie met alteplase als het anticoagulans naar verwachting niet meer werkzaam is en testen bevestigd hebben dat het geen klinisch relevante activiteit meer heeft op het coagulatiesysteem. Voorzichtig bij een systolische bloeddruk > 160 mmHg en bij oudere patiënten wegens meer kans op intracraniële bloedingen. Gedurende de behandeling tot 24 uur erna de bloeddruk controleren. Over het gebruik bij kinderen zijn weinig gegevens bekend. De behandeling van een acuut herseninfarct bij kinderen, adolescenten en leeftijd > 80 jaar is gecontra–indiceerd. Bij dreiging van een ernstige bloeding (m.n. cerebraal) of het optreden van een anafylactische reactie de behandeling staken. Bij acuut herseninfarct is voorzichtigheid geboden bij kleine asymptomatische aneurysma's van de hersenvaten en bij voorbehandeling met acetylsalicylzuur vanwege meer kans op intracerebrale bloedingen. Gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen door hetzelfde infuussysteem vermijden. Er is geen ervaring met herhaalde toepassing. De beschermkap van de flacon bevat rubber en kan aanleiding geven tot een allergische reactie bij patiënten die overgevoelig zijn voor latex.

Overdosering

Symptomen
Reductie van fibrinogeen en andere bloedstollingscomponenten kan optreden.

Therapie
In de meeste gevallen kan de fysiologische regeneratie van fibrinogeen en andere bloedstollingscomponenten worden afgewacht na onderbreking van de trombolytische en anticoagulerende therapie. Indien toch ernstige bloedingen ontstaan, kan vers ingevroren plasma of – indien noodzakelijk – antifibrinolytica worden toegediend.

Eigenschappen

Humaan serine-protease uit vasculaire endotheelcellen, vervaardigd door recombinant DNA-techniek. Het heeft een hoge affiniteit voor fibrine. Door binding aan fibrine wordt het geactiveerd en bewerkstelligt de omzetting van plasminogeen in plasmine. Plasmine breekt fibrine af, zodat de trombus oplost. Een systemische werking op stollingsfactoren is beperkt. Het bezit waarschijnlijk geen antigene eigenschappen. Alteplase reduceert de 30-dagen mortaliteit bij een acuut hartinfarct. Bij een acute massieve pulmonale embolie met instabiele hemodynamie leidt toepassing tot snelle afname van grootte van de trombus en bloeddrukreductie in de longslagader. Werking: binnen enkele minuten.

Kinetische gegevens

OverigPlasmaspiegel daalt snel na stoppen infuus: binnen 5 min tot 50%, na 10 min tot 20% en na 20 min tot < 10%.
Metaboliseringsnel in de lever tot aminozuren.
T 1/2eerste fase 4–5 min.
T 1/2el40 min.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

alteplase hoort bij de groep trombolytica.

alteplase vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook