emtricitabine/​tenofoviralafenamide

Samenstelling

Descovy Bijlage 2Aanvullende monitoring Gilead Sciences bv

Toedieningsvorm
Tablet (omhuld)

Bevat per tablet: emtricitabine 200 mg en tenofoviralafenamide(fumaraat) 10 mg.

Toedieningsvorm
Tablet (omhuld)

Bevat per tablet: emtricitabine 200 mg en tenofoviralafenamide(fumaraat) 25 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

emtricitabine/​tenofoviralafenamide vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Eerste keus in de behandeling van therapie-naïeve volwassen patiënten met een HIV-1-infectie is tripletherapie bestaande uit een integraseremmer (INSTI) met twee nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NRTI’s). De keuze voor een combinatie van antiretrovirale middelen is afhankelijk van diverse factoren. Het dient te worden gemaakt op geleide van het resistentieprofiel. Zie voor meer informatie de richtlijn HIV op NVHB.nl.

Emtricitabine/tenofoviralafenamide plus dolutegravir of raltegravir is een eerste keus combinatiebehandeling voor therapie-naïeve volwassenen met HIV-1.

Aan de vergoeding van emtricitabine/tenofoviralafenamide zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van een HIV-1-infectie in combinatie met andere anti-retrovirale middelen bij volwassenen en adolescenten (≥ 12 jaar én met een lichaamsgewicht ≥ 35 kg).

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hierover op HIV-middelen van tdm-monografie.org.

Klap alles open Klap alles dicht

HIV-1 infectie:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar en ≥ 35 kg:

De gebruikte dosering van de combinatietablet, hangt af van het derde middel in het HIV-behandelingsregime of van andere gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen.

In combinatie met een ritonavir of cobicistat geboost HIV-regime (atazanavir+ritonavir of cobicistat, darunavir+ritonavir of cobicistat, lopinavir+ritonavir) of bij (tijdelijke) combinatie met ciclosporine of bij systemische toediening van itraconazol of ketoconazol de 200/10 mg tablet 1×/per dag gebruiken;

In combinatie met een niet-geboost HIV-regime (dolutegravir, efavirenz, etravirine, maraviroc, nevirapine, raltegravir of rilpivirine) de 200/25 mg tablet 1×/per dag gebruiken.

Bij verminderde nierfunctie: bij een creatinineklaring ≥ 30 ml/min is geen dosisaanpassing nodig. Het gebruik vermijden bij een creatinineklaring < 30 ml/min; staak de behandeling met emtricitabine/tenofoviralafenamide indien de creatinineklaring tijdens de behandeling daalt onder deze waarde.

Bij hemodialyse: bij volwassenen met een terminale nieraandoening, is geen dosisaanpassing nodig bij chronische hemodialyse. Op de dagen van dialyse, toedienen ná de hemodialysesessie. Gegevens over toepassing bij kinderen (< 18 jaar) met een terminale nieraandoening ontbreken.

Bij verminderde leverfunctie is geen dosisaanpassing nodig.

Bij ouderen: is geen dosisaanpassing noodzakelijk op basis van leeftijd alleen.

Bij een vergeten dosis deze alsnog innemen als dit binnen 18 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen bemerkt wordt en daarna doorgaan met het normale doseerschema. Is meer dan 18 uur verstreken, de overgeslagen dosis niet meer innemen en doorgaan met het gebruikelijke doseerschema.

Bij braken binnen 1 uur na het innemen van de tablet, een nieuwe tablet innemen.

Toedieningsinformatie: de tablet in zijn geheel (zonder kauwen, breken of fijnmalen) innemen met water, met of zonder voedsel.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid.

Vaak (1–10%): hoofdpijn, duizeligheid. Ongewone dromen. Braken, diarree, buikpijn, flatulentie. Huiduitslag. Vermoeidheid.

Soms (0,1–1%): angio-oedeem, urticaria, jeuk. Dyspepsie. Artralgie.

Bij gebruik van andere anti-retrovirale combinatietherapie met emtricitabine is nog het soms optreden van anemie en afname van de botmineraaldichtheid gemeld. Verder kunnen nog andere bijwerkingen optreden zoals vermeld in emtricitabine#bijwerkingen.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met gewichtstoename en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie en het ontstaan of verergering van bestaande diabetes mellitus) en het immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto-immuunhepatitis). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Bij co-infectie met HBV is het veiligheidsprofiel hetzelfde als bij mensen met alleen een HIV-infectie.

Interacties

Zie voor de interacties van emtricitabine en tenofoviralafenamide de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California, San Francisco).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens laten gegevens van > 1000 zwangerschapsuitkomsten geen toename in teratogene afwijkingen van emtricitabine zien. Bij dieren eveneens geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Bij de mens onvoldoende gegevens over het gebruik van tenofoviralafenamide, dieronderzoek laat geen schadelijke effecten zien.
Farmacologisch effect: Mitochondriale disfunctie is gemeld bij HIV-negatieve kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga, met als gevolg meestal voorbijgaande hematologische (anemie, neutropenie) en metabole (hyperlactatemie en hyperlipasemie) stoornissen en daarnaast in zeldzame gevallen laat intredende neurologische stoornissen (hypertonie, convulsies, abnormaal gedrag) waarvan nog niet is bekend of deze tijdelijk of blijvend van aard zijn.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Het kind dat in utero is blootgesteld aan nucleoside- en nucleotide-analoga en relevante symptomen vertoont, klinisch en met laboratoriumtesten controleren op mitochondriale disfunctie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Emtricitabine: Ja, tenofovir: Ja. Risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: In Westerse landen wordt het geven van borstvoeding bij een maternale HIV-infectie ontraden, omdat er een kleine (0-5%) kans is op overdracht van HIV.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet toepassen bij patiënten die eerder zijn behandeld met anti-retrovirale middelen én tevens een virusstam met de K65R-mutatie hebben. Resistentieontwikkeling gedurende de behandeling is beschreven; zie voor meer informatie hierover de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 5.1, kopje resistentie) via 'Zie ook'.

Wees voorzichtig bij chronische hepatitis B of C of andere bekende risicofactoren voor leverziekte in verband met een toegenomen kans op ernstige en potentieel fatale leverbijwerkingen. Bij verslechtering van een eerder bestaande leveraandoening onderbreking of beëindiging van de behandeling overwegen. Na staken van de behandeling met emtricitabine of tenofovir bij een co-infectie met hepatitis B zijn exacerbaties van hepatitis waargenomen; de patiënt gedurende ten minste enige maanden klinisch en middels laboratoriumonderzoek nauwlettend vervolgen. De werkzaamheid en veiligheid bij een co-infectie met hepatitis C is nog niet vastgesteld.

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto-immuunhepatitis) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Wees bedacht op osteonecrose bij het optreden van pijnlijke en/of stijf worden van gewrichten.

Een risico van nefrotoxiciteit is ondanks de relatief lage systemische tenofovirconcentraties niet uitgesloten.

Bij een terminale nieraandoening (eGFR < 15 ml/min) gebruik vermijden tenzij de patiënt chronische hemodialyse ondergaat en de voordelen opwegen tegen mogelijke risico's. De veiligheid is niet vastgesteld bij patiënten met een eGFR ≥ 15 ml/min - < 30 ml/min, of bij patiënten met een eGFR < 15 ml/min die (nog) geen hemodialyse ondergaan.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART (zie ook de rubriek Bijwerkingen, voorlaatste alinea).

Onderzoeksgegevens: De combinatie wordt niet aanbevolen voor het gebruik bij kinderen < 12 jaar met een lichaamsgewicht < 35 kg vanwege onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid. Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij matig-ernstig gestoorde nierfunctie.

Overdosering

Therapie
max. 30% van de dosis emtricitabine wordt verwijderd door middel van hemodialyse (in een sessie van 3 uur), ook vrij tenofovir wordt efficiënt verwijderd door middel van hemodialyse. Het is onbekend of emtricitabine en tenofovir ook verwijderd worden door peritoneale dialyse.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met emtricitabine/tenofoviralafenamide contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Combinatie van een NRTI en een NtRTI. Emtricitabine is een analoog van cytidine. Emtricitabine wordt intracellulair door fosforylering omgezet in emtricitabine-5-trifosfaat, dat de HIV-reverse-transcriptase remt door competitie met het natuurlijk substraat. Het blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging. Tenofoviralafenamide is eveneens een prodrug, het wordt intracellulair gehydrolyseerd tot tenofovir (een analoog van adenosine 5'-monofosfaat) en vervolgens door fosforylering omgezet in tenofovirdifosfaat. Door een verhoogde stabiliteit in plasma en intracellulaire activering via hydrolyse werkt het efficiënter dan tenofovirdisoproxil (een andere prodrug van tenofovir) in de eigenschap om tenofovir te concentreren in de mononucleaire cellen in perifeer bloed, ofwel de HIV-doelcellen, waaronder lymfocyten en macrofagen. Tenofovirdifosfaat remt het HIV-1 reverse-transcriptase (en daarnaast HBV-polymerase) door directe bindingscompetitie met het natuurlijke deoxyribonucleotide-substraat en, na incorporatie in DNA, door DNA-ketenterminatie.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en extensief (emtricitabine).
T max1–2 uur (emtricitabine), ca. 1 uur (tenofoviralafenamide).
V dca. 0,02 l/kg (emtricitabine), 0,01 l/kg (tenofoviralafenamide).
Metaboliseringin beperkte mate, door middel van oxidatie (ca. 9%) en conjugatie (ca. 4%) (emtricitabine), tot tenofovir door intracellulaire hydrolasen (tenofoviralafenamide); tenofovir wordt verder intracellulair gefosforyleerd tot het werkzame tenofovirdisfosfaat.
Eliminatieemtricitabine vnl. door de nieren, grotendeels onveranderd door glomerulaire filtratie en actieve tubulaire secretie (emtricitabine). Tenofoviralafenamide vnl. door de nieren door glomerulaire filtratie en actief tubulair transport door OAT1, grotendeels als onveranderd tenofovir.
T 1/2elca. 10 uur (emtricitabine).
T 1/2ca. 0,5 uur (tenofoviralafenamide), ca. 32 uur (tenofovir).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

emtricitabine/tenofoviralafenamide hoort bij de groep antiretrovirale middelen, combinatiepreparaten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links