Samenstelling

Emtricitabine/tenofovirdisoproxil Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet (omhuld)

Bevat per tablet: emtricitabine 200 mg en tenofovirdisoproxil 245 mg.

Truvada Gilead Sciences bv

Toedieningsvorm
Tablet (omhuld)

Bevat per tablet: emtricitabine 200 mg en tenofovirdisoproxil 245 mg.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Behandeling HIV: De keuze voor een combinatie van antiretrovirale middelen is afhankelijk van diverse factoren en dient te worden gemaakt op geleide van het resistentieprofiel. Zie voor meer informatie de richtlijn HIV op NVHB.nl.

PrEP HIV: Emtricitabine+tenofovirdisoproxil is het middel van eerste keus bij pre-expositie profylaxe (PrEP) bij volwassenen 'at risk' voor het verkrijgen van een HIV-infectie. Zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen achter 'Bij gebruik als profylaxe'.

Aan de vergoeding van emtricitabine/tenofovirdisoproxil zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van een HIV-1-infectie in combinatie met andere anti-retrovirale middelen bij volwassenen;
  • Behandeling van een HIV-1-infectie bij kinderen van 12–18 jaar, waarbij sprake is van NRTI-resistentie of toxiciteit die het gebruik van eerstelijnsmiddelen uitsluiten;
  • Pre-expositieprofylaxe (PrEP) bij personen die bewezen HIV-negatief zijn en ten minste elke 3 maanden een HIV-test ondergaan, dit in combinatie met maatregelen voor veilig seksueel contact, om de kans op seksueel verworven HIV-1-infectie te verminderen bij personen met een toegenomen kans daarop.

Dosering

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hierover op HIV-middelen van tdm-monografie.org.

Indien het stoppen met de behandeling met één van de componenten of dosisaanpassing noodzakelijk is, zijn de afzonderlijke componenten los verkrijgbaar.

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling van een HIV-1 infectie:

Volwassenen:

Één tablet 1×/dag.

Verminderde nierfunctie: creatinineklaring 30–49 ml/min: één tablet om de 48 uur. De veiligheid en de werkzaamheid van dit toedieningsinterval is niet klinisch beoordeeld. Bij een creatinineklaring < 30 ml/min of hemodialyse: toepassing niet aanbevolen omdat geen dosisaanpassing van de afzonderlijke componenten mogelijk is met het combinatiepreparaat.

Kinderen van 12–18 jaar met een lichaamsgewicht ≥ 35 kg:

Één tablet 1×/dag.

Verminderde nierfunctie: toepassing niet aanbevolen omdat de farmacokinetiek bij deze populatie niet is onderzocht; de behandeling niet starten bij deze leeftijdsgroep indien sprake is van een gestoorde nierfunctie; bij het ontstaan van een nierfunctiestoornis tijdens de behandeling deze stopzetten.

Pre-expositieprofylaxe bij bewezen HIV-negatieve personen:

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar en met een lichaamsgewicht > 35 kg:

Één tablet 1×/dag.

Verminderde nierfunctie: de veiligheid en werkzaamheid bij een creatinineklaring < 60 ml/min is niet onderzocht; pre-expositieprofylaxe met emtricitabine+tenofovirdisoproxil niet voorschrijven bij een creatinineklaring < 60 ml/min.

Gestoorde leverfunctie: een dosisaanpassing is niet noodzakelijk.

Ouderen: geen dosisaanpassing noodzakelijk voor leeftijd alleen.

Bij braken binnen 1 uur na het innemen van de tablet, een nieuwe tablet innemen.

Volgens de fabrikant: bij vergeten van een dosis deze alsnog innemen als dit binnen 12 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen bemerkt wordt. Is meer dan 12 uur verstreken, de overgeslagen dosis niet meer innemen en doorgaan met het gebruikelijke doseerschema. Volgens de NVHB-richtlijn: bij een vergeten dosis deze zo snel mogelijk alsnog innemen, ongeacht op welk moment dit bemerkt wordt; eventueel een dubbele dosis bij het volgende gebruikelijke tijdstip innemen en daarna doorgaan met het gebruikelijke doseerschema.

Toedieningsinformatie: voor een betere resorptie innemen met voedsel. Bij slikproblemen kan de tablet worden opgelost in ca. 100 ml water of sap, daarna direct opdrinken.

Bijwerkingen

Uit gegevens van klinische onderzoeken is gebleken dat het combinatiepreparaat emtricitabine/tenofovirdisoproxil (óók voor de toepassing als PrEP) geen nieuwe bijwerkingen liet zien vergeleken met de afzonderlijke middelen. De volgende gegevens zijn vastgesteld op basis van het bijwerkingenprofiel van de afzonderlijke middelen:

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, duizeligheid. Misselijkheid, braken, diarree. Asthenie. Hypofosfatemie. Verhoogde waarde creatinekinase.

Vaak (1-10%): allergische reactie. Opgezette buik, dyspepsie, buikpijn, flatulentie. Slapeloosheid, abnormale dromen. Huiduitslag (vesiculobulleus, pustuleus, maculopapuleus), urticaria, jeuk, huidverkleuring (toegenomen pigmentatie). Pijn. Hyperglykemie, hypertriglyceridemie. Neutropenie. Verhoogde spiegels van: ASAT, ALAT, bilirubine, (pancreas-)amylase, lipase.

Soms (0,1-1%): angio-oedeem. Pancreatitis. Spierzwakte, rabdomyolyse. Anemie. Hypokaliëmie. Stijging creatininewaarde, proteïnurie. Proximale niertubulopathie, waaronder het syndroom van Fanconi (hierbij kunnen voorkomen o.a. myopathie, spierzwakte, rabdomyolyse, hypokaliëmie, hypofosfatemie, osteomalacie).

Zelden (0,01-0,1%): hepatische steatose, hepatitis. Nierfalen (acuut en chronisch), acute tubulusnecrose, nefritis (incl. acute interstitiële nefritis), nefrogene diabetes insipidus. Osteomalacie (die zich manifesteert als botpijn, en zelden bijdraagt aan het ontstaan van fracturen), myopathie. Lactaatacidose.

Interacties

Zie voor de interacties van emtricitabine en tenofovirdisoproxil en eventuele benodigde dosisaanpassingen de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California, San Francisco).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens laten gegevens van > 1000 zwangerschapsuitkomsten geen toename in teratogene afwijkingen door emtricitabine of tenofovirdisoproxil zien. Bij dieren eveneens geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Mitochondriale disfunctie is gemeld bij HIV-negatieve kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga, met als gevolg meestal voorbijgaande hematologische (anemie, neutropenie) en metabole (zeldzaam hyperlactatemie en hyperlipasemie) stoornissen en daarnaast laat intredende neurologische stoornissen (hypertonie, convulsies, abnormaal gedrag) waarvan nog niet is bekend of deze tijdelijk of blijvend van aard zijn.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. Het kind dat in utero is blootgesteld aan nucleoside- en nucleotide-analoga en relevante symptomen vertoont, klinisch en middels laboratoriumonderzoek controleren op mitochondriale disfunctie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja (emtricitabine, tenofovir). Risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding door vrouwen met een HIV-infectie wordt ontraden om het overdragen van HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

  • ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) en hemodialyse omdat er geen dosisverlaging mogelijk is met de combinatietablet;
  • als profylaxe voor blootstelling (PrEP): bij personen met een onbekende of positieve HIV-status.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet toepassen bij HIV-geïnfecteerde patiënten die eerder zijn behandeld met anti-retrovirale middelen én tevens een virusstam met de K65R-mutatie hebben. Er is melding gemaakt van een hoog percentage van virologisch falen en de ontwikkeling van resistentie bij gebruik van een triple-nucleoside-therapie (therapie met 3 NRTI's), mogelijk kunnen dezelfde problemen worden waargenomen wanneer dit combinatiepreparaat wordt toegediend met een derde nucleoside-analoog (NRTI).

Bij gebruik als profylaxe (PrEP): is dit combinatiepreparaat niet altijd effectief gebleken. Het is onbekend hoeveel tijd moet verstrijken voordat de door PrEP geboden bescherming van kracht is. PrEP alleen gebruiken in combinatie met andere maatregelen ter preventie van HIV-transmissie zoals consistent en correct gebruik van condooms, regelmatig onderzoek naar andere SOA's, bekendheid van de HIV-1-status (de vereiste HIV-negatieve status regelmatig (bv. 1×/3 maanden) herbevestigen). In geval van klinische symptomen van een acute virusinfectie en vermoeden van recente (< 1 maand) blootstelling aan HIV-1 het gebruiken van PrEP gedurende één maand opschorten en de HIV-1-status opnieuw verifiëren voordat opnieuw wordt begonnen met het gebruik. Wijs de gebruiker van PrEP op het belang van therapietrouw voor de effectiviteit van PrEP om de kans op het oplopen van HIV-1 te verminderen. De veiligheid en werkzaamheid van PrEP is niet vastgesteld bij patiënten met een HBV- of HCV-infectie of bij een creatinineklaring < 60 ml/min.

Nierfunctiestoornis: emtricitabine en tenofovir worden beide door de nieren geëlimineerd (glomerulaire filtratie en tubulaire secretie) en tenofovir is bovendien nefrotoxisch. Wees daarom voorzichtig bij milde en matig-ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 80 ml/min); toepassing als behandeling van HIV bij een creatinineklaring < 30 ml/min is gecontra-indiceerd. Controleer de nierfunctie bij elke patiënt vóór het begin van de behandeling, na twee tot vier weken, drie maanden én daarna om de drie tot zes maanden indien geen renale risicofactoren aanwezig zijn. Bij renale disfunctie in de voorgeschiedenis of met een groter risico van renale disfunctie (zoals het gebruik van andere nefrotoxische geneesmiddelen) vaker controleren. Bij een serumfosfaatgehalte < 0,48 mmol/l (volwassenen) of < 0,96 mmol/l (kinderen 12-18 jaar) of een creatinineklaring < 50 ml/min bij volwassenen de nierfunctie binnen één week opnieuw beoordelen (incl. bepaling kalium in bloed en glucose in bloed en urine). Voor de behandeling van een HIV-1-infectie bij een creatinineklaring van 30-49 ml/min het toedieningsinterval aanpassen (zie rubriek Dosering). Bij een serumfosfaatgehalte < 0,32 mmol/l of als de creatinineklaring afgenomen is tot < 50 ml/min tevens overwegen om de behandeling te onderbreken. Ook vóór het gebruik als pre-expositieprofylaxe de nierfunctie controleren, het gebruik van de profylaxe bij een creatinineklaring < 60 ml/min is niet onderzocht en wordt niet aanbevolen. Indien al toegepast als profylaxe overwegen deze te onderbreken indien de creatinineklaring daalt tot < 60 ml/min. Bij kinderen zijn er onzekerheden over de langetermijngevolgen op de nieren; de reversibiliteit van nefrotoxiciteit van tenofovirdisoproxil na het staken van de behandeling is niet volledig vastgesteld.

Leverziekten: wees voorzichtig bij pancreatitis in de voorgeschiedenis, hepatomegalie (m.n. vrouwen met obesitas), hepatitis (m.n. chronische hepatitis B of C), of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose (waaronder gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Bij een verslechtering van een eerder bestaande leveraandoening onderbreking of beëindiging van de behandeling overwegen. Na stoppen van de behandeling met emtricitabine of tenofovirdisoproxil bij een co-infectie met hepatitis B zijn exacerbaties van hepatitis waargenomen; de patiënt gedurende ten minste enige maanden klinisch en middels laboratoriumonderzoek nauwlettend vervolgen. Bij patiënten met gevorderde leverziekte of cirrose wordt het stoppen van de behandeling afgeraden omdat exacerbatie van hepatitis kan leiden tot leverdecompensatie.

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten (zoals M. Graves of auto-immuunhepatitis) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bottoxiciteit, waaronder een vermindering van de botmineraaldichtheid is waargenomen bij HIV-geïnfecteerde volwassenen behandeld met cART. Er lijkt bij volwassenen echter geen toegenomen kans op fracturen of aanwijzing voor klinisch relevante botafwijkingen. Wees bedacht op osteonecrose als gevolg van het toepassen van cART, bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten. Bij kinderen zijn de effecten van tenofovirdisoproxil op de botgezondheid op de lange termijn en het fractuurrisico nog niet goed bekend.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

Voor aanvullende gegevens zie ook emtricitabine#waarschuwingen en tenofovirdisoproxil#waarschuwingen.

Onderzoeksgegevens: de combinatie wordt niet aanbevolen voor het gebruik bij kinderen < 12 jaar vanwege onvoldoende gegevens over veiligheid en werkzaamheid. Bij oudere patiënten neemt de kans op een verminderde nierfunctie toe. Daarom voorzichtig zijn bij de behandeling van oudere patiënten met de combinatie. Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij matig-ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 30-49 ml/min) voor de behandeling van HIV en géén gegevens bij toepassing (niet aanbevolen) als pre-expositieprofylaxe bij een dergelijke nierfunctie.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met emtricitabine/tenofovirdisoproxil neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Combinatie van een NRTI en een NtRTI. Emtricitabine is een analoog van cytidine, tenofovirdisoproxil een analoog van adenosine 5'-monofosfaat. Voor de eigenschappen en kinetische gegevens zie de afzonderlijke preparaatteksten van emtricitabine#eigenschappen en tenofovirdisoproxil#eigenschappen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd