Samenstelling

Trecondi XGVS Lamepro bv

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
1000 mg, 5000 mg

Bevat na reconstitutie 50 mg/ml.

Treosulfan XGVS Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
1000 mg, 5000 mg

Bevat na reconstitutie 50 mg/ml.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor informatie over allogene stamceltransplantaties: vademecum hematologie.

Zie voor de behandeling van epitheliaal ovariumcarcinoom de geldende behandelrichtlijn op oncoline (2018).

Indicaties

Trecondi

  • Als onderdeel van een conditioneringsbehandeling voorafgaand aan allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (alloHSCT) in combinatie met fludarabine bij volwassenen met maligne of niet maligne aandoeningen, en bij kinderen ≥ 1 maand met maligne aandoeningen.

Treosulfan generiek

  • Palliatieve behandeling van epitheliaal ovariumcarcinoom FIGO-stadium II-IV, wanneer chemotherapie die platina bevat, is gecontra-indiceerd.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

AlloHSCT bij een maligne aandoening:

Volwassenen (incl. ouderen):

Trecondi: 10 g/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v. -infusie gedurende 2 uur, op dag -4 tot en met -2 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 30 g/m².

Fludarabine: 30 mg/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v.-infusie gedurende 0,5 uur, op dag -6 tot en met -2 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 150 mg/m². Op dag -4 tot en met -2 treosulfan vóór fludarabine toedienen. Zie voor meer informatie fludarabine.

Verminderde nier- of leverfunctie: bij een licht tot matig verminderde nier- of leverfunctie is geen dosisaanpassing nodig. Bij een ernstig verminderde nier- of leverfunctie is treosulfan gecontra-indiceerd.

Kinderen ≥ 1 maand:

Trecondi: 10 g/m² per dag (bij lichaamsoppervlak ≤ 0,5 m²), 12 g/m² per dag (bij lichaamsoppervlak 0,5-1,0 m²) of 14,0 g/m² per dag (bij lichaamsoppervlak >1,0 m²) als i.v.-infusie gedurende 2 uur, op dag -6 tot en met -4 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 30-42 g/m². Treosulfan wordt gegeven in combinatie met fludarabine met óf zonder thiotepa.

Fludarabine: 30 mg/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v.-infusie gedurende 0,5 uur, op dag -7 tot en met -3 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 150 mg/m². Op dag -7 tot en met -3 treosulfan vóór fludarabine toedienen. Zie voor meer informatie fludarabine.

Thiotepa: 5 mg/kg 2×/dag als i.v.-infusie gedurende 2-4 uur op dag -2 voorafgaand aan HSCT (dag 0), zie voor meer informatie thiotepa.

Verminderde nier- of leverfunctie: bij een licht tot matig verminderde nier- of leverfunctie is geen dosisaanpassing nodig. Bij een ernstig verminderde nier- of leverfunctie is treosulfan gecontra-indiceerd.

AlloHSCT bij een niet-maligne aandoening:

Volwassenen (incl. ouderen):

Trecondi: 14 g/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v.-infusie gedurende 2 uur, op dag -6 tot en met -4 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 42 g/m². Treosulfan wordt gegeven in combinatie met fludarabine met óf zonder thiotepa.

Fludarabine: 30 mg/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v.-infusie gedurende 0,5 uur, op dag -6 tot en met -2 voorafgaand aan HSCT (dag 0); totale cumulatieve dosis is 150 mg/m². Op dag -6 tot en met -4 treosulfan vóór fludarabine toedienen. Zie voor meer informatie fludarabine.

Thiotepa: 5 mg/kg 2×/dag als i.v.-infusie gedurende 2-4 uur op dag -2 voorafgaand aan HSCT (dag 0), zie voor meer informatie thiotepa.

Verminderde nier- of leverfunctie: bij een licht tot matig verminderde nier- of leverfunctie is geen dosisaanpassing nodig. Bij een ernstig verminderde nier- of leverfunctie is treosulfan gecontra-indiceerd.

Ovariumcarcinoom bij chemotherapie-naïeve patiënten:

Volwassenen (incl. ouderen):

Treosulfan generiek: 8 g/m² lichaamsoppervlak via i.v.-infusie gedurende 15-30 minuten. Iedere 3-4 weken herhalen, max. 6 kuren of tot ziekteprogressie. Bij de eerstvolgende kuur kan de dosis met 1 g/m² worden verhoogd wanneer tijdens de behandeling het aantal leukocyten > 3,5 × 109/l en het aantal trombocyten > 100 × 109/l is gebleven.

Dosisverlaging bij leuko- en/of trombocytopenie: verlaag bij de volgende toediening de dosis met 1 g/m² wanneer het aantal leukocyten tot < 1 × 109/l en/of het aantal trombocyten tot < 25 × 109/l is gedaald. Stel een volgende toediening 1 week uit wanneer 3 weken na de laatste toediening het aantal leukocyten < 3,5 × 109/l en/of het aantal trombocyten < 100 × 109/l is; indien de waarden hierna onveranderd zijn de volgende dosis verlagen naar 6 g/m².

Verminderde nierfunctie: geen dosisaanpassing nodig. Bloedtelling extra zorgvuldig monitoren.

Bijwerkingen

Voorbereiding op hematopoëtische stamceltransplantatie, in combinatie met fludarabine:

Zeer vaak (> 10%): infecties (bacterieel, viraal, fungaal). Misselijkheid, braken, buikpijn, mucositis, stomatitis, diarree. Vermoeidheid, asthenie, lethargie. Verhoogd bilirubine, beenmergdepressie incl. pancytopenie, febriele neutropenie.

Vaak (1-10%): hartaritmieën (bv. artriumfibrillatie, sinusaritmie). Hypertensie, bloedneus, overmatig blozen. Sepsis. Dyspneu. Gastritis, dyspepsie, obstipatie, dysfagie, orale pijn. Maculopapuleuze huiduitslag, purpura, erytheem, palmoplantair erytrodysesthesiesyndroom, jeuk, alopecia. Acute nierschade, hematurie. Slapeloosheid. Koorts, koude rillingen, oedeem. Hoofdpijn, duizeligheid. Pijn in de ledematen, rugpijn, botpijn, artralgie, myalgie. Verminderde eetlust, gewichtsverandering. Allergische reactie. Verhoogde waarden van ALAT, ASAT, gamma-GT, alkalische fosfatase (AF), C-reactieve proteïne. Bij kinderen tevens exfoliatieve dermatitis.

Soms (0,1-1%): hypotensie, hematoom. Pneumonitis, pleurale effusie, farynxontsteking, strottenhoofdontsteking, pijn in het strottenhoofd, hik. hoesten. Mondbloeding, abdominale distensie, oesofageale of gastro-intestinale pijn, droge mond. Erythema multiforme, acneïforme dermatitis, huiduitslag, hyperhidrose. Verwardheid. Perifere neuropathie. Veno-occlusieve leverziekte, hepatotoxiciteit. Niet-cardiale pijn op de borst. Hyperglykemie.

Verder zijn gemeld: hartstilstand, hartfalen, myocardinfarct, pericardeffusie. Embolie, bloeding. Septische shock. Encefalopathie, intracraniële bloeding, extrapiramidale symptomen, syncope, paresthesie. Agitatie. Hypoxie, dysfonie, keelpijn. Gastro-intestinale bloeding, neutropene colitis, oesofagitis, anale ontsteking, mondulceratie. Nierfalen, cystitis, dysurie. Leverfalen, vergrote lever, leverpijn. Spierzwakte. Gegeneraliseerd erytheem, dermatitis, huidulcus, huidnecrose, geelbruine verkleuring van de huid, droge huid. Droge ogen. Reactie op de injectieplaats. Secundaire maligniteiten. Acidose, gestoorde glucosetolerantie, elektrolytenevenwichtsstoornis. Verhoogde waarden in het bloed van creatinine, lactaatdehydrogenase (LDH). Bij kinderen tevens capillaire-leksyndroom, convulsies, bulleuze dermatitis, luierdermatitis, conjunctivale bloeding, scrotaal erytheem, alkalose, hypomagnesiëmie.

Bij ovariumcarcinoom:

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, braken. Alopecia, bronskleurige huidpigmentatie. Beenmergdepressie incl. leukocytopenie, trombocytopenie, anemie.

Soms (0,1-1%): secundaire maligniteiten (acute niet-lymfatische leukemie, myeloom, myeloproliferatieve stoornis, myelodysplastisch syndroom).

Zeer zelden (< 0,01%): ziekte van Addison, hypoglykemie. Paresthesie. Cardiomyopathie. Pneumonie, alveolitis, longfibrose. Urticaria, erytheem, scleroedeem, verergering van psoriasis. Icterus, verhoogde leverfunctieparameters. Cystitis met bloedverlies. Griepachtige verschijnselen.

Verder zijn gemeld: infecties, sepsis. Allergische reacties. Pancytopenie.

Interacties

Vaccinatie met levende vaccins is gecontra-indiceerd vanwege de kans op ernstige, mogelijk fatale infectie bij alloHSCT. De respons op geïnactiveerde vaccins kan verminderd zijn.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Vruchtbaarheid: Raad een man voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma, omdat treosulfan tot irreversibele verminderde fertiliteit kan leiden. Bij premenopauzale vrouwen kan treosulfan leiden tot ovariële suppressie en amenorroe met menopauzale symptomen.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 3 maanden (bij ovariumcarcinoom) of 6 maanden (bij alloHSCT) na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Gebruik ontraden bij de toepassing voorbereiding alloHSCT, gebruik is gecontra-indiceerd bij de toepassing ovariumcarcinoom.

Contra-indicaties

Voorbereiding op allogene hematopoëtische stamceltransplantatie:

  • actieve infectieziekte die niet onder controle is;
  • ernstige verminderde nier- of leverfunctie;
  • ernstige hart- of longfunctiestoornis;
  • Fanconi-anemie en andere stoornissen in het DNA-herstel.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Interacties.

Toepassing bij ovariumcarcinoom:

  • al bestaande, ernstige beenmergdepressie.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Voorbereiding op allogene hematopoëtische stamceltransplantatie:

Ernstige beenmergsuppressie met pancytopenie is bij toepassing als conditioneringsbehandeling voor alloHSCT het gewenste therapeutische effect. Controleer regelmatig het bloedbeeld totdat het hematopoëtische systeem is hersteld. Overweeg bij ernstige neutropenie profylactische behandeling van (bacteriële, virale of fungale) infectie.

Orale mucositis, waaronder zeer ernstige gevallen, komt zeer vaak voor. Neem maatregelen om de ernst en duur van mucositis te beperken (bv. gebruik van topische antimicrobiële middelen, mucosaprotectiva, ijs en een goede mondhygiëne).

Convulsies bij zuigelingen: controleer zuigelingen ≤ 4 maanden met primaire immunodeficiëntie op tekenen van neurologische bijwerkingen vanwege een mogelijk toegenomen kans op convulsies.

Luierdermatitis kan optreden bij jonge kinderen, als gevolg van uitscheiding van treosulfan in de urine. Verschoon de luier regelmatig tijdens de eerste 6-8 uur na elke toediening.

Toepassing bij ovariumcarcinoom:

Beenmergsuppressie is bij de toepassing ovariumcarcinoom de dosisbeperkende bijwerking. Bepaal tijdens de behandeling iedere week het algemeen bloedbeeld, inclusief Hb, leukocyten en trombocyten. Circa 28 dagen na toediening bereikt het aantal leuko- en trombocyten gewoonlijk weer de uitgangswaarde. Controleer vanaf de derde kuur vaker in verband met het cumulatieve remmende effect op het beenmerg, met name indien combinatietherapie wordt toegepast zoals radiotherapie.

Beide indicaties:

Voorzichtig injecteren om extravasatie met plaatselijk pijn en weefselbeschadiging te voorkomen. Bij optreden van extravasatie algemene veiligheidsmaatregelen treffen.

Vruchtbare mannen: zie de rubriek Zwangerschap.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met treosulfan contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bifunctioneel alkylerend middel. Treosulfan is een prodrug, die in het lichaam spontaan wordt omgezet in o.a. een werkzaam mono-epoxide. Hecht zich met instabiele, reactieve alkylgroepen aan de basen in het DNA, waardoor kruisverbindingen worden gevormd binnen en tussen de DNA-ketens. Hiermee wordt de celcyclus geremd. Het immunosuppressieve effect wordt toegeschreven aan o.a. toxiciteit voor afweercellen, vermindering van de cellulariteit van primaire en lymfoïde organen en het voorkómen van een 'cytokinestorm' voorafgaand aan graft-versus-hostziekte (GVHD).

Kinetische gegevens

V dca. 0,3-0,4 l/kg.
Overigde penetratie in de bloed-hersenbarrière is beperkt.
Metaboliseringwordt in het lichaam spontaan (niet-enzymatisch) omgezet in een farmacologisch actieve mono-epoxide (S,S-EBDM) en een di-epoxide (S,S-DEB).
Eliminatie25-40% onveranderd met de urine binnen 24 uur, waarvan 90% binnen de eerste 6 uur.
T 1/2elca. 2 uur; bij kinderen 1,3-1,6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd