Geneesmiddelenoverzicht antipsychotica, atypische

Deze hoofdrubriek bevat 8 rubrieken:

Toon geneesmiddelen

lurasidon

oraal

  • Latuda

Toon indicaties

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

antipsychotica, atypische

Werking

Werkingsmechanisme

Atypische antipsychotica blokkeren de volgende receptoren:

  • postsynaptische dopamine type 2-(D2-)receptoren in het mesocorticale en limbische hersengebied;
  • serotonine type 2–(5HT2-) receptoren in de prefrontale cortex.

Meer informatie

Antipsychoticum

Affiniteit voor D2

aripiprazol

hoog

clozapine

laag

lurasidon

olanzapine

matig

paliperidon

hoog

quetiapine

laag

risperidon

hoog

sertindol

matig

Mate van affiniteit voor postsynaptische D2-receptor.Vergroot tabel

Voor informatie over het switchen tussen antipsychotica, zie psychiatrienet.nl.

Effect

Bij schizofrenie:

  • verminderen of verdwijnen van positieve symptomen (hallucinaties, wanen en denkstoornissen) [antagonisme van de D2-receptoren].
  • verminderen of verdwijnen van negatieve symptomen (zoals vervlakking van het gevoelsleven, apathie en gedachten- of spraakarmoede) [antagonisme van de 5HT2–receptoren].

Bij manische symptomen/episoden (bipolaire stoornis):

  • verminderen of verdwijnen van manische symptomen/episoden [exacte werkingsmechanisme is niet bekend; antagonisme van de 5HT2–receptoren en D2-receptoren spelen mogelijk een rol] (aripiprazol, olanzapine, quetiapine, risperidon).
  • afname of voorkomen van recidieven (aripiprazol, olanzapine, quetiapine).

Bij depressieve episoden (unipolaire depressie/ bipolaire stoornis):

  • verminderen of verdwijnen van depressieve symptomen/episoden [exacte werkingsmechanisme is niet bekend; antagonisme van de 5HT2–receptoren speelt mogelijk een rol] (quetiapine).

Bij psychose en/of agressie:

  • verminderen of verdwijnen van psychotische symptomen en/of onrust en agressie [antagonisme van de D2-receptoren] (risperidon, clozapine).

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • antihistaminerg: gewichtstoename, sedatie;
  • afwijkingen in lipide- en glucosemetabolisme, DM type 2;
  • α1-blokkade: (orthostatische) hypotensie, duizeligheid, tachycardie, palpitaties;
  • anticholinerg: obstipatie, droge mond, wazig zien, urineretentie (clozapine, olanzapine, quetiapine);
  • extrapiramidaal: parkinsonisme, acathisie, acute dystonie;
  • seksuele disfunctie;
  • dysforie.

Minder frequent:

  • cardiovasculair: verlenging van het QT-interval en ventriculaire aritmieën. Myocarditis en cardiomyopathie (met name clozapine);
  • prolactinegerelateerd: amenorroe, gynaecomastie, galactorroe;
  • verlaging convulsiedrempel (met name clozapine);
  • agranulocytose (met name clozapine);
  • maligne neurolepticasyndroom;
  • tardieve dyskinesie.

Meer informatie

De indeling klassieke (of typische) en atypische antipsychotica is ontstaan na de introductie van het middel clozapine dat, vergeleken met de toen bestaande middelen, veel minder extrapiramidale bijwerkingen veroorzaakte. Nieuwere antipsychotica werden vanaf dat moment ingedeeld op basis van de (vermeende) ernst van de extrapiramidale bijwerkingen (zie onder). Deze indeling, die niet strikt is, heeft zijn beperkingen omdat er binnen beide groepen een grote (vaak dosisafhankelijke) variatie is in de ernst van de extrapiramidale bijwerkingen. Verder is er binnen de groepen grote diversiteit in de typen neurotransmitter systemen waarop wordt aangegrepen, en de daarmee samenhangende bijwerkingen.

Metabole stoornissen en gewichtstoename zijn veelvoorkomende bijwerkingen van vooral atypische antipsychotica. Het risico op metabole ontregeling is het hoogst bij clozapine en olanzapine, gevolgd door quetiapine en risperidon. De toename in gewicht is een gevolg van een verhoogde eetlust en berust voornamelijk op de antihistaminerge effecten van de bovengenoemde middelen. Hoewel stoornissen van het glucose- en lipidemetabolisme samenhangen met gewichtstoename, kunnen ze ook bij een (relatief) stabiel gewicht ontstaan. Er wordt daarom verondersteld dat er bij het optreden van deze bijwerkingen meer mechanismen een rol spelen.

QT-verlenging: antipsychotica kunnen door een vertraging van de intracardiale geleiding een verlenging van het QT-interval veroorzaken. Deze nevenwerking geeft een verhoogde kans op aritmieën. Het risico hierop is verhoogd bij patiënten met een reeds verlengde QT-tijd en/of bij gebruik van andere QT-verlengende middelen.

Seksuele stoornissen: verminderde libido, erectiestoornis, orgasmestoornis en ejaculatiestoornis zijn veelvoorkomende bijwerkingen van antipsychotica. Deze bijwerkingen zijn een gevolg van hyperprolactinemie (door de D2-receptor blokkerende werking) en waarschijnlijk andere mechanismen, zoals anticholinerge en α-blokkerende werking. Hyperprolactinemie treedt vooral op bij antipsychotica met een hoge affiniteit voor D2-receptoren. Het kan ook leiden tot amenorroe, gynaecomastie en galactorroe.

Extrapiramidale symptomen (EPS) berusten op de blokkade van dopamine (-D2-) receptoren in het nigrostriatale systeem en uiten zich o.a. in parkinsonisme (bradykinesie, rigiditeit en (rust-) tremor), acathisie en acute dystonie [multidisciplinaire richtlijn]. Naast acute EPS zijn er ook bewegingsstoornissen die meestal pas na chronisch gebruik van dopamine (-D2) blokkerende middelen optreden. De belangrijkste, tardieve dyskinesie, is een zeer ernstige bijwerking, die gekenmerkt wordt door onwillekeurige bewegingen van o.a. de mond, kaak en ledematen. Deze voor antipsychotica typerende bewegingsstoornissen zijn vaak hinderlijk en stigmatiserend en kunnen een aanzienlijk negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven [1]. De ernst van EPS hangt samen met de mate waarin antipsychotica de dopaminerge neurotransmissie remmen, en met de dosering van het middel.

Het neuroleptisch maligne syndroom (NMS) is een zeldzame, zeer ernstige bijwerking van antipsychotica. Het wordt gekenmerkt door rigiditeit, hyperthermie, bewustzijnsveranderingen, schommelingen van bloeddruk en pols, en soms myoglobinurie met potentiële nefrotoxiciteit . Bij symptomen van NMS dient het antipsychoticum direct gestaakt te worden. Een late herkenning/behandeling van het syndroom kan leiden tot een fatale afloop.

Bij (kwetsbare) ouderen is het risico op orthostatische hypertensie, sedatie en anticholinerge bijwerkingen van antipsychotica verhoogd. Daarnaast is deze populatie bijzonder gevoelig voor de extrapiramidale nevenwerkingen van antipsychotica. Verder zijn er aanwijzingen dat ouderen met dementie een verhoogd risico hebben op algehele mortaliteit bij het gebruik van antipsychotica [2].

Het gebruik van antipsychotica kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Toepasbaarheid

Over het gebruik bij ouderen staat in het Ephor-rapport Antipsychotica (pdf 0,57 MB) meer informatie.

Literatuur

  1. van Alphen C, Ammeraal M, Blanke C et al., Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie 2012.
  2. Ephor-rapport: Antipsychotica
  3. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  4. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

antipsychotica, atypische vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.