morfine (retard)

Samenstelling

Morfine retardtablet (sulfaat of hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte
Sterkte
10 mg, 30 mg, 60 mg, 100 mg, 200 mg

MS Contin (sulfaat) Mundipharma Pharmaceuticals bv

Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte
Sterkte
10 mg, 15 mg, 30 mg, 60 mg, 100 mg, 200 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

morfine (retard) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Volg bij pijnbehandeling een stapsgewijze aanpak en ga bij onvoldoende pijnstilling, contra-indicaties of een specifieke indicatie over naar de volgende stap.

Begin met paracetamol. De volgende stap is een NSAID (diclofenac, ibuprofen of naproxen) eventueel in combinatie met paracetamol. De daaropvolgende stap is tramadol, bij voorkeur in combinatie met paracetamol of een NSAID. De volgende stap is een sterkwerkend opioïd, oraal (morfine) of transdermaal (fentanylpleister), bij voorkeur in combinatie met paracetamol of een NSAID. De laatste medicamenteuze stap is subcutane of intraveneuze toediening van een sterkwerkend opioïd (morfine).

Bij pijn met een oncologische oorzaak wordt meestal gelijk met sterkwerkende opioïden gestart, bij voorkeur gecombineerd met paracetamol en/of een NSAID. Zorg bij doorbraakpijn dat, naast een effectieve onderhoudsbehandeling, ook snelwerkende pijnstilling als rescue-medicatie beschikbaar is (wees bedacht op het sterk verslavende effect). Neem eventueel contact op met het palliatieteam.

Indicaties

  • Chronische hevige pijn, die niet anders dan met opioïden kan worden behandeld.
  • Offlabel: ernstige dyspneu bij palliatieve patiënten met COPD wanneer luchtwegverwijders en corticosteroïden geen verlichting meer geven.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Pijn:

Volwassenen:

Begindosering 10–30 mg 2×/dag, bij een lichaamsgewicht > 50 kg doorgaans 30 mg 2×/dag en bij een lichaamsgewicht < 50 kg, als ook bij ouderen, 20 mg 2×/dag; de dosering verhogen op geleide van de pijn en het optreden van tolerantie.

Kinderen:

Begindosering (bij kanker): 0,2–0,4 mg/kg lichaamsgewicht elke 12 uur, zo nodig verhogen op geleide van de pijn. Doseergegevens volgens het Kinderformularium van het NKFK: bij chronische pijn 12–18 j.: 30 mg 2×/dag, 7–11 j.: 20 mg 2×/dag, 2–6 j.: 10 mg 2×/dag, bij onvoldoende effect de dosering stapsgewijs verhogen.

Offlabel: Ernstige dyspneu in de palliatieve fase bij patiënten met COPD:

Volwassenen:

Volgens de LAN-richtlijn 'Palliatieve zorg voor mensen met COPD' (pdf 0,3 MB, p. 4): Startdosering: titreer met morfine 5 mg oraal of 2,5–5 mg s.c., 4–6×/dag. Bij onvoldoende effect: verhoog de dosering met 50%. Onderhoudsdosering: geef de dagdosis in retardvorm. Rescue-medicatie: geef zo nodig 15% van de 24-uursdosering extra (in niet-retardvorm).

Algemeen

De dosering is afhankelijk van de ernst van de pijn en van de reeds gebruikte analgetica. Er bestaat geen maximum wanneer wordt gedoseerd op geleide van de pijn. De dosering kan per 24 uur met 50–100% worden verhoogd.

De behandeling instellen door titratie met een morfinepreparaat met directe afgifte. Bij overschakelen op morfine met gereguleerde afgifte is in totaal dezelfde dagdosis nodig. Bij overschakeling van het ene naar een ander morfinepreparaat met gereguleerde afgifte is opnieuw optitreren noodzakelijk. Bij overschakelen van parenterale toediening op gebruik van orale morfine met gereguleerde afgifte de dagdosis in het algemeen 2–3× verhogen, houd echter rekening met gevoeliger patiënten.

Voor overschakeling van en naar morfine, zie de omrekentabel opioïden in de groepstekst Opioïden, rubriek Toepasbaarheid.

Toedieningsinformatie: de tabletten zonder breken, vermalen of kauwen heel innemen met een interval van 12 uur.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): sedering, licht gevoel in het hoofd, onvaste gang. Obstipatie, misselijkheid.

Vaak (1-10%): bradycardie, palpitaties, opvliegers, spasmen. (Orthostatische) hypotensie, duizeligheid. Koliek, buikpijn, braken, droge mond, anorexie. Euforie, stemmingsveranderingen, hallucinaties, verwardheid, slapeloosheid, nachtmerries. Asthenie, vermoeidheid, malaise, hoofdpijn. Zweten, jeuk, huiduitslag.

Soms (0,1-1%): allergische reactie inclusief anafylactische reactie. Ademhalingsdepressie, bronchospasme, dyspneu, pulmonaal oedeem. Vertigo, syncope. Visusstoornissen (miose, dubbelzien, wazig zien). Blozen, koude rillingen, koorts. Convulsies, hypertonie, paresthesie. Stijging van leverenzymwaarden. Perifeer oedeem. Urineretentie. Urticaria. Dyspepsie, smaakstoornissen, ileus.

Verder kunnen optreden: abnormale gedachten, rusteloosheid, dysforie, gewenning en afhankelijkheid, neonataal abstinentiesyndroom. Hyperalgesie. Hartaanval, tachycardie, hypertensie, shock, coma. Apneu, laryngospasme, ademhalingsstilstand, astma-aanval. Spasmen van de galwegen. Amenorroe. Libidoverlies, erectiestoornis. SIADH.

Interacties

Combinatie met morfine-agonisten of -antagonisten is gecontra-indiceerd.

Bij gelijktijdig gebruik van sommige morfinomimetica (fentanyl, methadon, oxycodon, pethidine en tramadol) met MAO-remmers neemt de kans op een serotonerg syndroom toe; daarom wordt gebruik van een morfinomimeticum afgeraden tijdens of binnen 2 weken na behandeling met een MAO-remmer.

Combinatie met sedativa zoals benzodiazepinen, kan leiden tot sedatie, ademhalingsdepressie, coma en overlijden. Beperk het voorschrijven van dergelijke sedativa tot situaties waarin geen andere behandelmogelijkheid bestaat, doseer zo laag mogelijk en pas zo kort mogelijk toe. Volg de patiënt op tekenen van ademhalingsdepressie of sedatie.

Gelijktijdig gebruik van alcohol, andere centraal depressieve stoffen (zoals anesthetica, antipsychotica, anxiolytica) kan de depressieve werking op het centrale zenuwstelsel versterken (meer kans op hypotensie, ademhalingsdepressie, versterkte sedering, coma).

Ten minste 2 uur gescheiden innemen van antacida, deze kunnen de vrijgifte van morfine versnellen.

Cimetidine remt het metabolisme van morfine en versterkt zo het effect ervan.

Ritonavir kan het metabolisme van morfine versnellen.

Rifampicine vermindert de plasmaconcentraties van oraal morfine alsook het analgetisch effect.

Combinatie met β-blokkers kan het effect hiervan doen toenemen, ook kan sterkere remming van het centrale zenuwstelsel optreden.

Het effect van vitamine K-antagonisten kan toenemen.

Clomipramine en amitriptyline verhogen de biologische beschikbaarheid van morfine en versterken zo het effect ervan.

Zwangerschap

Morfine passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. In dierproeven is teratogeniteit aangetoond (misvorming van het centrale zenuwstelsel, groeiachterstand, effecten op het skelet, atrofie van de testikels, veranderingen in neurotransmittersystemen en gedragspatronen, afhankelijkheid).
Farmacologisch effect: Langdurig gebruik van opioïden tot aan de partus kan onthoudingsverschijnselen bij de neonaat veroorzaken. Wanneer morfine vlak vóór of tijdens de partus aan de moeder wordt toegediend, kan het de variatie van de foetale hartfrequentie verminderen en depressie van de ademhaling bij de pasgeborene veroorzaken. Vooral bij prematuren is er meer kans op ademhalingsdepressie. Door verminderde uterusmobiliteit kan de partusduur worden verlengd. Morfine kan mogelijk het optreden van chromosomale schade in geslachtscellen bevorderen. Bij dieren zijn schade aan geslachtsorganen of geslachtscellen en door verstoring van de hormoonhuishouding aantasting van de vruchtbaarheid bij mannelijke en vrouwelijke dieren voorgekomen.
Advies: Alleen op strikte indicatie en kortdurend gebruiken; gebruik vlak voor en tijdens de bevalling ontraden.
Overig: een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Farmacologisch effect: ademhalingsdepressie en nadelig effect op het centrale zenuwstelsel.
Advies: Gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ademhalingsdepressie;
  • astma en chronisch obstructieve longziekten, obstructieve luchtweginfecties, cyanose;
  • hersentrauma, schedelletsel, verhoogde intracraniële druk;
  • alcoholisme, delirium tremens;
  • coma, convulsieve aandoeningen;
  • acute buik, vertraagde maaglediging, ileusverschijnselen,
  • acute leverziekte;
  • galkolieken na galwegoperaties;
  • daarnaast niet gebruiken in de 24 uur voor of na operatieve ingrepen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Doseer lager bij ernstig gestoorde lever- en nierfunctie, prostaathyperplasie, hypothyreoïdie, en bij kinderen en ouderen; overmatig gebruik kan ademhalingsdepressie geven.

Wees terughoudend bij cardiovasculaire aandoeningen en toxische psychose. Wees voorzichtig bij verminderde ademreserve, zoals bij kyfoscoliose en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen.

Wees voorzichtig bij een verhoogde intracraniële druk, bewustzijnsstoornissen, onbehandeld myxoedeem, shock, hypotensie met hypovolemie, ernstige cor pulmonale, galwegaandoeningen, koliek van gal- of urinewegen, pancreatitis, obstructieve en inflammatoire aandoeningen van de dikke darm en bijnierschorsinsufficiëntie.

Morfine kan de convulsiedrempel verlagen.

Hyperalgesie die niet reageert op verdere dosisverhoging kan optreden met name bij hoge doseringen. Verlaging van de dosering of overschakeling op een ander opioïd kan nodig zijn.

Opioïden kunnen de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors of hypothalamus hypofysaire gonade as beïnvloeden. De prolactinespiegel kan stijgen en de cortisol- en testosteronspiegels kunnen dalen.

Bij staken geleidelijk afbouwen om ontwenningsverschijnselen (rillingen, geeuwen, mydriase, tranenvloed, loopneus, spiertrillingen, zweten, angst, agitatie, slapeloosheid) te voorkomen.

Het gebruik dient 24 uur vóór een operatie die de pijnoorzaak wegneemt, te worden gestaakt. Indien nodig kan na de operatie de dosering aan de nieuwe behoefte worden aangepast; toepassing ter bestrijding van postoperatieve pijn is de eerste 24 uur niet aan te bevelen.

Bij een acute buik bemoeilijkt morfine de diagnosestelling.

Het gebruik kan leiden tot gewenning en afhankelijkheid; voorzichtig zijn bij patiënten die gevoelig zijn voor verslavingsziekten.

Sommige preparaten bevatten kleurstoffen (bv. zonnegeel, cochenillerood) die allergische reacties kunnen veroorzaken.

Er zijn weinig gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van toepassing bij kinderen < 12 j.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering

Symptomen
'Pin-point'-pupillen, ademhalingsdepressie, depressie van het centrale zenuwstelsel (van sufheid tot stupor tot (mogelijk fataal) coma), hypothermie, bradycardie, spierzwakte, hypotensie en shock. Kinderen zijn gevoeliger; intoxicaties kunnen al bij zeer lage doses optreden.

Therapie
i.v. 0,4 mg naloxon, zo nodig na 45–90 min herhalen; kinderen: 10 microg/kg lichaamsgewicht. Houd rekening met afgifte van morfine tot 12 uur na inname.

Voor meer informatie over een vergiftiging met morfine zie de monografie op toxicologie.org/opioïden of zie de stofmonografie morfine via de site van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (zoek op morfine).

Eigenschappen

Opiumalkaloïd met sterk analgetische werking. Agonist van μ-receptoren (supraspinale analgesie, ademhalingsdepressie, euforie) en κ-receptoren (spinale analgesie, miose, sedatie). Een direct effect op zenuwknopen in de darmwand veroorzaakt obstipatie. Werkingsduur: ca. 12 uur. Deze preparaten vallen onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

F15–49% door groot (en variabel) 'first pass'-effect.
Metaboliseringin de lever tot inactief morfine-3-glucuronide en in geringe mate (tot ca. 5%) in actief morfine-6-glucuronide. Er zijn aanwijzingen voor een enterohepatische kringloop. Morfine-6-glucuronide passeert de bloed-hersenbarrière.
Eliminatiemet de urine als metaboliet 90% en via de gal 7–10%.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

morfine (retard) hoort bij de groep Opioïden.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links