Samenstelling

Gammanorm EuroCept bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
165 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 10 ml, flacon 20 ml

Bereid uit normaal, menselijk plasma en bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (82,5 microg/ml). De subklassensamenstelling van het IgG benadert die van normaal plasma. Bevat tevens: natrium 2,5 mg/ml.

GammaQuin Sanquin, CLB, divisie Producten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
160 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 1 ml, 2 ml

Bereid uit normaal, menselijk plasma en bevat ten minste 90% IgG, geringe hoeveelheden IgA en IgM en sporen van andere plasma-eiwitten. De subklassensamenstelling van het IgG benadert die van normaal plasma. De injectievloeistof bevat ten minste 100 IE hepatitis A-antistof per ml. Door productieproblemen zijn de 5 en 15 ml flacons voor de behandeling van immuundeficiënties al langere tijd niet meer leverbaar. De flacons van 1 en 2 ml zijn nog wel leverbaar, maar alléén direct via de website van Sanquin.

Hizentra CSL Behring bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
200 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 10 ml, 20 ml

Bereid uit normaal, menselijk plasma en bevat ten minste 98% IgG, geringe hoeveelheden IgA (50 microg/ml). De subklassensamenstelling van het IgG benadert die van normaal plasma. Bevat tevens L–proline.

HyQvia Baxter bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
25 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml, 300 ml, Geleverd met een flacon met injectievloeistof met recombinant humaan hyaluronidase

Bereid uit normaal, menselijk plasma en bevat ten minste 98% IgG, geringe hoeveelheden IgA (≤ 140 microg/ml). De subklassensamenstelling van het IgG benadert die van normaal plasma. Flacon hyaluronidase bevat tevens: 4,03 mg natrium per ml, dinatrium-EDTA.

Subcuvia Baxter bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
160 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 10 ml

Bereid uit normaal, menselijk plasma en bevat ten minste 95% IgG, geringe hoeveelheden IgA (≤ 4,8 mg/ml). De subklassensamenstelling van het IgG benadert die van normaal plasma. Bevat tevens: natrium 1,4 mg/per ml.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Normaal immunoglobuline kan bij de genoemde indicaties worden voorgeschreven.

Indicaties

Intramusculair (GammaQuin):

  • profylaxe of mitigering van mazelen binnen een week na expositie;
  • profylaxe of mitigering van hepatitis A binnen 2 weken na expositie;
  • profylaxe van hepatitis A bij reizen naar gebieden waar hepatitis A endemisch is.

Subcutaan (Gammanorm, Hizentra, HyQvia, Subcuvia):

  • Primaire immunodeficiënties:

    • aangeboren agammaglobulinemie;
    • hypogammaglobulinemie;
    • gewone variabele immunodeficiëntie (CVID);
    • ernstige gecombineerde immunodeficiëntie (SCID);
    • IgG-subklassendeficiënties met recidiverende infecties.
  • Secundaire immunodeficiënties:

    • ernstige hypogammaglobulinemie met recidiverende (bacteriële) infecties bij chronische lymfatische leukemie of multipel myeloom;
    • hypogammaglobulinemie vóór en na allogene hematopoëtische stamceltransplantatie.

Dosering

De doseringen instellen afhankelijk van de farmacokinetische en klinische respons. De onderstaande doseringen gelden als richtlijn.

Bij substitutietherapie wordt in de circulatie een IgG-gehalte van 4–6 g/l (dalconcentratie) nagestreefd.

Hyqvia: bij overstappen van een intraveneus toegediende immunoglobuline: HyQvia toedienen in dezelfde dosis met dezelfde toedieningsfrequentie als het vorige middel. Bij overstappen van een ander subcutaan toegediende immunoglobuline: de eerste dosis HyQvia toedienen in dezelfde maandelijkse dosis als het andere middel, de dosis kán worden aangepast aan een behandelinterval van 3–4 weken. Bij direct overstappen de eerste infusie HyQvia geven een week na de laatste infusie van de vorige immunoglobulinebehandeling.

Klap alles open Klap alles dicht

Ter preventie of mitigering van mazelen:

GammaQuin, intramusculair: 0,25 ml/kg lichaamsgewicht. Bij een niet-geïmmuniseerd kind, dat tevens immuungecompromitteerd is en blootgesteld aan mazelen: 0,5 ml/kg zo spoedig mogelijk (≤ 1 week na expositie) toedienen.

Ter preventie of mitigering van hepatitis A:

Volwassenen en kinderen > 5 jaar:

GammaQuin, intramusculair: 0,02 ml/kg lichaamsgewicht binnen 2 weken na expositie.

Ter preventie van hepatitis A bij reizigers:

Volwassenen en kinderen > 5 jaar:

GammaQuin, intramusculair: naar gebieden waar hepatitis A endemisch is: Verblijf ≤ 1 maand: 0,02 ml per kg lichaamsgewicht, als leidraad kan dienen: bij een gewicht van < 50 kg: 1 ml en > 50 kg: 2 ml; verblijfsduur 1 maand–6 weken: 0,03 ml/kg, als leidraad kan dienen: bij een gewicht < 25 kg: 1 ml, 25–50 kg: 2 ml en > 50 kg: 4 ml; verblijfsduur 6 weken–3 maanden: 0,06 ml/kg, als leidraad kan dienen: bij een gewicht < 25 kg: 2 ml, 25–50 kg: 3 ml en > 50 kg: 5 ml. Bij verblijf in een endemisch gebied > 3 maanden wordt actieve immunisatie aanbevolen.

Immuundeficiëntie:

Volwassenen en kinderen:

Gammanorm: subcutaan: een oplaaddosis ten minste 0,2–0,5 g/kg lichaamsgewicht kan noodzakelijk zijn. Onderhoudsdoses (bij kinderen van ca. 80–100 mg/kg/week) regelmatig toedienen zodat een cumulatieve maandelijkse dosis van 0,4–0,8 g/kg lichaamsgewicht/maand wordt bereikt. Subcutaan als infuus: 0,1 g/kg lichaamsgewicht 1×/week, eventueel op verschillende injectieplaatsen. Infusiesnelheid: starten met 10 ml/uur/pomp. De infuussnelheid geleidelijk verhogen met 1 ml/uur/pomp om de 3–4 weken. De maximale infusiesnelheid is 40 ml/uur bij gelijktijdig gebruik van twee pompen. In uitzonderlijke gevallen kunnen kleine doses Gammanorm i.m. worden gegeven.

Hizentra: subcutaan in buik, dij, bovenarm, laterale heup: pas zo nodig een oplaaddosis van 0,2–0,5 g/kg (1–2,5 ml/kg) lichaamsgewicht toe, zo mogelijk verdeeld over verschillende dagen; onderhoudsdoses met herhaalde tussenpozen tot een cumulatieve maanddosis van 0,4–0,8 g/kg (2–4 ml/kg) lichaamsgewicht. Doses > 25 ml toedienen op verschillende plaatsen. Infusiesnelheid: oplaaddosis max. 15 ml/uur/plaats, indien goed verdragen eventueel verhogen tot max. 25 ml/uur/plaats. Maximaal 4 injectieplaatsen tegelijkertijd, minimaal 5 cm uit elkaar, infusiesnelheid voor alle plaatsen gecombineerd max. 50 ml/uur.

Subcuvia: subcutaan in buik, dij, bovenarm, laterale heup als infusie: zo nodig een oplaaddosis toepassen: ten minste 0,2–0,5 g/kg lichaamsgewicht, het kan nodig zijn deze te verspreiden over meerdere doses (max. 0,1–0,15 g/kg per dag) gedurende één week; onderhoudsdosering 0,4–0,8 g/kg lichaamsgewicht als cumulatieve maandelijkse dosis, opgesplitst in meerdere doses. Infusiesnelheid: beginsnelheid is 10 ml/uur/pomp, zonodig bij elke volgende infusie verhogen met 1 ml/uur/pomp, maximale toedieningssnelheid is 20 ml/uur/pomp. Na elke toediening van 5–15 ml veranderen van toedieningsplaats. Kan in uitzonderlijke gevallen intramusculair worden toegediend waarbij de maanddosis wordt verdeeld over wekelijkse of veertiendaagse doses om het te injecteren volume laag te houden.

Volwassenen:

HyQvia: subcutaan als infusie in het midden van de bovenbuik of in een dijbeen: altijd eerst de volledige dosis hyaluronidase–oplossing met een constante snelheid (1–2 ml/min per infusieplaats) toedienen. Binnen 10 minuten na voltooiing van dit infuus op dezelfde infusieplaats (dezelfde naald) het immunoglobuline toedienen. Bij gebruik van twee infusieplaatsen de totale dosis van zowel het hyaluronidase als het immunoglobuline vóór toediening verdelen en de tweede infusieplaats aan de contralaterale zijde kiezen. Dosering immunoglobuline: 0,4–0,8 g/kg lichaamsgewicht/maand; deze (cumulatieve) maandelijkse dosis verdelen over de maand: bij de start van de behandeling iedere week een dosis toedienen, daarna de behandelintervallen langzaam verlengen naar 2–4 weken. Infusiesnelheid: bij een lichaamsgewicht ≥ 40 kg: beginsnelheid 10 ml/uur/infuusplaats, bij goed verdragen met intervallen van 10 minuten te verhogen tot max. 240 ml/uur/infusieplaats voor de eerste twee infusies, bij de volgende infusies tot max. 300 ml/uur/infusieplaats; bij een lichaamsgewicht < 40 kg: beginsnelheid 5 ml/uur/infusieplaats, bij goed verdragen met intervallen van 10 minuten te verhogen tot max. 80 ml/uur/infusieplaats voor de eerste twee infusies, bij de volgende infusies tot max. 160 ml/uur/infusieplaats. HyQvia mag niet i.m. of i.v. worden toegediend.

Toedieningsinformatie: Bij i.m toediening: het preparaat langzaam, diep i.m. inspuiten. Bij toediening van volumina groter dan 5 ml, de dosis verdelen over meerdere injectieplaatsen.

Mogelijke complicaties kunnen vaak voorkómen worden door aanvankelijk langzaam te injecteren en patiënten tijdens de infusie zorgvuldig te bewaken; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): reacties op de injectie–/infusieplaats (bv. pijn, erytheem, zwelling, jeuk).

Vaak (1-10%): hoofdpijn.

Soms (0,1–1%): verlaagde bloeddruk, hypertensie. Orale pijn, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, verminderde eetlust. Koorts, rillingen. Vermoeidheid, malaise, asthenie. Gewichtsverlies. Migraine, duizeligheid, branderig gevoel. Myalgie, artralgie, pijn in lies, extremiteit, thoracale musculatuur. Neusverstopping. Jeuk, erytheem, maculopapuleuze huiduitslag. Perifeer oedeem. Vulvovaginale jeuk, genitaal oedeem. Verlaagd aantal witte bloedcellen, waaronder lymfocyten.

Zelden (0,1-0,01%): plotselinge daling van de bloeddruk, overgevoeligheid, anafylactische/anafylactoïde reacties (incl. shock). Tachycardie, pijn op de borst. Hypothermie, influenza–achtig beeld. Nasofaryngitis, hoest. Opgezette buik. Hematurie. Psychomotorische hyperactiviteit, tremor, slaperigheid. Opvliegers. Contacteczeem, urticaria, andere huiduitslag. Hematoom. Spierzwakte, spierkrampen, pijn in nek en rug. Stijging in ALAT, lactaatdehydrogenase, creatinekinase en aldolase.

Verder zijn gemeld: trombo-embolie. Dyspneu. Gezichtsoedeem. Paresthesieën (ook van de mond). Allergische dermatitis, hyperhidrose. Overmatig blozen, bleekheid. Spierstijfheid.

Bij toediening van immunoglobulinen in het algemeen zijn ook gemeld: (niet–cardiogeen) longoedeem, cyanose. Diepveneuze trombose, arteriële trombose, TIA, CVA, myocardinfarct. Aseptische meningitis. Hemolytische anemie. Verhoogd serumcreatinine, acuut nierfalen.

Interacties

De immuunrespons op bepaalde vaccins met verzwakt levend virus, met name mazelen-, bof-, varicella- of rubellavaccin kan door immunoglobuline worden verzwakt. Na toediening van immunoglobuline dient tot ten minste drie maanden daarna vaccinatie met verzwakt levend virus te worden uitgesteld, bij mazelen kan dit tot een jaar zijn.

Zwangerschap

Alleen IgG passeert de placenta.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Langdurige klinische ervaring met immunoglobulinen wijst er echter op dat er geen schadelijke effecten op het verloop van de zwangerschap, bij de foetus en de neonaat zijn te verwachten.
Advies: Behandeling voortzetten om de passieve immuniteit van de pasgeborene te waarborgen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja (IgG). Klinische ervaring met immunoglobulinen laat geen schadelijke effecten voor de zuigeling zien.
Farmacologisch effect: Immunoglobulinen kunnen een bijdrage leveren aan de overdracht van beschermende antistoffen naar de neonaat.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • intolerantie voor homologe immunoglobulinen, vooral bij selectieve IgA-deficiëntie, waarbij anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond;
  • intramusculaire toediening: ernstige trombocytopenie en andere stollingsstoornissen;
  • Hizentra: hyperprolinemie type I of II;
  • HyQvia: overgevoeligheid voor hyaluronidase.

Normaal immunoglobuline i.m. of s.c. is niet geschikt voor i.v.-toediening.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet toedienen bij gebleken overgevoeligheid voor bloedproducten wegens risico van een anafylactische reactie; indien toediening toch noodzakelijk wordt geacht, is nauwkeurige klinische controle aangewezen. Patiënten met IgA-deficiëntie kunnen anti-IgA-antistoffen en daardoor een anafylactische reactie ontwikkelen na toediening, omdat de preparaten IgA bevatten; alleen behandelen onder nauwlettend toezicht. Mogelijk kan premedicatie overgevoeligheids- en allergische reacties voorkómen.

Er is waarschijnlijk een verband met trombo-embolische aandoeningen, daarom voorzichtig zijn bij overgewicht en andere al aanwezige risicofactoren zoals hoge leeftijd, langdurige immobilisatie, hypertensie, diabetes mellitus, (een voorgeschiedenis van) vaatziekten of trombotische incidenten, meerdere cardiovasculaire risicofactoren, verworven of erfelijke coagulopathie, ernstige hypovolemie en verhoogde bloedviscositeit. Instrueer de patiënt zich onmiddellijk bij de arts te melden bij de eerste tekenen of symptomen van trombo-embolische aandoeningen, zoals dyspneu, pijn en zwelling van een ledemaat, focale neurologische uitvalsverschijnselen en pijn op de borst.

Aseptische meningitis (met ernstige hoofdpijn, nekstijfheid, duizeligheid, koorts, fotofobie, misselijkheid en braken) is gemeld na toediening van s.c. of i.v. immunoglobuline; er is meer kans op aseptische meningitis bij vrouwen en bij gebruik van hoge doses (2 g/kg); de symptomen ervan treden gewoonlijk op binnen enkele uren tot twee dagen na de behandeling en verdwijnen doorgaans (zonder restverschijnselen) binnen enkele dagen na staken van de behandeling. Onderzoek van de liquor kan hierbij pleiocytose (m.n. granulocyten) en een verhoogd eiwitgehalte opleveren.

Ook niet-intraveneuze IgG–producten kunnen bloedgroepantistoffen bevatten die kunnen dienen als hemolysinen; controleren op klinische tekenen van hemolyse.

Sommige bijwerkingen kunnen vaker optreden: bij hoge infusiesnelheid, bij patiënten met hypo- of agammaglobulinemie met of zonder IgA-deficiëntie, bij patiënten die voor het eerst humane normale immunoglobuline krijgen of bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie. Mogelijke complicaties kunnen vaak voorkómen worden door aanvankelijk langzaam te infunderen en de patiënt tijdens de infusie zorgvuldig te bewaken: nieuwe patiënten, patiënten die eerder een ànder immunoglobulineproduct hebben gekregen en patiënten bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie tot één uur na de eerste infusie en andere patiënten tot ten minste 20 minuten na toediening. Wanneer een bijwerking optreedt de toedieningssnelheid verlagen of de infusie stopzetten, afhankelijk van de aard en ernst van de bijwerking.

Na injectie met immunoglobulinen kan de tijdelijke stijging van de titer van de passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot fout-positieve resultaten bij serologisch onderzoek (bv. Coombs-test). Fout-positieve waarden kunnen ook (gedurende weken) optreden bij assays die afhankelijk zijn van de detectie van β-D-glucanen voor de diagnose van schimmelinfecties.

GammaQuin: niet onderzocht is of de werking ter preventie of mitigering van hepatitis A en mazelen bij deze toedieningsroute gegarandeerd is.

HyQvia: er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid op de lange termijn bij kinderen (< 18 jaar).

Overdosering

Voor informatie over een vergiftiging met subcutaan of i.m toegediende immunoglobulinen neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Immunoglobuline heeft een passief immuniserende werking. De werking bij primaire immunodeficiënties met gedocumenteerde (periodieke) infecties berust op suppletie van IgG. Toepassing als profylaxe of mitigering van hepatitis A en mazelen berust op passieve immunisatie. De antistoffen neutraliseren het virus voordat binding aan de target-cel plaatsvindt, waarna verdere eliminatie van het virus kan plaatsvinden.

Bij HyQvia wordt tevens een injectievloeistof met hyaluronidase bijgeleverd; dit is een enzym dat hyaluronzuur, een bestanddeel van de bindweefseltussenstof, afbreekt. Hyaluronidase faciliteert hierdoor na s.c. toediening de dispersie en absorptie en daarmee de biologische beschikbaarheid van IgG, door de doorlaatbaarheid van het lokale bindweefsel tijdelijk te veranderen. Door de natuurlijke, snelle regeneratie van hyaluronzuur is de interstitiële barrière binnen 24–48 uur hersteld.

De werkingsduur (o.a. bij preventie van hepatitis A) is afhankelijk van de dosering en het gewicht.

Kinetische gegevens

T maxi.m. 2–4 dagen, s.c. 2–6 dagen. Na 3–5 dagen wordt een evenwicht tussen de intra- en extravasculaire compartimenten bereikt.
Metaboliseringin de cellen van het weefselmacrofagensysteem.
T 1/2ca. 21 dagen, maar er zijn grote interindividuele verschillen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

normaal immunoglobuline (im en sc) hoort bij de groep immunoglobulinen.

normaal immunoglobuline (im en sc) vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook