Samenstelling

Rinvoq XGVS Aanvullende monitoring Abbvie bv

Toedieningsvorm
tablet met gereguleerde afgifte
Sterkte
15 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Start een NSAID ter vermindering van pijn- en stijfheidsklachten en verwijs een patiënt met een vermoeden van reumatoïde artritis zo snel mogelijk naar de reumatoloog; snel starten met antirheumatica geeft veel gezondheidswinst en verbetert de prognose aanzienlijk. Behandel in de tweedelijnszorg direct volgens de ‘step-up’- of ‘step-down’-strategie, met methotrexaat in beide gevallen als basis. Intensieve monitoring is van belang zodat tijdige aanpassing van de strategie kan plaatsvinden. Voeg een conventionele DMARD (sulfasalazine, leflunomide) en evt. een glucocorticoïde toe of bouw deze middelen af. Schakel bij onvoldoende effect of intolerantie over op methotrexaat i.c.m. een biological DMARD (TNF-a-blokker, tocilizumab, abatacept, rituximab). Overweeg als laatste keus, bij refractaire reumatoïde artritis, methotrexaat i.c.m. een alternatieve conventionele DMARD, zoals ciclosporine, anakinra, azathioprine, cyclofosfamide of aurothiomalaat.

JAK-remmers kunnen worden toegepast bij behandeling van volwassenen met matig tot ernstige reumatoïde artritis met onvolledige respons op of intolerantie voor DMARD’s, afhankelijk van beschikbaarheid van middelen en ervaring van de gespecialiseerde arts. Upadacitinib is nog niet opgenomen in het NVR- standpunt (sept. 2018).

Indicaties

  • Behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis bij volwassen patiënten als monotherapie of in combinatie met methotrexaat, die onvoldoende reageren op één of meer DMARD's of deze niet verdragen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Reumatoïde artritis

Volwassenen (incl. ouderen):

15 mg 1x/dag.

Verminderde nierfunctie: bij een licht tot matig verminderde nierfunctie is geen dosisaanpassing nodig. Wees voorzichtig bij een ernstige nierfunctiestoornis. Er zijn geen gevens bij eindstadium nierfalen.

Verminderde leverfunctie: bij een lichte tot matige leverfunctiestoornis is een aanpassing van de dosering niet nodig. Gebruik bij een ernstig vermindere leverfunctie is gecontra-indiceerd wegens het ontbreken van gegevens.

Zie voor richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij bijwerkingen (anemie, neutropenie, lymfocytopenie) de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen of de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabel 1).

Toedieningsinformatie: De tabletten in zijn geheel (niet breken of kauwen) innemen met of zonder voedsel, op een moment naar keuze.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): infectie bovenste luchtwegen; acute sinusitis, laryngitis, (naso)faryngitis, orofaryngeale pijn, (faryngo)tonsillitis, rinitis, sinusitis, tonsilitis, virale infectie van de bovenste luchtwegen.

Vaak (1-10%): neutropenie. Hypercholesterolemie. Hoesten. Misselijkheid. Koorts. Verhoogde creatininefosfokinase (CPK) in bloed, verhoging ALAT en ASAT. Gewichtstoename.

Soms (0,1-1%): pneumonie, herpes zoster, (orale) herpes simplex, orale candidiase. Hypertriglyceridemie.

Interacties

Bij gelijktijdige toediening met sterke CYP3A4-remmers (zoals itraconazol, ketoconazol, claritromycine, posaconazol) neemt de blootstelling aan upadacitinib toe. Wees voorzichtig bij patiënten die sterke CYP3A4-remmers gebruiken; overweeg alternatief voor de CYP3A4-remmer bij langdurig gebruik.

Bij gelijktijdig gebruik van CYP3A4-inductoren (zoals rifampicine en fenytoïne) neemt de blootstelling aan upadacinitib af. Controleer ziekteactiviteit bij gelijktijdig gebruik.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Bij dieren teratogeen gebleken (effecten in botten en hart)

Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de behandeling én tot ten minste 4 weken na de laatste dosis.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend bij de mens. Ja, bij dieren.

Farmacologisch effect: Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • actieve tuberculose of actieve ernstige infectie;
  • ernstige leverfunctiestoornis.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Zwangerschap.

Waarschuwingen en voorzorgen

Laboratoriumwaaden:Behandeling niet starten of tijdelijk onderbreken bij patiënten met een absolute lymfocytentelling (ALC) < 500 cellen/m3, een absolute neutrofielentelling (ANC) < 1000 cellen/m3 of een hemoglobinewaarde (Hb) < 5 mmol/l. Behandeling starten of hervatten wanneer hoeveelheid boven deze waarde terugkeren. Controleer bij start behandeling en daarna tijdens de routinecontroles van de patiënt.

Behandeling niet beginnen bij actieve infecties. Weeg de risico's en voordelen af bij patiënten met meer kans op infecties, bv. op basis van voorgeschiedenis, blootstelling aan TBC, reisverleden (gebieden met endemische TBC of mycosen). Monitor op tekenen van infectie tijdens en na de behandeling; onderbreek de behandeling als een opportunistische of een ernstige infectie optreedt. Test vooraf en tijdens de behandeling op de aanwezigheid van een actieve of latente TBC

Controleer vóór start en gedurende behandeling op virale hepatitis. Virale reactivering is gemeld, inclusief gevallen van het herpesvirus.

Controleer bij starten de levertransaminasen en daarna tijdens de routinecontroles. Onderbreek behandeling bij toename ALAT en ASAT en vermoeden van door upadacitinib geïnduceerd leverletsel tot deze diagnose is uitgesloten.

Voorzichtig zijn bij patiënten met een verhoogd risico op diep veneuze trombose (DVT) en longembolie (LE). Risicofactoren zijn hoge leeftijd, obesitas, medische voorgeschiedenis met DVT/LE, patiënten die chirurgie ondergaan en bij langdurige immobiliteit. Voorvallen van DVT en LE zijn gemeld bij gebruik van JAK-remmers, zoals upadacitinib. Staak de behandeling bij symptomen van DVT/LE, evalueer en geef passende behandeling.

Gebruik geen levende, verzwakte vaccins tijdens of onmiddelijk vóór de behandeling wegens het ontbreken van gegevens over de respons op vaccinatie met levende of geïnactiveerde vaccins bij patiënten die upadacitinib krijgen. Zorg vóór start behandeling voor voldoende vaccinaties inclusief een profylactische vaccinatie tegen herpes zoster.

Gebruik van immunomodulerende middelen kan het risico op maligniteiten, inclusief lymfomen, vergroten. Weeg risico's en voordelen van een behandeling af vóór start behandeling bij patiënten met een bekende maligniteit anders dan met succes behandelde niet-melanome huidkanker (NMSC) of bij voortzetting behandeling bij een ontwikkelde maligniteit. Controleer periodiek de huid bij patiënten met een verhoogd risico op huidkanker.

Controleer lipidenparameters 12 weken na aanvang en daarna volgens protocol. Behandeling met upadacitinib is in verband gebracht met een toename in lipidenparameters.

Onderzoeksgegevens: De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen (< 18 j.) zijn niet vastgesteld. Er is weinig ervaring bij ouderen > 75 jaar. Het gebruik is niet onderzocht bij patiënten met eindstadium nierfalen.

Overdosering

Neem voor (meer) informatie over een vergiftiging met upadacitinib contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Upadacitinib is een immunosuppressivum. Het remt selectief en reversibel Januskinase 1 (JAK1-remmer). Januskinasen zijn enzymen die intracellulaire signalen van celoppervlaktereceptoren omzetten voor een aantal cytokinen en groeifactoren die een rol spelen bij hematopoëse, ontsteking en de afweerfunctie. JAK1 is belangrijk voor inflammatoire cytokine-signalen.

Kinetische gegevens

T max 2– 4 uur. Steady state binnen 4 dagen.
Metabolisering CYP3A4 en voor klein deel CYP2D6, geen actieve metabolieten geïdentificeerd.
Eliminatie onveranderd 24 % met de urine en 38% met de feces. Ongeveer 34% van de dosis als metabolieten.
T 1/2el 9-14 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd