Samenstelling

Menveo XGVS GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Poeder en oplossing voor injectievloeistof
Verpakkingsvorm
flacon + solvens 0,5 ml in flacon

Bevat per set flacons: oligosaccharide van meningokokkengroep A 10 microg, -groep C 5 microg, -groep W135 5 microg en -groep Y 5 microg, alle geconjugeerd aan difterietoxoïddragereiwit.

Nimenrix XGVS Pfizer bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Verpakkingsvorm
flacon + wegwerpspuit 0,5 ml met solvens

Bevat per flacon: polysaccharide van meningokokkengroep A 5 microg, -groep C 5 microg, -groep W135 5 microg en -groep Y 5 microg, alle geconjugeerd aan tetanustoxoïddragereiwit.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Meningokokkenvaccin type A, C, W135 en Y maakt onderdeel uit van het Rijksvaccinatieprogramma. Naast de meningokokken ACWY-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden krijgen sinds 2020 14-jarigen standaard vanuit het Rijksvaccinatieprogramma een vaccinatie tegen meningokokkenziekte aangeboden, Het dragerschap van meningokokken neemt toe vanaf deze leeftijd. In deze leeftijd worden ook relatief veel ziektegevallen gezien. Vooral oudere tieners spelen een belangrijke rol in de verspreiding van de bacterie. Door juist deze groep te vaccineren, worden dus niet alleen zijzelf beschermd, maar wordt ook groepsbescherming opgebouwd.

Zie ook Meningokokken-ACWY-vaccinatie van het RIVM.

Indicaties

Menveo

  • Kinderen ≥ 2 jaar en volwassenen: actieve immunisatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groepen A, C, W135 en Y.

Nimenrix

  • Kinderen ≥ 6 weken en volwassenen: actieve immunisatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groepen A, C, W135 en Y.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Menveo:

Volwassenen en kinderen vanaf 2 jaar:

i.m. één dosis van 0,5 ml. De noodzaak van een boosterdosis na primaire immunisatie met 1 dosis is nog niet vastgesteld. Een boosterdosis overwegen bij een aanzienlijke kans op blootstelling aan meningokokken A, wanneer meer dan ongeveer een jaar eerder een dosis is ontvangen. Menveo kan als boosterdosis worden gegeven aan personen die eerder zijn gevaccineerd met een ander meningokokkenvaccin.

Nimenrix:

Zuigelingen van 6 weken tot 6 maanden:

i.m. 3 doses van 0,5 ml, waarvan de eerste 2 doses met 2 maanden tussentijd worden gegeven en de derde dosis (booster) op de leeftijd van 12 maanden.

Kinderen 6-12 maanden:

i.m. 2 doses van 0,5 ml, waarvan de tweede dosis (booster) op een leeftijd van 12 maanden wordt gegeven, ten minste 2 maanden na de eerste dosis. Overweeg bij een verhoogd risico op invasieve meningokokkenziekte als gevolg van blootstelling aan serogroep W135 en Y een schema van 3 doses, waarvan de eerste 2 doses met 2 maanden tussentijd worden gegeven en de derde dosis (booster) op een leeftijd van 12 maanden, ten minste 2 maanden na de tweede dosis.

Volwassenen en kinderen vanaf 12 maanden:

i.m. 1 dosis van 0,5 ml. Overweeg een tweede dosis van 0,5 ml bij kinderen 12-14 maanden met een verhoogd risico op invasieve meningokokkenziekte als gevolg van blootstelling aan serogroep W135 en Y na een tussenperiode van 2 maanden. Overweeg bij eerder gevaccineerde personen een boosterdosis van 0,5 ml in de volgende gevallen: als de dosis langer dan ca. een jaar geleden is gegeven én er een verhoogd risico is op blootstelling aan meningokokken A; als de eerste dosis is gegeven op de leeftijd van 12-23 maanden én er een verhoogd risico is op blootstelling aan meningokokken A, C, W-135 en Y. Nimenrix kan worden gegeven aan personen die eerder zijn gevaccineerd met een ander meningokokkenvaccin.

Intramusculair toedienen in de anterolaterale zijde van de dij (heeft de voorkeur bij kinderen < 1 jaar) of in de deltaspier in de bovenarm. Het vaccin mag niet s.c. of i.v. worden toegediend. Bij toediening samen met andere vaccins verschillende injectieplaatsen gebruiken.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): koorts, vermoeidheid, slaperigheid, prikkelbaarheid, hoofdpijn, malaise. Verlies van eetlust. Reactie op de injectieplaats (pijn, zwelling; roodheid of een verharding van ≤ 5 cm).

Vaak (1-10%): maag-darmstoornissen zoals misselijkheid, braken, diarree. Spierpijn, artralgie. Rillingen. Huiduitslag. Hematoom op de injectieplaats, verharding of roodheid van meer dan 5 cm.

Soms (0,1-1%): duizeligheid, hypo-esthesie. Slapeloosheid, huilen. Andere reactie op de injectieplaats (induratie, jeuk, warmte, verdoofd gevoel). Jeuk elders. Pijn in de ledematen.

Zelden (0,01- 0,1%): lymfadenopathie.

Verder zijn gemeld: overgevoeligheid (incl. anafylaxie, bronchospasme, gezichtsoedeem, angio-oedeem). Tonische convulsie, koortsstuip, syncope, paresthesie, hypotonie. Uitgebreide zwelling van het gevaccineerde ledemaat, vaak met erytheem en soms inclusief een nabijgelegen gewricht, of zwelling van het gehele ledemaat.

Interacties

Immunosuppressieve middelen verminderen mogelijk de werkzaamheid.

Menveo: Er zijn geen gegevens over de veiligheid en immunogeniciteit indien gelijktijdig toegediend met andere kindervaccinaties bij kinderen van 2 tot 10 jaar.

Waar mogelijk Nimenrix gelijktijdig toedienen met een tetanustoxoïd (TT)-bevattend vaccin; anders Nimenrix ten minste één maand vóór het TT-bevattend vaccin toedienen.

Zwangerschap

Vaccin-geïnduceerde maternale antistoffen kunnen de placenta passeren.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. De beperkte hoeveelheid gegevens bij dieren laten geen aanwijzingen voor schadelijkheid zien.
Advies: Rekening houdend met de ernst van een invasieve meningokokkeninfectie veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groep A, C, W-135 en Y, mag zwangerschap geen beletsel vormen voor vaccinatie als de kans op blootstelling verhoogd is.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Doorgaans gaan vaccin-geïnduceerde maternale immunoglobulinen over in de moedermelk. Deze kunnen bijdragen aan de bescherming van het kind tegen meningokokkenziekten.
Overig: Het is onwaarschijnlijk dat deze antistoffen uitgescheiden in de moedermelk schadelijk zouden zijn voor het borstgevoede kind.
Advies: Kan worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • acute, (ernstige) febriele infectieziekte;
  • overgevoeligheid voor tetanus- of difterietoxoïd.

Waarschuwingen en voorzorgen

Het vaccin biedt geen bescherming tegen andere Neisseria meningitidis-groepen dan A, C, W135 en Y. Patiënten met een immunodeficiëntie of die met immunosuppressiva worden behandeld, kunnen een verminderde of helemaal geen immunologische respons vertonen. Immunisatie met dit vaccin vervangt niet de standaard immunisatie tegen difterie of tetanus.

Bij familiaire complementdeficiënties (bv. C5- of C3-deficiënties) of behandelingen die terminale complementactivatie remmen (bv. eculizumab) is er een vergroot risico op invasieve ziekte door Neisseria meningitidis A, C, W135 en Y, ook na antilichaamontwikkeling na vaccinatie.

Wees voorzichtig bij trombocytopenie en bloedstollingsstoornissen; intramusculaire bloedingen kunnen ontstaan na i.m.-injectie.

Menveo: De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 2 jaar en bij ouderen > 65 jaar zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Quadrivalent meningokokkenvaccin; capsulaire oligo- of polysacchariden geconjugeerd aan dragereiwit. Induceert (complementgemedieerd) de productie van bactericide antilichamen tegen capsulaire oligo/polysacchariden van groep A, C, W135 en Y. Een maand na vaccinatie is bij 70–99% van de gevaccineerden een bactericide antistofrespons opgewekt afhankelijk van de leeftijd en serogroep. Een boostervaccinatie levert een maand na toediening gemeten nagenoeg bij 100% een bactericide antistofrespons op.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

meningokokkenvaccin type A, C, W135, Y hoort bij de groep vaccins.