minocycline

Samenstelling

Minocycline (als hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
50 mg, 100 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

minocycline vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Algemene infecties: Bij de behandeling van algemene infecties gaat binnen de groep tetracyclinen de voorkeur uit naar doxycycline en minocycline op grond van bijwerkingen, interacties en farmacokinetische parameters.

Voor de behandeling van een pneumonie (CAP), acute faryngotonsillitis of urineweginfecties komt minocycline pas in aanmerking op basis van onderzoek naar de aard en de gevoeligheid van de verwekker; dit onderzoek is noodzakelijk bij onvoldoende effect van de middelen die geadviseerd worden voor de initiële empirische behandeling. Zie voor de empirische behandelingen de indicatieteksten: community acquired pneumonie (CAP), acute faryngotonsillitis en urineweginfecties.

Bij een bacteriële community-acquired pneumonie (CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse I–II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse III–IV) is intraveneuze toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen; bij overgevoeligheid hiervoor is een intraveneuze toediening van een fluorchinolon (moxifloxacine of levofloxacine) of een 2e of 3e generatie cefalosporine aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse V) die op een normale afdeling wordt behandeld is monotherapie met een i.v. cefalosporine (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim) aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse V) die op een intensivecare-afdeling wordt behandeld is monotherapie met i.v. moxifloxacine dan wel i.v. combinatietherapie van antibiotica aangewezen (ciprofloxacine met ofwel cefotaxim of ceftriaxon of cefuroxim). Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

De behandeling van acne vulgaris wordt bepaald door de ernst van de acne en de eerder toegepaste (zelf)behandeling. Behandel milde acne in eerste instantie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde; combineer dit bij onvoldoende effect met een lokaal antibioticum. Start direct met een lokaal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij matig-ernstige acne. Vervang bij onvoldoende effect het lokaal antibioticum door een oraal antibioticum (doxycycline of erytromycine). Start direct met een oraal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij ernstige acne. Bij onvoldoende effect van een oraal antibioticum kan bij (matig-)ernstige acne als laatste alternatief isotretinoïne worden voorgeschreven, waarbij de lokale therapie vervalt. Combineer lokale en orale antibiotica altijd met benzoylperoxide of een lokaal retinoïde; de combinatie werkt sneller en is effectiever en voorkomt of reduceert hiermee bacteriële resistentie. Het gebruik van minocycline wordt afgeraden, omdat het niet effectiever is dan doxycycline en tetracycline, en ernstige bijwerkingen kan geven.

Bacteriële huidinfecties Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden of clindamycine zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline de voorkeur. Het gebruik van minocycline bij bacteriële huidinfecties wordt afgeraden omdat het niet effectiever is gebleken dan doxycycline en ernstige bijwerkingen kan geven, zoals auto-immuunstoornissen, polyartralgie en benigne intracraniële hypertensie. Voor meer informatie zie de link.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

De medicamenteuze behandeling van soa’s is afhankelijk van het type verwekker en het resistentiepatroon. Maak de keuze voor een middel daarom op geleide van de diagnose. Geef voorlichting over veilig vrijen en partnerwaarschuwing. Bij gonorroe is ceftriaxon eerste keus. Bij contra-indicaties komen ciprofloxacine, amoxicilline of, als derde keus, azitromycine in aanmerking. Behandel syfilis met benzathinebenzylpenicilline. Bij penicillineallergie bij vroege syfilis is doxycycline een alternatief.

Bij het voorschrijven van dit geneesmiddel dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet de reden van voorschrijven op het recept te worden vermeld.

Indicaties

  • Infecties door micro-organismen, gevoelig voor minocycline zoals:
    • luchtweginfecties (incl. KNO-infecties);
    • infecties van huid en weke delen, incl. ernstige (inflammatoire) acne vulgaris;
    • infecties van het urogenitale stelsel;
    • infecties van het maag-darmkanaal;
    • trachoom (ooginfectie veroorzaakt door Chlamydia trachomatis).
  • Bij overgevoeligheid voor β-lactamantibiotica tevens:
    • Actinomycose;
    • Antrax;
    • Syfilis;
    • Gonorroe;
    • Infecties veroorzaakt door Listeria monocytogenes.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Algemene richtlijn:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar:

Begindosis 200 mg, gevolgd door 100 mg 1–2×/dag. Behandelduur: de therapie voortzetten gedurende 1–3 dagen nadat de karakteristieke symptomen of de koorts zijn verdwenen. Echter een infectie door Streptococcus haemolyticus (groep A), waarvan de gevoeligheid is bepaald, gedurende ten minste 10 dagen behandelen.

Kinderen 9–12 jaar:

Begindosis 4 mg/kg lichaamsgewicht, gevolgd door 2 mg/kg lichaamsgewicht per dag; dit komt overeen met een begindosis van 100–200 mg, gevolgd door 50–100 mg 2×/dag. Behandelduur: de therapie voortzetten gedurende 1–3 dagen nadat de karakteristieke symptomen of de koorts zijn verdwenen. Echter een infectie door Streptococcus haemolyticus (groep A), waarvan de gevoeligheid is bepaald, gedurende ten minste 10 dagen behandelen.

Gonokokken-urethritis:

Volwassenen:

Begindosis 200 mg, gevolgd door 100 mg 2×/dag gedurende ten minste 4 dagen (vrouwen soms tot 10 dagen), gevolgd door een controlekweek 2–3 dagen na de behandeling. Bij mannen blijkt een eenmalige dosis van 200–300 mg in > 90% van de gevallen ook effectief te zijn.

Niet-gonokokken-urethritis:

Volwassenen:

100–200 mg/dag gedurende 7 dagen.

Ernstige acne vulgaris:

Volwassenen en kinderen ≥ 9 jaar:

Begin- en onderhoudsdosering: 50 mg 2×/dag (elke 12 uur). Na vermindering van de inflammatoire fase de onderhoudsdosering verlagen naar 50 mg 1×/dag of 100 mg elke 2 dagen. De behandeling ten minste 4–6 weken toepassen; maximale behandelduur is 6 maanden. Bij onvoldoende respons gedurende de eerste weken de behandeling staken.

Gestoorde leverfunctie: voorzichtig zijn (zie rubriek Waarschuwingen en voorzorgen achter Lever- en nierfunctie); niet toepassen bij een ernstig gestoorde leverfunctie (zie rubriek Contra-indicaties).

Gestoorde nierfunctie: volgens de fabrikant: de totale dosis verlagen of de aanbevolen individuele dosis reduceren en/of de toedieningsintervallen verlengen.

Toedieningsinformatie: in verband met de kans op slokdarm- en/of maagirritatie de tabletten heel innemen in zittende of staande houding met een ruime hoeveelheid water of voedsel, niet voor het slapen gaan. Na de inname niet meteen gaan liggen. Gelijktijdige inname met melkproducten heeft een geringe invloed op de resorptie.

Bijwerkingen

Soms (0,1-1%): angio-oedeem, huiduitslag, urticaria. Koorts. Eosinofilie, neutropenie, trombocytopenie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie, anafylactoïde purpura, pericarditis, lupusachtig syndroom van voorbijgaande aard, exacerbatie van systemische lupus erythematodes (SLE), pulmonale infiltraten met eosinofielen, serumziekte-achtige reactie, vasculitis, polyartralgie. Bomberende fontanel (kinderen), benigne intracraniële hypertensie (volwassenen), paresthesie, convulsies, sedatie. Zwarte tong, verkleuring van het gebit, stomatitis. Anorexie, misselijkheid, braken, oesofagitis, oesofagus ulcera. Hepatitis. Candida-infectie in het anogenitale gebied, pruritus ani. Hepatitis. Alopecia, jeuk, pigmentatie van de huid, nagels en slijmvliezen, fotodermatitis, maculopapuleuze en erythemateuze uitslag, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxisch epidermale necrolyse. Hemolytische anemie. Gestoorde leverfunctie, stijging van leverenzymwaarden, het ureumgehalte in bloed, verergering van een verminderde nierfunctie. Niet-symptomatische verkleuring van de botten.

Zeer zelden (< 0,01%): reversibel acuut nierfalen. Glossitis, epigastrische pijn, dyspepsie, dysfagie, enterocolitis (incl. stafylokokken-enteritis), pseudomembraneuze colitis, pancreatitis. Bruinzwarte microscopische verkleuring van de schildklier (bij langdurig gebruik), abnormale schildklierfuncties zoals thyreoïditis, schildklierknobbeltjes, struma en schildklierkanker.

Verder zijn gemeld: hoest, dyspneu, bronchospasmen, exacerbatie van astma. Vasculitis, geneesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom; waarbij meestal lever, longen en nieren betrokken zijn), erythema nodosum, fototoxische reacties met erytheem, oedeemvorming van de huid, blaarvorming en ook onycholyse. Auto-immuun hepatitis. Interstitiële nefritis. Hallucinaties. Stoornissen in het gezichtsvermogen (zoals scotoom, dubbel zien), pigmentatie van de cornea, sclera en retina. Oorsuizen, gehoorstoornissen, vestibulaire stoornissen. Polyarteriitis nodosa, artritis. Leukopenie, agranulocytose, pancytopenie. Vermindering protrombineactiviteit. Negatieve beïnvloeding van botten en tanden bij kinderen; broze botten, verkleuring van de botten. Vitamine B-deficiëntie bij langdurige behandeling door vernietiging van vitamine B-producerende bacteriën.

Interacties

Toediening vlak vóór, tijdens of na een kuur met (orale) retinoïden vermijden in verband met toenemende kans op verhoogde intracraniële druk.

Tetracyclinen antagoneren in vitro de werking van bactericide antibiotica; het klinisch belang hiervan is alleen aannemelijk gemaakt bij levensbedreigende infecties (zoals meningitis, endocarditis, sepsis) en bij patiënten met ernstige neutropenie; in deze gevallen de combinatie vermijden.

Voorzichtig bij de combinatie met potentieel hepatotoxische geneesmiddelen.

De kans op nefrotoxische reacties neemt toe bij gelijktijdig gebruik van methoxyfluraan en verwante anesthetica.

Orale magnesium-, bismut-, aluminium-, calcium-, zink- en ijzerbevattende preparaten (denk aan antacida, multivitamine en mineralenpreparaten), geactiveerde kool en ionenwisselaars verminderen de resorptie van minocycline; minocycline ten minste 2 uur vóór deze preparaten innemen.

Niet gelijktijdig gebruiken met middelen die de peristaltiek remmen.

Barbituraten, carbamazepine en fenytoïne kunnen de uitscheiding van minocycline versnellen.

De werking van orale anticoagulantia (vitamine K-antagonisten) kan worden versterkt; de INR bij gelijktijdig gebruik controleren.

Zwangerschap

Minocycline passeert de placenta.
Teratogenese: Uit waarnemingen bij de mens is gebleken dat minocycline vooral in het 2e en 3e trimester de osteogenese kan vertragen, met als gevolg brozere beenderen en ongunstige beïnvloeding van de tandontwikkeling (irreversibele tandverkleuring (geel-grijs-bruin), hypoplasie van tandglazuur).
Farmacologisch effect: De kans op hepatotoxische werking bij de moeder neemt toe bij hoge doseringen, vooral bij gebruik tijdens de tweede helft van de zwangerschap.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overig: Vóór behandeling van een vruchtbare vrouw zwangerschap uitsluiten.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden.
Farmacologisch effect: Mogelijk ongunstige invloed op de bot- en tandontwikkeling bij de zuigeling. Effecten op de zuigeling bij een korte kuur zijn volgens Lareb echter nooit gemeld. In theorie is beïnvloeding van de darmflora van de zuigeling mogelijk, dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting of diarree.
Advies: Gebruik is volgens de fabrikant gecontra-indiceerd. Volgens Lareb wordt een deel geïnactiveerd door in de moedermelk aanwezig calcium (door complexvorming). Voor minocycline en doxycycline is de complexvorming minder groot dan bij andere tetracyclinen, waardoor er een toegenomen kans is op opname door de zuigeling. In geval van een korte kuur (< 3 weken) is het onwaarschijnlijk dat gebit en botten worden aangetast door de minimale hoeveelheden. Bij kortdurend gebruik waarschijnlijk veilig indien volgens voorschrift gebruikt. Bij langdurig gebruik (bv. bij acne) het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige leverfunctiestoornis;
  • overgevoeligheid voor tetracyclinen;
  • kinderen jonger dan 8 jaar (zie rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Behandeling van kinderen van 9–12 jaar alleen overwegen wanneer andere opties niet effectief óf gecontra-indiceerd zijn. Afzetting in groeiend tandweefsel veroorzaakt permanente verkleuring van de gebitselementen; daarom is de toepassing bij kinderen jonger dan 8 jaar gecontra-indiceerd.

Tussen tetracyclinen onderling bestaat kruisovergevoeligheid en kruisresistentie; daarom voorzichtig indien eerder sprake is geweest van overgevoeligheidsreacties. Resistentie kan zich snel ontwikkelen. Houd rekening met superinfecties door resistente micro-organismen (o.a. Candida, stafylokokken). In geval van superinfectie de toediening staken. Bij optreden van ernstige diarree met koorts tijdens de behandeling de diagnose pseudomembraneuze colitis of stafylokokken-enteritis overwegen.

Lever- en nierfunctie: Tetracyclinen kunnen, vanwege katabole werking, een verhoging in het ureumgehalte in bloed veroorzaken. Bij nierfunctiestoornissen kunnen hogere concentraties van tetracyclinen leiden tot uremie, hyperfosfatemie en acidose. In geval van een nier- of leverafwijking kunnen zelfs normale doses leiden tot buitensporige systemische accumulatie van het middel en mogelijk leververgiftiging. Indien lichte tot matig-ernstige leverfunctiestoornissen bestaan, de behandeling en leverfunctie nauw controleren en de dosering eventueel aanpassen.

Bij langdurige behandeling wordt aangeraden nier-, lever- en hematologische parameters te controleren. Bij langdurig gebruik ook controle op schildklierkanker te overwegen; dit omdat gevallen van abnormale schildklierfunctie, thyreoïditis, schildklierknobbeltjes, struma en schildklierkanker zijn gemeld. Langdurig gebruik kan ook leiden tot een vitamine B-deficiëntie door eradicatie van vitamine B-producerende bacteriën in de darm.

Bij eerste tekenen van (auto-immuun) hepatitis of (verergering van) SLE de behandeling onmiddellijk staken.

Fotodermatitis: bij blootstelling aan direct zonlicht of UV-stralen tijdens gebruik kan fotodermatitis optreden (zich uitend als abnormaal hevige zonnebrandreactie); bij eerste tekenen van huiderytheem de behandeling staken.

Benigne intracraniële hypertensie (volwassenen) en een bomberende fontanel (jonge kinderen) zijn meestal reversibel na staken van de behandeling; aanhoudende symptomen (hoofdpijn, visusstoornissen) zijn echter mogelijk.

Vestibulaire bijwerkingen zijn reversibel; bij optreden van duizeligheid eventueel de dosering aanpassen of de behandeling staken. De behandeling staken bij het optreden van overige vestibulaire verschijnselen . Voorzichtig bij bestaande ziekte van Ménière.

De behandeling eveneens staken bij symptomen zoals visusstoornissen, scotomen en hallucinaties.

Voorzichtig zijn met de toepassing bij myasthenia gravis vanwege een zwak vermogen tot neuromusculaire blokkade bij tetracyclinen.

Voor de behandeling van vruchtbare vrouwen zie ook de rubriek Zwangerschap.

Diagnostische tests: tetracyclinen kunnen aspecifieke glucose-, eiwit- en urobilinogeenbepalingen in de urine verstoren, ook kunnen fout-positieve catecholamineconcentraties in de urine optreden.

Overdosering

Symptomen
levertoxiciteit met symptomen als braken, koortsepisodes, geelzucht, hematomen, melena, uremie, verhoogde transaminasewaarden, verlenging protrombinetijd.

Voor meer informatie over symptomen en de behandeling van een vergiftiging met minocycline neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bacteriostatisch antibioticum behorend tot de tetracyclinen. Minocycline bindt aan het 30S- en 50S-gedeelte van de ribosomen in de bacteriële cel waardoor remming optreedt van de eiwitsynthese. Het werkingsspectrum omvat o.a. Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën, intracellulaire bacteriën en spirocheten. Binnen de tetracyclinen komt kruisresistentie veelvuldig voor; afhankelijk van het resistentiemechanisme kan minocycline echter nog effectief zijn bij bacteriën die resistent zijn tegen andere tetracyclinen.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus aureus, Staphylococcus epidermidis, Streptococcus pyogenes, Streptococcus viridans, Streptococcus pneumoniae, Neisseria gonorrhoeae, Neisseria meningitidis (echter niet indien gelokaliseerd in de meningen), Pasteurella spp., Vibrio cholerae, Cutibacterium acnes (voorheen Propionibacterium acnes), Borrelia burgdorferi, Chlamydia spp., Coxiella burneti, Leptospira spp., Mycoplasma spp., Rickettsia spp., Treponema pallidum en Ureaplasma urealyticum.

Matig gevoelig zijn: Haemophilus influenzae (resistentie ca. 10% in EU), Bacillus anthracis, Listeria monocytogenes, Escherichia coli, Salmonella spp., Shigella spp., Bacteroides spp. en andere zuiver anaeroben en Brucella spp.

Doorgaans ongevoelig zijn: Serratia spp., Enterobacter spp., Klebsiella spp. en Enterococcus faecalis.

Inherent resistent zijn: Pseudomonas spp., Morganella morganii, Proteus mirabilis, Proteus penneri, Proteus vulgaris, Providencia rettgeri, Providencia stuartii.

Kinetische gegevens

Resorptieoraal > 90%; gelijktijdige inname van voedsel vertraagt de resorptie met ca. 1 uur, maar beïnvloedt niet de mate van resorptie.
T max2–3 uur.
Lipofiliteitpenetreert goed in de weefsels door hoge oplosbaarheid in vet; cumulatie in bot- en tandweefsel. Passeert de bloed-hersenbarrière.
Overigbereikt ook hoge concentraties in traanvocht en speeksel. Minocycline is onderhevig aan een enterohepatische kringloop.
Metaboliseringwaarschijnlijk in de lever, deels tot inactieve metabolieten.
Eliminatievnl. met de feces, ook met de urine, deels onveranderd. Hemodialyse en peritoneale dialyse elimineren minocycline niet in significante mate.
T 1/212–16 uur, bij gestoorde nierfunctie langer.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

minocycline hoort bij de groep tetracyclinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links