Samenstelling

Olumiant XGVSAanvullende monitoring Eli Lilly Nederland

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
2 mg, 4 mg

Bevat soja-lecithine.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Start een NSAID ter vermindering van pijn- en stijfheidsklachten en verwijs een patiënt met een vermoeden van reumatoïde artritis zo snel mogelijk naar de reumatoloog; snel starten met antirheumatica geeft veel gezondheidswinst en verbetert de prognose aanzienlijk. Behandel in de tweedelijnszorg direct volgens de ‘step-up’- of ‘step-down’-strategie, met methotrexaat in beide gevallen als basis. Intensieve monitoring is van belang zodat tijdige aanpassing van de strategie kan plaatsvinden. Voeg een conventionele DMARD (sulfasalazine, leflunomide) en evt. een glucocorticoïde toe of bouw deze middelen af. Schakel bij onvoldoende effect of intolerantie over op methotrexaat i.c.m. een biological DMARD (TNF-a-blokker, tocilizumab, abatacept, rituximab). Overweeg als laatste keus, bij refractaire reumatoïde artritis, methotrexaat i.c.m. een alternatieve conventionele DMARD, zoals ciclosporine, anakinra, azathioprine, cyclofosfamide of aurothiomalaat.

Jak-remmers kunnen worden toegepast bij behandeling van volwassenen met matig tot ernstige reumatoïde artritis met onvolledige respons op of intolerantie voor DMARD’s, afhankelijk van beschikbaarheid van middelen en ervaring van de specialist.

Indicaties

  • Behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis bij volwassen patiënten, die onvoldoende reageren op één of meer DMARD's of deze niet verdragen. Als monotherapie of in combinatie met methotrexaat.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Reumatoïde artritis:

Volwassenen:

4 mg 1×/dag. In de volgende situaties kan 2 mg geschikt zijn: leeftijd ≥ 75 jaar; patiënten met een voorgeschiedenis van chronische of recidiverende infecties; patiënten bij wie na gebruik van de 4 mg de ziekteactiviteit onder controle is gekomen;

Bij gelijktijdig gebruik van sterke OAT3-remmers (bv. probenecide): 2 mg 1x/dag.

Bij nierfunctiestoornis: bij creatinineklaring 30–60 ml/min: 2 mg 1×/dag; het gebruik bij een creatinineklaring < 30 ml/min wordt niet aanbevolen.

Bij leverfunctiestoornis: bij een milde of matig-ernstige leverfunctiestoornis is geen dosisaanpassing nodig; toepassing bij een ernstige leverfunctiestoornis wordt niet aanbevolen.

Toedieningsinformatie: innemen met of zonder voedsel, op een moment naar keuze.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): verhoogd LDL-cholesterol (bij ca. 33%), bovenste luchtweginfecties (14%; o.a. sinusitis, epiglottitis, laryngitis, faryngitis, tonsillitis).

Vaak (1-10%): herpes zoster, herpes simplex. Urineweginfecties. Pneumonie. Misselijkheid, gastro-enteritis. Trombocytose (> 600×109). Verhoogd ALAT (≥ 3× de 'upper limit of normal range' (ULN)).

Soms (0,1-1%): acne. Gewichtstoename. Neutropenie. Hypertriglyceridemie. Verhoogde waarden van ASAT (≥ 3× de ULN), creatinekinase (> 5× de ULN).

Verder is gemeld: cellulitis. Diepveneuze trombose, longembolie.

Interacties

Combinatie met immunosuppressiva, 'biological' DMARD's of andere JAK-remmers wordt ontraden omdat een risico op additieve immunosuppressie niet kan worden uitgesloten.

Bij patiënten die een OAT3-remmer met een hoog remmend potentieel gebruiken (bv. probenecide), de dosering van baricitinib aanpassen (zie rubriek Dosering). Wees voorzichtig bij combinatie van baricitinib met leflunomide of teriflunomide omdat het een verhoogde blootstelling aan baricitinib kan geven.

Combinatie met levende, verzwakte vaccins wordt niet aanbevolen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens, bij dieren teratogeen gebleken.
Farmacologisch effect: Bij dieren is een ongunstig effect op de botontwikkeling in utero waargenomen.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overig: Vrouwen die zwanger kunnen worden dienen effectieve anticonceptie toe te passen tijdens en ten minste 1 week na de behandeling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Zie de rubriek Zwangerschap.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controleer vooraf op tuberculose (TB). Niet toepassen bij actieve TB. Overweeg voor start met baricitinib anti-TB therapie bij niet eerder behandelde, latente TB.

Controleer vooraf op viraal hepatitis B en C. In de klinische onderzoeken waren patiënten met een actieve hepatitis B of C uitgesloten van deelname. Patiënten positief voor hepatitis C-antilichamen, maar negatief voor hepatitis C-virus-RNA mochten deelnemen. Patiënten met antilichamen tegen het hepatitis B-surface en core-antigeen (dus anti-HBs en anti-HBc) maar zonder HBsAg: monitoren op de expressie van hepatitis B-DNA. Bij expressie hiervan de behandeling onderbreken of een gespecialiseerde arts op dit gebied raadplegen.

Behandeling niet beginnen of voortzetten bij een ANC < 1 × 109 cellen/liter, een ALC < 0,5 × 109 cellen/liter of een hemoglobinegehalte < 5 mmol/liter.

Als een infectie optreedt, de patiënt monitoren; de behandeling tijdelijk staken als standaardbehandeling van de infectie niet effectief is. Behandeling pas hervatten nadat de infectie verdwenen is.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor diepveneuze trombose (DVT) en longembolie (LE), zoals hogere leeftijd, obesitas, een medische voorgeschiedenis met DVT/LE of bij operatief ingrijpen en daardoor immobilisatie. Onderbreek de behandeling bij symptomen van DVT/LE, evalueer en geef passende behandeling.

Beoordeel na 12 weken de lipidenparameters; bij verhoogde waarden behandelen volgens de geldende richtlijnen.

Staak behandeling bij waarneming van verhoogde ALAT- of ASAT-waarden tijdens de behandeling en vermoeden van leverschade, tot door het geneesmiddel geïnduceerde leverschade is uitgesloten.

Bij ouderen met reumatoïde artritis is de kans op lymfocytose toegenomen. Lymfoproliferatieve aandoeningen zijn gemeld.

Immunomodulerende middelen kunnen de kans op maligniteiten waaronder lymfomen doen toenemen.

Breng vaccinatiestatus op orde vóór aanvang van de behandeling, in overeenstemming met laatste vaccinatierichtlijnen.

De veiligheid en werkzaamheid bij een ernstige leverfunctiestoornis of bij kinderen (van 0–18 jaar) zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Voor informatie over een vergiftiging met baricitinib neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Immunosuppressivum. Remt reversibel en selectief Januskinase (JAK)1 en JAK2. Januskinasen zijn enzymen die intracellulaire signalen van celoppervlaktereceptoren omzetten voor een aantal cytokinen en groeifactoren die een rol spelen bij hematopoëse, ontsteking en de afweerfunctie. Door deze enzymen te remmen vermindert baricitinib de ontsteking en andere symptomen bij reumatoïde artritis.

Kinetische gegevens

T maxca. 1 uur (bereik 0,5–3 uur).
Fca. 79%.
V dca. 1,1 l/kg.
Metaboliseringin vitro < 10% door CYP3A4.
Eliminatievoornamelijk met de urine (onveranderd ca. 69%) en in de feces (onveranderd ca. 15%).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd