Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Comirnaty XGVS Aanvullende monitoring Pfizer bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor dispersie voor injectie
Sterkte
10 microg/dosis
Verpakkingsvorm
flacon voor meervoudige dosering

Bevat na verdunning per flacon (1,3 ml): 10 (max. 13) doses à 0,2 ml. Eén dosis bevat 10 microg tozinameran.

Toedieningsvorm
Concentraat voor dispersie voor injectie
Sterkte
30 microg/dosis
Verpakkingsvorm
flacon voor meervoudige dosering

Bevat na verdunning per flacon (0,45 ml): 6 (max. 7) doses à 0,3 ml. Eén dosis bevat 30 microg tozinameran.

Toedieningsvorm
Dispersie voor injectie
Sterkte
30 microg/dosis
Verpakkingsvorm
flacon voor meervoudige dosering

Bevat per flacon (2,25 ml): 6 (max. 7) doses à 0,3 ml. Eén dosis bevat 30 microg tozinameran.

Comirnaty bivalent Original/Omicron BA.1 XGVS Aanvullende monitoring Pfizer bv

Toedieningsvorm
Dispersie voor injectie
Verpakkingsvorm
flacon voor meervoudige dosering

Bevat per flacon (2,25 ml): 6 (max. 7) doses à 0,3 ml. Eén dosis bevat 15 microg tozinameran en 15 microg riltozinameran.

Comirnaty bivalent Original/Omicron BA.4-5 XGVS Aanvullende monitoring Pfizer bv

Toedieningsvorm
Dispersie voor injectie
Verpakkingsvorm
flacon voor meervoudige dosering

Bevat per flacon (2,25 ml): 6 doses à 0,3 ml. Eén dosis bevat 15 microg tozinameran en 15 microg famtozinameran.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor de basisimmunisatie in het COVID-19 vaccinatieprogramma wordt gebruik gemaakt van Comirnaty. De herhaalvaccinatie (boosterdosis) is een bivalent mRNA-vaccin (Comirnaty of Spikevax Original/Omicron). Als er een contra-indicatie voor een mRNA-vaccin bestaat, bij bijzondere groepen, of op eigen verzoek kan het vaccin Jcovden (Janssen) of het vaccin Nuvaxovid (Novavax) gegeven worden als herhaalvaccinatie aan personen van 18 jaar en ouder. Voor meer informatie over COVID-19-vaccinatie zie de LCI-richtlijn COVID-19-vaccinatie op lci.rivm.nl.

Indicaties

  • Actieve immunisatie ter preventie van 'coronavirus disease 2019' (COVID-19), veroorzaakt door SARS-CoV-2, bij volwassenen en kinderen ≥ 5 jaar.
  • Comirnaty Original/Omicron BA.1, Comirnaty Original/Omicron BA.4-5: actieve immunisatie bij personen ≥ 12 jaar die eerder minstens één primaire vaccinatiekuur tegen COVID-19 hebben gekregen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Ter preventie van COVID-19

Volwassenen (incl. ouderen) en kinderen ≥ 12 jaar

Comirnaty: basisimmunisatie: i.m. één dosis van 0,3 ml (30 microg) en na 21 dagen nogmaals één dosis van 0,3 ml. Bij ernstig immuungecompromitteerde personen kan ten minste 28 dagen na de tweede dosis een derde dosis worden gegeven.

Boosterdosis: i.m. 0,3 ml (30 microg), vanaf 3 maanden na de laatste vaccinatie van de basisserie (incl. eventuele additionele derde vaccinatie bij immuungecompromitteerde patiënten). Kan ook als heterologe boosterdosis worden gegeven aan personen ≥ 18 jaar die een basisserie met een ander mRNA-vaccin of een vectorvaccin hebben gekregen (heteroloog).

Comirnaty 'bivalent Original/Omicron BA.1' of Comirnaty 'bivalent Original/Omicron BA.4-5': boosterdosis: i.m. 0,3 ml (15/15 microg), vanaf 3 maanden na de laatste vorige dosis van een COVID-19-vaccin.

Kinderen 5–11 jaar

Comirnaty: basisimmunisatie: i.m. één dosis van 0,2 ml (10 microg) en volgens de fabrikant na 21 dagen nogmaals één dosis van 0,2 ml. De LCI-richtlijn geeft voor kinderen uit de (medisch-)hoogrisicogroep een interval van 4 weken (als dat niet lukt zo snel mogelijk binnen 8 weken) en voor overige (gezonde) kinderen een interval van 8 weken, met een uitloop naar 12 weken. Ernstig immuungecompromitteerde kinderen kunnen een derde dosis van 0,2 ml (10 microg) krijgen, ten minste 28 dagen na de tweede dosis. Bij bereiken van leeftijd van 12 jaar tijdens de basisimmunisatie de reeks voltooien met dezelfde dosis à 10 microgram.

Boosterdosis: i.m. 0,2 ml (10 microg), vanaf 6 maanden na de laatste vaccinatie van de basisserie (incl. eventuele additionele derde vaccinatie bij immuungecompromitteerde patiënten).

Toediening

  • Zie de LCI richtlijn COVID-19-vaccinatie voor de handleiding voor de juiste opslag, hantering en toediening van dit vaccin.
  • Het concentraat na verdunning volgens de aanwijzingen van de fabrikant. De dispersie voor injectie (de 2,25 ml-flacon) niet verdunnen.
  • Intramusculair toedienen, bij voorkeur in de deltaspier van de bovenarm. Als er niet in de bovenarm gevaccineerd kan worden, kan het vaccin in het bovenbeen worden toegediend (in de m. vastus lateralis).
  • Wees voorzichtig bij personen met trombocytopenie, bloedstollingsstoornissen (zoals hemofilie) of personen die met anticoagulantia worden behandeld; intramusculaire bloedingen kunnen ontstaan na i.m.-injectie.

Bijwerkingen

De meeste bijwerkingen zijn mild tot matig-ernstig van aard, en verdwijnen binnen een paar dagen na vaccinatie.

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Diarree. Spierpijn, gewrichtspijn. Vermoeidheid. Koude rillingen, koorts (meestal na de 2e dosis). Pijn, zwelling op de injectieplaats.

Vaak (1-10%): roodheid op de injectieplaats (zeer vaak bij kinderen 5-11 jaar). Misselijkheid, braken.

Soms (0,1-1%): jeuk op de injectieplaats. Lymfadenopathie (vaak bij boosterdosis). Slapeloosheid. Pijn in de gevaccineerde arm. Malaise, asthenie. Overgevoeligheidsreacties (zoals huiduitslag, jeuk, urticuria, angio-oedeem). Verminderde eetlust. Hyperhidrose, nachtzweten. Lethargie.

Zelden (0,01-0,1%): acute perifere faciale paralyse; bij meldingen gezien na dag 3 tot dag 48 na vaccinatie.

Zeer zelden (0,001-0,01%): myocarditis, pericarditis.

Verder zijn gemeld: anafylaxie. Erythema multiforme. Paresthesie, hypo-esthesie. Uitgebreide zwelling van gevaccineerde ledemaat, zwelling van het gezicht bij eerder gebruik van huidvullers ('fillers'). Hevige menstruatie.

Interacties

Er is geen onderzoek uitgevoerd naar interacties, ook niet naar gelijktijdige toediening van andere vaccins.

Gelijktijdig gebruik van immunosuppressiva kan, zoals bij andere vaccins, mogelijk resulteren in onvoldoende respons op de vaccinatie.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring met de mRNA-vaccins laat geen nadelige gevolgen zien voor de zwangerschap en het ongeboren kind.

Advies: Kan tijdens de hele zwangerschap worden gebruikt. De multidisciplinaire werkgroep COVID-19 en Zwangerschap adviseert alle zwangere vrouwen om zich te laten (her)vaccineren met een mRNA-vaccin. De zwangerschap zelf geeft namelijk een verhoogd risico op een ernstiger beloop van COVID-19, zeker in het 3e trimester. De werkgroep adviseert de boosterdosis om praktische redenen te laten toedienen na de 16e zwangerschapsweek, omdat de werkzaamheid tijdens de zwangerschap vooral in de tweede helft van belang is. Zie ook de informatiepaginaCOVID-19 op NVOG.nl.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Er worden geen nadelige gevolgen van coronavaccins verwacht. Antistoffen die de moeder aanmaakt na vaccinatie, zijn aangetoond in de moedermelk en kunnen bijdragen aan de bescherming van het kind.

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt. Volgens de werkgroep COVID-19 en Zwangerschap kan vaccinatie plaatsvinden met een mRNA-vaccin bij vrouwen die borstvoeding geven.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Anafylaxie is gemeld; observeer nauwlettend direct na vaccinatie gedurende ten minste 15 minuten. Zorg zo nodig voor adequate behandeling. Bij optreden van anafylaxie na de eerste dosis, geen tweede dosis toedienen.

Stel vaccinatie uit bij acute ernstige ziekte gepaard gaande met koorts of een acute infectie. Bij aanwezigheid van een lichte infectie en/of laaggradige koorts hoeft de vaccinatie niet uitgesteld te worden.

Myocarditis en pericarditis zijn in zeer zeldzame gevallen gemeld, voornamelijk binnen 14 dagen na vaccinatie, vaker na de tweede dosis, en vaker bij jongere mannen. Het verloop van myocarditis en pericarditis na vaccinatie, lijkt niet te verschillen met het beloop van deze aandoeningen in het algemeen. Instrueer gevaccineerde personen om onmiddellijk medisch hulp in te schakelen bij symptomen die op myocarditis of pericarditis wijzen, zoals (acute en aanhoudende) pijn op de borst, dyspneu of palpitaties.

De werkzaamheid, veiligheid en immunogeniciteit van het vaccin zijn niet onderzocht bij immuungecompromitteerde personen of bij gelijktijdige immunosuppressieve behandeling; de immunologische respons kan verminderd zijn. De aanbeveling om een derde dosis te overwegen bij ernstig immuungecompromitteerde personen is gebaseerd op beperkt serologisch bewijs uit een reeks casussen van de klinische behandeling van patiënten met iatrogene immuniteitsstoornis na solide orgaantransplantatie.

De veiligheid en werkzaamheid van Comirnaty bij kinderen < 5 jaar en van Comirnaty Original/Omicron BA.1 of Original/Omicron BA.4-5 bij kinderen < 12 jaar staan nog niet vast, vanwege onvoldoende/geen gegevens.

Overdosering

Overdosering kan plaatsvinden door onjuiste verdunning van het vaccin. In geval van overdosering; monitor de vitale functies en behandel op basis van symptomen.

Eigenschappen

Chemisch zijn tozinameran en riltozinameran enkelstrengs 5'-capped 'boodschapper'-RNA (mRNA), geproduceerd door middel van een celvrije in vitro-transcriptie van de corresponderende DNA-templates. Deze coderen voor het virale spike-eiwit (S-eiwit) van respectievelijk Original en de Omicron BA.1 en BA.4-5 variant van SARS-CoV-2.

Het nucleoside-gemodificeerde mRNA in dit COVID-19-vaccin is geformuleerd in lipide-nanodeeltjes, waardoor afgifte van het niet-replicerende RNA in gastcellen mogelijk is om het S-antigeen van SARS-CoV-2 tot transiënte expressie te brengen. Het mRNA codeert voor het in de membraan verankerde S-eiwit over de volledige lengte met tweepuntsmutaties binnen de centrale helix. Mutatie van deze twee aminozuren tot proline vergrendelt het antigeen S in een prefusieconformatie die nodig is om een juiste immuunrespons op te wekken. Het vaccin leidt tot zowel neutraliserende antistoffen als cellulaire immuunresponsen op het spike-(S)-antigeen, wat mogelijk bijdraagt tot de bescherming tegen COVID-19.

Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat vaccinatie met dit COVID-19-vaccin niet bij alle gevaccineerden bescherming biedt. Personen zijn mogelijk pas 7 dagen na hun tweede dosis van dit vaccin volledig beschermd. De beschermingsduur is onbekend; deze wordt met de lopende onderzoeken bepaald. Er zijn geen klinische verschillen in de werkzaamheid gevonden bij deelnemers aan de studie die risico liepen op een ernstige vorm van COVID-19, waaronder deelnemers met 1 of meer comorbiditeiten die het risico op een ernstige vorm van COVID-19 vergroten, zoals bv. astma, een BMI ≥ 30 kg/m², chronische longziekte, diabetes mellitus of hypertensie.

Groepsinformatie

COVID-19 mRNA vaccin (Comirnaty) hoort bij de groep vaccins.