jeuk

Advies

Bij jeuk eerst de oorzaak van de jeuk achterhalen en deze zo mogelijk behandelen. Indien het wegnemen van de oorzaak niet mogelijk is, of bij onbekende oorzaak, proberen de jeuk te verminderen door symptomatische behandeling. Niet-medicamenteuze maatregelen kunnen daarbij worden aangewend evenals lokale of systemische behandeling. Systemische, niet-sederende, antihistaminica worden geadviseerd wanneer vrijmaking van histamine in de huid een rol speelt, zoals bij urticaria. Indien histamine geen of slechts geringe rol speelt bij het ontstaan van de jeuk, kunnen centraal aangrijpende antihistaminica worden gebruikt. Houd hierbij wel rekening met het sederende effect van deze middelen.

Behandelplan

De behandeling van jeuk zonder een duidelijke onderliggende oorzaak bestaat vooral uit symptomatische behandeling. Sluit eerst een mogelijk onderliggende oorzaak van jeuk uit.

  1. Start behandeling

  2. Niet-medicamenteus beleid

    • Vermijd te frequent en langdurig douchen, vermijd zeep en gebruik lauwwarm water;
    • Zorg bij een droge huid voor een voldoende hoge luchtvochtigheid;
    • Voorkom smetplekken, huidbeschadiging en irritatie;
    • Vermijd gewoontekrabben en probeer het ontstaan van een vicieuze cirkel te voorkomen waarbij de jeuk uiteindelijk (na tijdelijke verlichting) door het krabben erger wordt. Houd de nagels kort;
    • Zorg voor verkoeling, bijvoorbeeld met een cold pack.

    Toelichting

    Warm en lang douchen en (overmatig) zeepgebruik drogen de huid uit. Zeepresten en parfums kunnen bovendien irritatie van de huid geven. Centrale verwarming, zeker bij hogere temperaturen, leidt vooral in de winter tot droge lucht. Lager zetten van de verwarming en goede ventilatie verhoogt de luchtvochtigheid.

  3. Indifferent middel

    Start bij een droge huid met een indifferent middel zoals vaselinelanettecrème of unguentum leniens (koelzalf). Bij een erg droge huid kan cetomacrogolzalf of lanettezalf worden toegepast.

    Toelichting

    Een droge huid is een belangrijke oorzaak van jeuk. Naarmate de huid droger is, is een vettere zalf aan te raden.

  4. Geef lokaal of systemisch geneesmiddel

  5. Menthol preparaat

    Geef bijvoorbeeld levomenthol 2% in lanettecrème, carbomeergel, zinkoxideschudsel of zinkoxidelotion.

    Let op

    Kinderen jonger dan 2 jaar mogen geen levomentholbevattende producten gebruiken in de omgeving van de mond en neus, omdat levomenthol bij hen benauwdheid kan veroorzaken.

    Toelichting

    Levomenthol zorgt naast de koelende werking van de basis voor een extra jeukstillend effect. Het FNA kent standaardreceptuur voor diverse levomenthol-preparaten. De voorkeur gaat uit naar het verwerken van 1–2% levomenthol in een crème. Een crème smeert goed uit over grotere oppervlakten en droogt de huid niet uit. Een gel kan ook worden gebruikt, deze heeft een sterker verkoelend effect maar is wel sterker indrogend. (Levo)menthol bij voorkeur niet toepassen op een beschadigde huid, slijmvliezen en anogenitaal. Mentholpoeder werkt minder goed en kan vervelend stuiven. Het gebruik wordt niet aangeraden.

  6. Lokaal anestheticum

    Geef lokaal anestheticum bij bijvoorbeeld anale jeuk.

    Lokale anesthetica kunnen worden gecombineerd met antipruriginosa zoals levomenthol.

    Let op

    Lokale anesthetica mogen slechts met mate worden aangebracht op (ernstig) beschadigde slijmvliezen of epitheel vanwege het risico op absorptie. Ook toepassing op grote aangedane huidoppervlakken moet worden vermeden.

    Toelichting

    Lidocaïne dringt moeilijk door in de intacte huid.

  7. Antihistaminicum oraal

    Staak het antihistaminicum als de jeukklachten verdwenen zijn; zo nodig kan het gebruik weer worden hervat.

    Let op

    Bij kinderen moet de dosering worden aangepast. Sederende antihistaminica bij kinderen jonger dan 2 jaar vermijden: er zijn aanwijzingen dat deze middelen kunnen leiden tot perioden met ademstilstand tijdens de slaap.

    Toelichting

    Antihistaminica hebben een plaats in de behandeling van idiopathische jeuk. Indien een centraal werkend effect wordt beoogd, als de jeuk ondraaglijk is, kan een antihistaminicum met de gewenste mate van sedatie worden geselecteerd. Hierbij kan op basis van de gewenste mate van sedatie een keus gemaakt worden uit clemastine, hydroxyzine of ketotifen, of uit de sterker sederende middelen promethazine en alimemazine. Overweeg bij overwegend nachtelijke klachten het antihistaminicum voor de nacht te geven.

    Niet-sederende antihistaminica dienen te worden gereserveerd voor aandoeningen waarbij vrijkomen van histamine in de huid of slijmvliezen een belangrijke rol speelt, zoals bij urticaria (zie hieronder).

Systemische corticosteroïden en dermatocorticosteroïden hebben bij pruritus sine materia geen plaats en worden afgeraden.

Toelichting

Toepassing van systemische corticosteroïden en dermatocorticosteroïden worden afgeraden in verband met het risico van systemische en lokale bijwerkingen en gebrek aan werkzaamheid. Bij de behandeling van jeuk door subklinisch constitutioneel eczeem kan een dermatocorticosteroïd bijvoorbeeld in een schema van enkele keren per week jeuk bestrijden en recidieven voorkomen.

Achtergrond

Definitie

Jeuk is een sensatie van de huid die doorgaans aanzet tot krabben of wrijven. Wanneer er sprake is van jeuk zonder aanwijsbare oorzaak (‘pruritus sine materia’), spreken we van primaire of idiopathische jeuk. Bij secundaire jeuk treedt de jeuk op als gevolg van een dermatologische of niet-dermatologische aandoening.

Jeuk bij een dermatologische aandoening

Jeuk ten gevolge van een dermatologische aandoening (‘pruritus cum materia’) gaat vaak gepaard met zichtbare huidafwijkingen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire, tot een specifieke huidaandoening te herleiden, afwijkingen en veranderingen aan de huid door krabgedrag. De op de aandoening gerichte behandeling van jeuk zoals bij eczeem, psoriasis, dermatomycosen of bacteriële huidinfecties wordt niet in deze tekst besproken; bij die aandoeningen is de behandeling primair gericht op de onderliggende aandoening. We verwijzen hiervoor naar de betreffende achtergrondinformatieteksten. Bij urticaria speelt histamine een belangrijke rol; dit is de reden dat we urticaria wel in deze tekst bespreken.

Jeuk bij niet-dermatologische aandoeningen

Niet-dermatologische aandoeningen die gepaard kunnen gaan met jeuk zijn o.a. diabetes mellitus, chronische nierinsufficiëntie (uremie), (vooral met cholestase samenhangende) lever- en galwegaandoeningen, polycythaemia vera, monoklonale gammopathieën, hematologische maligniteiten, dunnevezelneuropathie, amyloïdose, M. Sjögren, HIV-infectie en ijzergebreksanemie. Voor de op een specifieke aandoening gerichte behandeling van jeuk verwijzen we naar de hiervoor bestaande richtlijnen.

Ook geneesmiddelen kunnen, al dan niet samengaand met zichtbare huidafwijkingen, als bijwerking jeuk hebben; met name middelen als allopurinol, NSAID’s, anti-coagulantia, chloroquine, goud- en nicotinezuurverbindingen, imidazolen, ivermectine, oestrogenen, antipsychotica (bv. fenothiazinen), serotonineheropnameremmers en opioïden kunnen jeuk veroorzaken.

Jeuk is net als pijn een gevoelswaarneming. Heftige jeuk kan meer belastend zijn dan pijn. Indien jeuk langer dan 6 weken aanhoudt, spreekt men van chronische jeuk. Psychologische factoren zoals stress, angst en spanning kunnen de jeuksensatie beïnvloeden.

Het mechanisme van jeuk is slechts ten dele bekend. Jeuk kan zowel door lokale (fysische en chemische) als door centrale stimuli worden opgeroepen. Een belangrijke endogene stof die jeuk veroorzaakt is histamine (zoals bij urticaria en mastocytose). Prostaglandinen, substance-P, serotonine en endogene opioïden spelen ook een rol bij het ontstaan van jeuk.

Behandeldoel

Het symptomatisch behandelen van jeuk.

Uitgangspunten

Deze tekst bevat algemene uitgangspunten voor de behandeling van jeuk.

De behandeling van jeuk is afhankelijk van de oorzaak. Indien verhelpen van de onderliggende oorzaak niet mogelijk is, kan men de jeuk proberen te verminderen door symptomatische behandeling. Er is echter weinig bewijs van effectiviteit. Bij lokale behandeling is de keuze van het vehiculum (basis) van belang. Probeer te voorkomen dat de huid uitdroogt. Adviseer om die reden middelen die veel water of poeder bevatten slechts kortdurend. Er kan aan de basis een antipruriginosum worden toegevoegd. Ook kan men de lokale therapie aanvullen met systemische behandeling. Er zijn een aantal vormen van jeuk die een specifieke symptomatische behandeling behoeven, zoals cholestatische of uremische jeuk.

Bases die veel water bevatten zoals zinkoxideschudsel FNA of carbomeerwatergel hebben een koelend effect. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren aan de jeukbestrijding bij acute huidaandoeningen. Deze middelen laten zich goed uitsmeren. Indien de huidaandoening enigszins tot rust is gekomen, gaat men over op producten die de huid niet uitdrogen. In de meeste gevallen gaat de voorkeur, om praktische en cosmetische redenen, uit naar een crème of gel. Hieraan kan levomenthol worden toegevoegd. In het FNA bestaat hiervoor standaardreceptuur. De voorkeur gaat bij een droge huid, zoals bij ouderen en mensen met aanleg voor eczeem, uit naar een vette crème of zalf. Unguentum leniens (koelzalf) of vaselinelanettecrème zijn voorbeelden van een vette crème en zalfbasis.

Antihistaminica kunnen systemisch worden toegepast. Indien de jeuk wordt veroorzaakt door vrijmaking van histamine in de huid of slijmvliezen, gaat de voorkeur uit naar een niet-sederend antihistaminicum, zoals (levo)cetirizine of (des)loratadine of fexofenadine. De eerste generatie antihistaminica kan worden ingezet, indien histamine geen of slechts een geringe rol speelt. De werking berust met name op het sedatieve effect. De grootte van het sedatieve effect is bepalend voor het effect op de jeuk, maar het inzetten van (sterk) sederende antihistaminica wordt beperkt door de effecten op het dagelijks functioneren (bv. autorijden) en kans op interactie met eventuele overige sedatieve medicatie. Het gebruik van lokale antihistaminica zoals bijvoorbeeld tripelennamine, wordt vanwege de kans op sensibilisatie niet geadviseerd.

Cholestatische jeuk

Cholestatische jeuk kan voorkomen bij diverse leveraandoeningen, maar ook als tijdelijk fenomeen in de zwangerschap. De behandeling bestaat vooral uit aanpak van de onderliggende leveraandoening. Naast de algemene adviezen voor de behandeling van jeuk, worden offlabel verschillende geneesmiddelen toegepast zoals colestyramine en rifampicine. Er is echter onvoldoende bewijskracht om een uitspraak over de effectiviteit hiervan te doen. Bij zwangerschapscholestase is er beperkt bewijs voor een gunstig effect van ursodeoxycholzuur.

Uremische jeuk

Jeuk komt vaak voor bij ernstig verminderde nierfunctie. Ongeveer een derde van de dialysepatiënten heeft hier last van. Het ontstaan van uremische jeuk is multifactorieel. Uitlokkende factoren zijn uremie-gerelateerde afwijkingen in het calcium-, fosfaat- en PTH-metabolisme, stapeling van uremische toxinen en droge huid. Er wordt gestreefd naar normalisering van PTH, calcium en fosfaat en optimale hemodialyse. Bij persisterende jeuk is er beperkt bewijs voor het effect van gabapentine.

Jeuk bij dunnevezelneuropathie

Dunnevezelneuropathie is een stoornis van dunne zenuwvezels (Aδ- en C-vezels), verantwoordelijk voor de aansturing van sensibele (pijn- en temperatuurzin) en autonome functies. De A-delta-vezels zijn dun-gemyeliniseerd en geven als signaal de impulsen door die informatie dragen over pijn en kou. De C-vezels zijn ongemyeliniseerd en geven informatie door over warmte-perceptie. De symptomen van dunnevezelneuropathie zijn brandende en snijdende pijn, elektrische sensaties, tintelen en prikken, alsof er mieren over de huid lopen. Deze vorm van neuropathie wordt meestal gezien bij diabetes, M. Sjögren, monoklonale gammopathie, amyloïdose en HIV-infectie. Soms is het idiopathisch. De behandeling van jeuk bij dunnevezelneuropathie bestaat vooral uit aanpak van de onderliggende oorzaak van de neuropathie en behandeling van de neuropathie zelf (link indicatietekst neuropathische pijn).

Jeuk bij opioïdgebruik

Bij jeuk door opioïdgebruik wordt lokale (symptomatische) behandeling van jeuk toegepast.

Geneesmiddelen

adstringentiaToon kosten

anesthetica, lokaal, overigeToon kosten

antihistaminica, lokaalToon kosten

antihistaminica, systemischToon kosten

corticosteroïden, cutaan/oromucosaalToon kosten

dermatica, overigeToon kosten

galzuurbindende harsenToon kosten

Literatuur

  1. Integraal kankercentrum Nederland. Landelijke richtlijn Jeuk: versie 2.0. 2010.
  2. Mekkes JR. Pruritus. In: Zakboek dermatologie. 2011.
  3. NHG. Farmacotherapeutische richtlijn Pruritus Senilis. Utrecht, 2004.
  4. Kremer AE, Maillette de Buy Wenniger L, Oude Elferink RP, et al. Pruritus bij leverziekten. Ned Tijdschr Geneeskd 2011;155:A4045.
  5. Manenti L, Tansinda P, Vaglio A. Uraemic Pruritus: clinical characteristics, pathophysiology and treatment. Drugs 2009; 69: 251-63.
  6. Mettang T, Kremer AE. Uremic Pruritus. Kidney Int 2015; 87: 685-91.

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Vergelijken

jeuk vergelijken met een andere indicatie.